Advertentie
analyse

Belastingen op kapitaal en vermogen: lappendeken met grote gaten

De regering-De Croo kiest met haar nieuwe effectentaks voor het extra belasten van een activaklasse waarop al een behoorlijk zware fiscale druk rust. Maar misschien kiest ze voor de weg van de minste weerstand, en voor een taks die technisch vrij makkelijk in te voeren en te innen is.

De belastingen op kapitaal en vermogen in ons land vormen een bont lappendeken dat danig zwaar weegt, maar waarin ook enkele ferme gaten zitten.

De regering-De Croo maakt haast met de nieuwe effectentaks. Het kernkabinet stemde maandagavond in met het voorstel dat minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) op tafel legde: een taks van 0,15 procent op effectenrekeningen van particulieren en bedrijven vanaf 1 miljoen euro.

De taks concretiseert de afspraak uit het regeerakkoord dat ‘de overheid zal streven naar een eerlijke bijdrage van die personen die de grootste draagkracht hebben om bij te dragen, met respect voor het ondernemerschap’. Om de pil te vergulden wordt het een solidariteitsbijdrage genoemd en luidt het dat de opbrengst, geraamd op 428 miljoen euro per jaar, naar de gezondheidszorg gaat.

De nieuwe heffing doet de discussie over vermogens(winst)belasting oplaaien. ‘Kapitaal en vermogen worden in ons land al zwaar belast’, zeggen sommigen. ‘Nietes’, zeggen anderen, die erop wijzen dat net op dat terrein heel wat inkomsten aan belasting ontsnappen en dat daaraan geremedieerd dient te worden om onze fiscaliteit rechtvaardiger te maken.

Ze hebben beiden gelijk. Het is maar hoe je het bekijkt.

‘Kapitaal en vermogen worden al zwaar belast’, zeggen sommigen. ‘Nietes’, zeggen anderen, die erop wijzen dat net op dat terrein heel wat inkomsten aan belasting ontsnappen.

Koploper

Belastingen op kapitaal brengen in België 51,5 miljard euro op (cijfer voor 2018) en zijn goed voor zowat een kwart van de belastingontvangsten, blijkt uit het overzicht ‘Taxation Trends in de EU 2020’, een publicatie van de Europese Commissie. In verhouding tot het bruto binnenlands product (bbp) lopen de belastingen op kapitaal op tot 11,2 procent. Daarmee is België, na Frankrijk, de koploper in Europa.

De Europese Commissie hanteert een brede definitie van belastingen op kapitaal. Daarin zijn onder meer ook de vennootschapsbelasting vervat en de belastingen op inkomsten van zelfstandigen, met het argument dat dat belastingen op ondernemen zijn. Er valt veel voor te zeggen om die als belastingen op kapitaal te catalogeren. Samen zijn ze goed voor meer dan de helft van de Belgische kapitaalbelastingen.

51,5
miljard
Belastingen op kapitaal brengen in België 51,5 miljard euro op (cijfer voor 2018) en zijn goed voor zowat een kwart van de belastingontvangsten, blijkt uit het overzicht ‘Taxation Trends in de EU 2020’, een publicatie van de Europese Commissie.

Inzake de belasting op kapitaalvoorraad (4,1 procent bbp) zit België met zijn vijfde plek mee in de Europese kopgroep. Maar de belastingen op inkomens uit vermogen van de gezinnen bedragen maar 0,4 procent van het bbp. Daarmee zit België in de Europese staart (22ste plek).

‘Taxation Trends’ zoomt ook in op de vastgoedbelastingen. Die leveren in België 16,2 miljard euro op, ze lopen op tot 3 procent van het bbp. Dat is goed voor een Europese bronzen medaille. Het Europees gemiddelde ligt op 2,2 procent.

Een derde van de vastgoedbelastingen in ons land zijn recurrent, het grootste deel betreft ‘andere’ belastingen. Daarin zitten onder meer de registratierechten en de successierechten, zogeheten transactiebelastingen omdat ze worden geheven bij een transactie rond het vastgoed.

Reële druk

Belastingen uitdrukken in procent van het bbp is een algemeen gebruikte maatstaf om (internationale) vergelijkingen te maken. Maar het zegt weinig over de werkelijke belastingdruk, argumenteren sommigen, vooral als het over kapitaalbelastingen gaat. In het ene land is meer kapitaal en vermogen aanwezig dan in het andere en liggen de inkomsten daardoor soms ook hoger. Om een correcter beeld te krijgen, moet gekeken worden naar de belastinginkomsten in verhouding tot de belastbare basis.

In de publicatie ‘Taxation Trends in the EU 2020’ wordt die berekening gemaakt - een moeilijke oefening, met een aantal gebreken. Die leert dat het effectieve belastingtarief op kapitaal in België uitkomt op 40 procent. Ook volgens die maatstaf staan we in Europa op de tweede plek, na Frankrijk.

Enkele jaren geleden heeft de OESO, de club van industrielanden, een gelijkaardige berekening gemaakt voor het effectieve belastingtarief op de inkomsten van verschillende activaklassen. Daaruit blijkt dat die sterk uiteenlopen.

Van het reële rendement (na inflatie) uit residentieel vastgoed wordt zowat de helft afgeroomd door belastingen (de registratierechten zijn daarin meegenomen). Veel minder is dat voor de eigen woning gefinancierd met een fiscaal aftrekbare hypotheeklening.

Vergeleken met andere landen worden rente-inkomsten van obligaties en aandelendividenden in België zwaar belast en meerwaarden uit aandelenbeleggingen en inkomsten uit pensioenbelasting weinig of niet.

Voor dividendinkomsten is dat 40 procent. De belastingdruk op meerwaarden uit aandelenbeleggingen is daarentegen nagenoeg nul en bij de inkomsten uit privépensioenbeleggingen is er zelfs een opmerkelijke belastingwinst door de fiscale aftrekmogelijkheden die ze bieden in de personenbelasting. Vergeleken met andere landen worden rente-inkomsten van obligaties en aandelendividenden in België zwaar belast en meerwaarden uit aandelenbeleggingen en inkomsten uit pensioenbelasting weinig of niet.

Besluit: kapitaal in de brede zin wordt in ons land relatief zwaar belast. Maar het is een bont lappendekken, met stukken die zwaar wegen en andere die heel wat lichter zijn. En er zitten enkele grote gaten in.

Scheeftrekkingen

In haar recentste rapport over België (februari 2020) schrijft de OESO dat de verschillende fiscale behandeling van inkomsten uit financiële beleggingen leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen en tot een aantal economische scheeftrekkingen. De organisatie wijst onder meer op het fenomeen activiteiten onder te brengen in een vennootschap, ook door zelfstandigen en vrije beroepen. En op de tendens winsten niet uit te keren als dividend, maar ze in de onderneming te houden waar ze dan niet-belaste meerwaarden vormen.

De OESO pleit voor een gelijke belasting van de inkomsten uit de verschillende vormen van beleggingen. ‘Een verhoging van de belasting op de vermogenswinsten van de particulieren kan de ruimte scheppen voor een verdere verlaging van de vennootschapsbelastingen, wat de investeringen kan stimuleren’, klinkt het.

Het Internationaal Monetair Fonds hamert in zijn jongste rapport (maart 2020) over ons land op dezelfde nagel en breidt de aanbeveling tot gelijke behandeling zelfs uit tot onroerende inkomsten.

Quick win

De Afdeling Fiscaliteit van de Hoge Raad voor Financiën, die in mei dit jaar met voorstellen kwam voor een belastinghervorming, erkent dat de belastingontvangsten uit kapitaal in België al relatief hoog zijn. Ze ziet weinig ruimte voor extra belastingen in de vastgoedfiscaliteit, waar de druk van de onroerende voorheffing al hoog is, behalve het belasten van de werkelijke huurinkomsten van verhuurd residentieel vastgoed.

Inzake de roerende inkomsten is er wel een mogelijkheid. De belastbare basis kan worden verbreed door het afschaffen van de gunstregimes voor onder meer het gereglementeerd spaarboekje, het terugschroeven van de aftrekken voor het langetermijnsparen in de personenbelasting en het belasten van meerwaarde uit aandelen en de inkomsten uit kapitalisatiefondsen. De extra opbrengsten die dat oplevert, kunnen worden gebruikt om een lastenverlaging op arbeid mee te financieren, zegt de Hoge Raad voor Financiën.

Dat de regering-De Croo met haar nieuwe effectentaks precies kiest voor het extra belasten van een activaklasse waarop al een behoorlijk zware fiscale druk rust, lijkt weinig logisch.

Dat de regering-De Croo met haar nieuwe effectentaks precies kiest voor het extra belasten van een activaklasse waarop al een behoorlijk zware fiscale druk rust, lijkt weinig logisch. Maar misschien kiest ze voor de weg van de minste weerstand, en voor een taks die technisch vrij makkelijk in te voeren en te innen is. De quick win dus.

De gaten in de vermogensbelasting - zoals het niet belasten van de werkelijke huurinkomsten en van meerwaarden op aandelen - worden niet gedicht. Maar misschien gebeurt dat in de grondige belastinghervorming waarop de regering tegen 2024 mikt en wordt het oude lappendekken dan vervangen door een nieuw exemplaar met een eenvormiger patroon.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud