België moet nog geen dwangsommen betalen voor IS-kinderen

Het vluchtelingenkamp al-Hol, dat door de Koerden in Syrië gerund wordt. ©AFP

In de complexe juridische strijd tussen de Belgische staat en vier leden van de terreurbeweging Islamitische Staat over de repatriëring van hun tien kinderen uit Syrië komt de druk weer bij de ouders te liggen.

De federale overheid krijgt even ademruimte in het getouwtrek rond tien kinderen van leden van de terreurgroep Islamitische Staat (IS), die in een Koerdisch detentiekamp in Syrië zitten. Na een gerechtelijk vonnis was de teller van dwangsommen de voorbije maand blijven oplopen voor elke dag dat België er niet in slaagde de kinderen de juiste documenten te bezorgen en ze veilig te repatriëren naar ons land. De dwangsommen zijn intussen opgelopen tot boven 1,5 miljoen euro, wat bij de publieke opinie en in rechtse politieke kringen heel wat kwaad bloed zette.

De Belgische staat besloot de dwangsommen aan te vechten. Een nieuwe uitspraak - in het dossier lopen de procedures boven, onder en naast elkaar - bepaalt nu dat België de dwangsommen pas moet betalen als de kinderen nog altijd niet terug zijn drie maanden nadat hun ouders er schriftelijk mee hebben ingestemd om de kinderen zonder hen te laten repatriëren.

Daarmee verschuift de rechter de druk van regering naar de ouders. Zij moeten eerst hun kinderen lossen, wat ook de voorwaarde van de Belgische regering is voor repatriëring. De kern van de kwestie is dat België nooit tegen de terugkeer van de kinderen is geweest. Het standpunt van de Belgische regering is altijd geweest dat kinderen onder de tien jaar mochten terugkeren, volwassenen niet. Alleen zijn er drie grote problemen die de terugkeer van de kinderen belemmeren.

Te gevaarlijk

België ondernam ter plekke pogingen via diplomaten om de kinderen documenten te bezorgen, maar uiteindelijk werd het te gevaarlijk bevonden om in oorlogsgebied in Syrië een missie op te zetten. De Koerdische autoriteiten, die het kamp en de omgeving controleren in Syrië, weigeren daarnaast om de moeders van de kinderen te scheiden in de kampen. De moeders weigeren zelf ook gescheiden te worden van hun kinderen.

De rechter verwijt de moeders dat ze met hun houding zelf de terugkeer van hun kinderen in de weg staan.

Voor de volledigheid: drie moeders zitten met hun acht kinderen in het kamp, een Belgische vader van twee andere kinderen zit in een gevangenis in de buurt. Zijn twee kinderen worden door de vrouwelijke IS'ers in hetzelfde kamp opgevangen waar ook hun acht kinderen zitten.

Chantage

De rechter verwijt de moeders dat ze met hun houding zelf de terugkeer van hun kinderen in de weg staan. 'De betrokken ouders instrumentaliseren hun kinderen en trachten met chantagepogingen de inspanningen van de Belgische staat aan te wenden voor de verbetering van hun eigen situatie.'

Daarbij wordt verwezen naar een eerdere uitspraak waar nu op wordt voortgebouwd. In een vonnis in december had de rechter al gesteld dat de ouders in geen geval recht op consulaire bijstand voor zichzelf konden opeisen, omdat zij anders dan hun kinderen doelbewust naar het gewapend conflict in Syrië zijn vertrokken.

Beroep

De advocaat van de moeders en hun kinderen betreurt de beslissing. 'Het is onjuist de aansprakelijkheid bij de moeders te leggen. Het is echt wel de Belgische overheid die verantwoordelijk is om de terugkeer van de kinderen te faciliteren', stelt Abderrahim Lahlali. Hij heeft een maand om tegen de beschikking van de rechter in beroep te gaan.

Sleutelmoment blijft een beslissing ten gronde door het hof van beroep in april. De rechter in beroep zal dan oordelen over de repatriëring van de kinderen, of dat al dan niet met hun ouders moet en of daar dwangsommen aan verbonden worden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud