Advertentie
analyse

Belgische belastingdeals ontbloot

AB InBev-CEO Carlos Brito met toenmalig premier Elio Di Rupo in 2013. AB InBev mocht 80 procent van de winst van de Belgische dochter Ampar belastingvrij houden. ©BELGA

De belastingdeals die België met multinationals sluit, zijn het resultaat van onderhandelingen op het scherp van de snee. Bedrijven mogen soms tot 60 procent van hun winst belastingvrij houden. Maar alleen als ze garanties kunnen geven voor jobs en hoofdkantoren in ons land. ‘Luxemburgse toestanden’ zijn het niet, blijkt uit negen deals die De Tijd kon lezen.

éAl snel na ‘Luxembourg ­Leaks’ volgde de onvermijdelijke vraag: wat met België? Geeft ons land net als Luxemburg belasting­cadeaus aan internationale bedrijven? Zo ja, hoeveel belastingdeals zijn er al gesloten? En mogen we die dan zien? Een fiscaal advocaat vroeg zich openlijk af of het in ­België niet erger is dan in Luxemburg.

De antwoorden sijpelden de voorbije weken mondjesmaat door in de pers en in het parlement. België sloot een lucratieve belastingdeal met AB InBev, klonk het al gauw, waarna bekendraakte dat de voorbije tien jaar nog 60 soortgelijke belastingdeals zijn gesloten.

Dat zijn er flink minder dan de duizenden die Luxemburg sloot. Maar zijn ze vergelijkbaar met de platte deals die de Luxemburgse fiscus afsloot? Dat vernamen we niet. De inhoud van de 60 belastingdeals raakte niet bekend, omdat ze ‘geheim’ zijn. Maar De Tijd kon toch negen van die 60 Belgische belastingakkoorden lezen. Dat gebeurde dankzij gerichte opzoekingen in de openbare databank van de fiscus. De negen belastingakkoorden zijn gesloten tussen januari 2007 en juni 2010.

Wie onderhandelt met wie?

Alle akkoorden zijn gesloten door de Belgische rulingcommissie, een onafhankelijke afdeling bij Financiën. Die heeft haar kantoor in de Wetstraat in Brussel, nabij het parlement en het kabinet van de premier. Acht van de negen deals zijn gesloten met internationale groepen (‘multinationals’).

Een belastingdeal, van 20 april 2010, ­is ­gesloten met een Belgisch bedrijf dat zich heeft omgevormd tot een internationale groep met hoofdzetel in België. De namen van de bedrijven lezen we niet in de negen deals. Het gaat bijvoorbeeld om bedrijf ‘X’ van groep ‘Y die industriële machines ontwikkelt en bouwt’.

Op basis van welke wet?

Alle deals zijn gebaseerd op artikel 185, §2 (b) van de inkomstenbelastingwet. Dat geeft internationale bedrijven de mogelijkheid een deel van hun winst in België be­lastingvrij te houden, maar wel pas na een akkoord met de rulingcommissie. 

Hoeveel belastingen sparen de bedrijven uit?

We wisten al dat AB InBev dankzij zo’n deal meer dan 80 procent van de winst van zijn Belgische dochterbedrijf Ampar belastingvrij mocht houden. Maar die 80 procent blijkt een uitschieter te zijn. In een van de negen belastingdeals, gesloten op 22 december 2009, is sprake van 60 procent van de operationale winst die belastingvrij mag blijven. De rulingcommissie legt nog een voorwaarde op. Als er geen winst meer is om te belasten, belooft het bedrijf elk jaar 2 procent van zijn omzet aan te geven als belastbare winst.

Hoe lang geniet het bedrijf dat belastingvoordeel?

In de negen akkoorden is telkens sprake van vijf boekjaren. Het recentste akkoord dat we konden lezen, zou volgend jaar aflopen. Maar na vijf jaar mag het akkoord verlengd (of bijgestuurd) worden, zolang het bedrijf drie maanden voor de deadline een nieuwe aanvraag indient.

Hoe wordt dat belastingvoordeel verantwoord?

De negen deals volgen dezelfde logica. Het Belgische bedrijf wordt een ‘central entrepreneur’ voor de groep. Het wordt een hoofdkantoor voor een bepaalde divisie van de internationale groep, voor alle ­activiteiten in een deel van de wereld of zelfs voor de hele wereld. Het nieuwe Belgische hoofdkantoor zal daardoor nieuwe kosten maken.

Zo is er in de negen deals sprake van vergoedingen aan fabrieken in andere landen, aan buitenlandse zusterbedrijven die de merkenrechten bezitten, enzovoort. Maar er zullen vooral extra winsten naar België vloeien. Zoals inkomsten van distributeurs in andere landen, vergoedingen door verbonden makelaars, klanten over de hele wereld, enzovoort. Die extra winst haalt het bedrijf in België alleen binnen omdat het een onderdeel is van een internationale groep. Daarom gaat België ermee akkoord die ‘extra winst’ niet te belasten.

Wordt het Belgische belastingvoordeel gecompenseerd met belastingen in andere landen?

Dat is een heikel punt. Waarschijnlijk niet. Want België brengt de andere landen niet spontaan op de hoogte van de belastingvrijstelling. In de negen belastingdeals wordt die verantwoordelijkheid afgewimpeld op basis van een parlementair antwoord dat voormalig minister van Financiën Didier Reynders (MR) daarover gaf in 2005. ‘Het is niet aan de Belgische fiscus om te bepalen bij welke buitenlandse vennootschappen de meerwinst moet worden opgenomen in de (belastbare) winst.

Als de belastingdeals dienen om een ‘dubbele belasting’ van de bedrijven in verschillende landen tegen te gaan, is in de praktijk vaak sprake van een dubbele ‘niet-belasting’.

Zijn het schijnconstructies?

Het valt op dat elke deal begint met concrete economische plannen. Ook het percentage van de winst dat belastingvrij mag blijven, is geen nattevingerwerk. Er gaan complexe en dure verrekenprijsstudies aan vooraf op basis van gespecialiseerde databanken, zoals ‘Damodaran’, ‘Royaltystat’ of ‘Amadeus’.

Een deal van 29 juni 2010 baseert de berekening van het belastingvoordeel op een vergelijking met de prestaties van 111 soortgelijke bedrijven gedurende twee jaar. De vergoedingen aan andere bedrijven van de groep voor klantenlijsten, producten enzovoort worden berekend op basis van OESO-normen. In een deal van april 2010 moet het bedrijf het afgesproken percentage al in het derde jaar herberekenen op basis van de werkelijke cijfers tijden de twee eerste jaar.

Al die berekeningen moeten de deals beschermen tegen aanvallen van andere landen die door de deal belastingen en winsten verliezen.

Wat verdient België aan de akkoorden?

In de deal van juni 2010 staat dat de internationale groep herstructureert en dat daarbij ontslagen vallen. Maar dankzij de deal ontsnapt België daaraan. Er komen hier zelfs jobs bij, omdat twee divisies van de groep voortaan centraal beheerd zullen worden vanuit een hoofdkantoor in België.

In een akkoord van 13 januari 2009 staat dat de reorganisatie een tiental extra banen zal opleveren in België. Een deal van december 2009 zegt dat zowel topmanagers als middenkaders naar België komen. De deal met AB InBev zou ons land zelfs 150 extra werknemers hebben opgeleverd, omdat de aankoopdienst van de biergroep in Brazilië verhuisde naar ons land.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud