Belgische jobmotor sputtert

©BELGAIMAGE

De nieuwe Vlaamse en Waalse regeringen slagen er wellicht niet in een belangrijke doelstelling van hun regeerakkoord te realiseren: jobs, jobs, jobs.

De uitzonderlijk snelle stijging van de werkgelegenheid lijkt voorbij. Dat blijkt uit de economische vooruitzichten van de Nationale Bank. Die ziet de groei van het aantal jobs dalen van gemiddeld 69.700 per jaar in de voorbije drie jaar naar gemiddeld 34.100 in de komende drie jaar. Onder de regering-Michel kwamen er in vijf jaar ruim 316.000 jobs bij. De volgende regering kan dat niet herhalen.

‘De tragere toename van de werkgelegenheid is niet alleen te wijten aan de lagere economische groei’, signaleert de Nationale Bank. Ook de snellere stijging van de loonkosten en de krapte op de arbeidsmarkt spelen een rol.

Krapte

De hogere loonkosten maken het minder aantrekkelijk extra personeel aan te werven. De toenemende krapte op de arbeidsmarkt maakt het steeds moeilijker sommige vacatures in te vullen. De werkloosheidsgraad daalde in 2019 naar 5,5 procent van de beroepsbevolking, het laagste peil sinds de jaren 70. Hij blijft de komende jaren zeer laag.

De vertraging van de jobcreatie betekent dat de Vlaamse en Waalse regeringen wellicht niet slagen in hun doel de werkgelegenheidsgraad tegen 2024 met 5 procentpunten te verhogen. Om de Belgische werkzaamheidsgraad in de pas gestarte regeerperiode met 5 procentpunten op te trekken moet ons land elk jaar meer dan 50.000 banen creëren.

In de vooruitzichten valt ook op dat de groei in 2019 veel minder daalt dan in de rest van de eurozone. ‘De Belgische economie is verrassend robuust’, zegt de Nationale Bank. De groei is dit jaar een fractie hoger dan het Europees gemiddelde.

Hoge overheidsuitgaven

Er zijn verscheidene redenen waarom de Belgische economie relatief veerkrachtig is, signaleert Geert Langenus, een econoom van de Nationale Bank. ‘Een mogelijke verklaring zijn de hogere overheidsuitgaven. Bovendien is het aandeel van de industrie in de Belgische economie lager dan het Europese gemiddelde.’ De industrie heeft meer dan de dienstensector last van de handelsconflicten en van de afkoeling van de wereldeconomie.

Langenus merkt op dat de Belgische industriële bedrijven minder te lijden hebben onder de groeivertraging. ‘Ons land heeft een grote farmasector, die minder conjunctuurgevoelig is. En België heeft een kleinere autosector.’

De Nationale Bank ziet de groei geleidelijk dalen van 1,3 procent in 2019 naar 1 procent in 2022. Daardoor zal de groei vanaf 2021 weer lager zijn dan het Europees gemiddelde. Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, herinnerde eraan dat de Belgische economie meestal minder profiteert van een internationale heropleving, maar beter standhoudt tijdens een internationale groeivertraging. Dat is onder meer een gevolg van de hoge overheidsuitgaven, die de schommelingen afvlakken.

De Nationale Bank bevestigt dat de koopkracht toeneemt. In 2019 stijgt de koopkracht per Belg met een forse 2,2 procent. Dat is vooral te danken aan de hogere reële lonen, de stijging van de werkgelegenheid en de taxshift. De volgende jaren zal de stijging van de koopkracht veel kleiner zijn. Toch verwacht de Nationale Bank dat de Belg in 2022 zowat 5 procent meer kan spenderen dan in 2018.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud