Advertentie
nieuwsanalyse

Belgische medisch specialist bij betere verdieners in Europa

Radiologie ©Rob Huibers/Hollandse Hoogte

Een breed front schaart zich achter de afschaffing van de extra vergoeding die specialisten aanrekenen bij een behandeling in een eenpersoonskamer. ‘Maar dat kan enkel als ook de ziekenhuisfinanciering wordt hervormd’, valt te horen.

Op het artsensyndicaat BVAS na willen zowat alle spelers in de gezondheidszorg korte metten maken met de ereloonsupplementen in eenpersoonskamers. Die supplementen zijn de extra vergoeding die artsen kunnen aanrekenen bovenop het algemeen geldende tarief. Sinds 2013 kunnen ze zo’n extraatje enkel nog factureren aan patiënten die in een eenpersoonskamer worden behandeld. Voor ingrepen bij patiënten die in een kamer voor twee of meer personen liggen, moeten ze zich houden aan het standaardtarief.

De Tijd bracht afgelopen weekend aan het licht dat steeds meer specialisten zich in bochten wringen om alleen nog patiënten uit eenpersoonskamers te behandelen, hoewel dat eigenlijk niet mag. Ingrepen bij patiënten in een kamer met twee of meer bedden worden vaker overgelaten aan assistenten. Voor gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent) en de meeste spelers in de gezondheidszorg ligt de oplossing dan ook voor de hand. ‘Schaf die supplementen af’, schreef Annemans gisteren in een opiniestuk in de krant De Morgen.

Wat is een ereloonsupplement? 
Ereloonsupplementen zijn de extra vergoeding die artsen aanrekenen bovenop het algemeen geldende tarief voor een geneeskundige prestatie. Het zijn de artsen en de ziekenfondsen die de tarieven vastleggen. Artsen kunnen kiezen of ze zich bij die akkoorden aansluiten. Degenen die dat doen, zijn de geconventioneerde artsen. Ze verbinden zich ertoe geen ereloonsupplementen aan te rekenen.

Wanneer worden ereloon-supplementen aangerekend?
Bij een gewone consultatie kunnen enkel artsen die zich niet conventioneren een extra vergoeding aanrekenen. Hetzelfde geldt voor een dagopname in het ziekenhuis, ongeacht in wat voor kamer de patiënt verblijft. Voor een langer verblijf gelden andere regels. In een tweepersoonskamer mogen artsen nooit een ereloonsupplement aanrekenen. In een eenpersoonskamer mogen alle artsen dat, ongeacht of ze geconventioneerd zijn of niet.

Hoeveel rekenen artsen aan?
Uit de ziekenhuisbarometer van het christelijke ziekenfonds CM blijkt dat een opname in een tweepersoonskamer gemiddeld 281 euro kost. Bij een eenpersoonskamer is dat gemiddeld 1.391 euro. Het verschil zijn de ereloonsupplementen die artsen kunnen aanrekenen.

Al wijst Annemans erop dat het schrappen van de ereloonsupplementen enkel mogelijk is als de volledige ziekenhuisfinanciering wordt hertekend. Peter Degadt, de topman van de ziekenhuiskoepel Zorgnet Vlaanderen, zit op dezelfde lijn. ‘Ik zou niet liever hebben dan dat de ereloonsupplementen verdwijnen, maar als we dat nu plots snel doen, gaan veel ziekenhuizen kopje-onder.’

Niet alleen de artsen, maar ook de ziekenhuizen varen immers wel bij de ereloonsupplementen. Artsen dragen zo’n 40 procent van hun inkomen af aan het ziekenhuis waarin ze aan de slag zijn. Zo helpen ze de financiële putten van de instellingen te dempen. Al lukt dat steeds minder, want intussen zitten zowat vier op de tien ziekenhuizen in de rode cijfers. Zonder de ereloonsupplementen in een eenpersoonskamer zouden de verliezen nog veel groter zijn. In dat geval zouden de ziekenhuizen elders moeten besparen, bijvoorbeeld op de verpleging, en dat wil niemand.

Ziekenhuishervorming

Naast de ziekenhuizen pleiten ook de ziekenfondsen voor de afschaffing van de ereloonsupplementen in eenpersoonskamer. Al vinden ook zij dat zoiets enkel kan gebeuren als onderdeel van een grote hervorming van de ziekenhuisfinanciering. ‘Zo’n hervorming zal evenwel nog minstens vijf jaar op zich laten wachten’, zegt Marc Justaert, de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit (CM). ‘In afwachting aanvaarden we dat de ereloonsupplementen worden aangerekend in eenpersoonskamers, al willen we wel dat die binnen de perken blijven.’ Het socialistische ziekenfonds zit op dezelfde lijn.

Ook bij de artsenvakbonden is er begrip voor het pleidooi van Lieven Annemans. ‘We gaan alvast niet per definitie dwarsliggen’, zegt Reinier Hueting, de voorzitter van de artsenvakbond ASGB. BVAS, de grootste artsenvakbond, is wél tegen. ‘Het lijkt me logisch dat wie zélf zijn arts wil kiezen en op een eenpersoonskamer gaat liggen een meerprijs betaalt’, stelde voorzitter Marc Moens op Radio 1. ‘Mensen die de meerprijs niet willen betalen, kunnen niet kiezen. Maar ze worden wel zo goed als gratis behandeld.’ Volgens Moens is het voor artsen nodig af en toe ereloonsupplementen aan te rekenen om een gelijkaardig inkomen te vergaren als specialisten in de buurlanden.

Dure radiologen

Een Europese vergelijking wijst uit dat onze specialisten geen slechte verdieners zijn. Ze verdienen 6,2 keer meer dan de gemiddelde Belg. Na aftrek van de afdrachten aan het ziekenhuis verdient een specialist nog altijd 3,7 keer meer. In Nederland en Oostenrijk verdienen specialisten meer, in Frankrijk en Duitsland minder.

461.000
Een Vlaamse radioloog verdient bruto 461.000 euro per jaar. Dat is meer dan dubbel zoveel als een geriater.

Al zijn de verschillen tussen de verschillende specialismen groot. Technici worden omwille van historische redenen zeer goed betaald, terwijl intellectuele prestaties veel minder worden vergoed. Zo verdient een Vlaamse radioloog na afdrachten aan het ziekenhuis gemiddeld 461.000 euro bruto per jaar. Bij een klinisch bioloog, die in een labo afwijkingen in bijvoorbeeld het bloed van een patiënt onderzoekt, is dat gemiddeld 431.000 euro. Geriaters, pediaters en longspecialisten strijken met gemiddeld net geen 200.000 euro bruto per jaar een pak minder op.

‘Dergelijke grote verschillen zijn ongehoord’, zegt Annemans. Hij pleit er dan ook voor om het totale bedrag dat naar artsen gaat - dus ook de ereloonsupplementen - te herverdelen. Ook Hueting zit op die lijn. ‘We moeten op zoek naar een nieuw, objectief criterium om loonverschillen tussen artsen te rechtvaardigen.’

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) bereidt samen met de sector een grote hervorming van de ziekenhuizen voor. ‘We overleggen met de artsen, de ziekenhuizen en de ziekenfondsen over het hertekenen van de ziekenhuisfinanciering. Om de kansen op een duurzaam akkoord gaaf te houden, onthouden we ons van commentaar over het al dan niet afschaffen van de ereloonsupplementen.’

Stelt u zich even voor dat u voor krek dezelfde inspanning geen 100 euro maar 200 euro krijgt. Wat zou u doen? Sommige gespecialiseerde artsen staan voor die keuze. Omdat ze hen meer kunnen aanrekenen, geven ze voorrang aan patiënten die kiezen voor een eenpersoonskamer in het ziekenhuis.

Kunnen we het de betrokken dokters kwalijk nemen dat ze voor de centen kiezen? Volgens de Orde van Geneesheren wel, want die heeft geoordeeld dat artsen patiënten niet mogen voorlaten op basis van financiële argumenten. Maar meer dan bij de betrokken artsen is de schuld te zoeken bij de manier waarop onze gezondheidszorg is georganiseerd. Het gekrakeel over de ereloonsupplementen is een zoveelste bewijs dat de ziekenhuisfinanciering mank loopt en zelfs tot perverse effecten leidt.

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) heeft een groot politiek risico genomen door een grote hervorming van de ziekenhuisfinanciering aan te kondigen. De belangrijkste spelers - artsen, ziekenhuizen en ziekenfondsen - zitten immers niet op dezelfde lijn. Een belangrijk deel van de artsen heeft bovendien geen zin om hun privileges op te geven. Laat ons hopen dat De Block haar eigen verleden - ze is zelf huisarts - kan gebruiken om hen over de streep te trekken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud