De 'annex' die de fiscale experts verdeelt

©Photo News

Sommige voorstellen van de experts van de Hoge Raad van Financiën zijn zo verregaand, dat er geen consensus over is. Een overzicht.

De Tijd kon die nota inkijken en vaststellen waarom hij in de Hoge Raad controverse uitlokt. Het is een blauwdruk voor een fiscale tabula rasa. Met mogelijk winnaars en verliezers.

1. Werken wordt aantrekkelijker

Op het eerste gezicht worden de werknemers met de laagste lonen inderdaad winnaars als het radicale voorstel wordt uitgevoerd. Door de belastingvrije som op te trekken en de promotieval weg te werken die ontstaat als iemand door een loonsverhoging niet langer in aanmerking komt voor een werkbonus, maakt dit plan werken duidelijk aantrekkelijker. Zo beantwoordt het aan de doelstelling om meer mensen aan het werk te krijgen.

2. Weg met koterijen

Vereenvoudigen doet het plan ook, zoals gevraagd door de ministers. Maar in het woud van fiscale aftrekken en gunstregimes voor werkenden wordt wel erg duchtig gekapt. Dat de maaltijdcheque, de ecocheque en de sport- en cultuurcheque op de schop gaan, zullen weinigen echt betreuren. Op die koterijen bestaat al lang kritiek.

De afschaffing van het fiscale voordeel voor dienstencheques is al een stuk verregaander. De Vlaamse regering beperkt zich voorlopig tot een kleine verlaging. Ook het recent ingevoerde gunstregime voor de winstpremie gaat op de schop, net als het voordeelregime voorauteursrechten, jeugdtrainers en scheidsrechters én de flexi-jobs. De liberalen zullen daar niet blij mee zijn.

Wordt ook geschrapt: het voordeelregime voor salariswagens. In de plaats van het Voordeel Alle Aard (VAA) stellen de experten voor het reële voordeel van een auto te belasten volgens de tarieven van de personenbelasting en de sociale zekerheid. Dat kan een bedrijfswagen makkelijk tot vijf keer duurder maken. Om bedrijven en werknemers de tijd te geven zich aan te passen, stellen de experten voor de aanpassing te spreiden over vijf à tien jaar.

In dezelfde categorie worden ook de vrijstelling voor woon-werkverkeer en het VAA op de bedrijfsfiets geschrapt, net als de belastingvermindering voor elektrische wagens, dakisolatie en de renovatie van huurwoningen. De aftrekbaarheid van het beroepsmatig gebruik van een auto blijft wel bestaan.

Pittig is ook dat de werkelijke beroepskostenaftrek voor werknemers en bedrijfsleiders zou verdwijnen. De auteurs vinden dat de taxshift de forfaitaire beroepskostenaftrek aantrekkelijk genoeg heeft gemaakt. Gedaan dus met het inbrengen van restaurantbonnetjes en internetabonnementen.

Maar de zwaarste hervorming in de categorie ‘werken’ is dat wordt gedacht aan de afbouw en mogelijk de afschaffing van het regime waarbij de bedrijfsvoorheffing niet wordt doorgestort. Dat systeem werd onder de regering-Verhofstadt uitgebouwd om de loonkosten te drukken in de auto- en farmasector en is na meerdere uitbreidingen vandaag goed voor een lastenverlaging van 3 miljard euro. Volgens de auteurs is het echter gerechtvaardigd daarmee te kappen omdat de regering-Michel de werkgeversbijdrage heeft verlaagd tot 25 procent.

3. Meerwaarde belast, korting voor dividenden

De grootste bijsturing gebeurt voor de vermogens en het kapitaal. Uiteraard duikt de veelbesproken belasting op de meerwaarde van aandelen op, zij het aan een bescheiden tarief: 15 procent. Voor aandelen die binnen het jaar verkocht worden, is dat 25 procent. Historische meerwaarden zouden niet in rekening geworden genomen en er zou ook rekening worden gehouden met minwaarden.

Eveneens opmerkelijk is dat de roerende voorheffing op dividenden in het plan gehalveerd wordt, van 30 naar 15 procent. Volgens de voorstanders in de Hoge Raad wordt daarmee het schrappen van de lastenverlaging via de bedrijfsvoorheffing gecompenseerd. Ook voor de liquidatiereserve wordt gedacht aan een tarief van 15 procent.

Helemaal nieuw is de behandeling van onroerend goed. Wie een huis verhuurt, zou voortaan 30 procent betalen op de werkelijke huurinkomsten. Nu worden verhuurders belast op het geïndexeerd en met 40 procent verhoogd kadastraal inkomen, wat vaak lager ligt dan de reële huurwaarde. De meerwaarde bij de verkoop van een huis dat niet de eigen woning is, zou aan 15 procent worden belast, met aftrek van de renovatiekosten.

4. Nieuwe korf voor langetermijnsparen

Nog een gevoelig punt is de hervorming van de stelsels van langetermijnsparen. De experten denken eraan één globale korf van 3.000 euro te maken met een uniforme belastingvermindering van 30 procent voor de premies van individuele levensverzekeringen, de betalingen voor pensioensparen, de verwerving van werkgeversaandelen, aandelen in startende bedrijven en de aflossing van een hypothecaire lening. Dat klinkt wat krap, maar dat is relatief. De woonbonus dooft uit en dus komt er ruimte vrij in de korf.

Het gevoelige punt is dat de fiscale stimulans voor het uitkeren van groepsverzekeringen, pensioenspaargeld en levensverzekeringen in kapitaal wegvalt. Wie nu op zijn 65ste zijn groepsverzekering in cash opneemt, betaalt daar 10 procent belastingen op, wie dat op zijn 62ste doet 16,5 procent. De experten stellen voor alleen nog een gunstregime toe te staan aan wie kiest voor het systeem van pensioenrente, waarbij maandelijks een bedrag wordt toegevoegd aan het wettelijk pensioen. Kapitaal zou dan worden belast volgens de gewone tarieven van de personenbelasting. ‘De engagementen uit het verleden blijven wel behouden’, staat te lezen.

Om te verhinderen dat de hervorming van de vermogensbelasting tot een massale ‘vervennootschappelijking’ leidt, pleiten de auteurs ervoor het minimumloon op te trekken dat een vennootschap moet uitbetalen aan haar bedrijfsleider. Een handelsingenieur die een vennootschap opricht, zou zichzelf een loon moeten uitbetalen dat vergelijkbaar is met wat een handelsingenieur als werknemer verdient.

Politieke splijtstof

In de Hoge Raad voor Financiën luidt bij de tegenstanders de kritiek dat het voorstel neerkomt op een transfer van de betere middenklasse, die spaart en onderneemt, naar de lagere inkomens.‘In een land waar de ongelijkheid beperkt is en de lasten op de hogere inkomens en kapitaal al hoog zijn, is dat minder evident dan het klinkt.’

Dat er over deze uitgewerkte versie van een dual income tax geen consensus is, betekent echter niet dat het plan zonder belang is. Integendeel: voor partijen die al langer pleiten voor fiscale rechtvaardigheid, een meerwaardebelasting op aandelen of het inperken van het regime van de salariswagens kan de ‘annex’ het wapen zijn waarmee ze bij regeringsonderhandelingen hun ideeën proberen door te drukken.

Het zou niet de eerste keer zijn dat gevoelige hervormingen worden doorgedrukt met als argument dat ze werden aanbevolen door experten. Denk aan de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. Cherrypicking heet dat. Voor de liberalen en de N-VA lijkt deze hervorming moeilijker te slikken, al hebben ook die partijen altijd gezegd dat een meerwaardebelasting eventueel kan als element van een totale hervorming van de personenbelasting. Misschien verklaart dat waarom een van de bedenkers van de fiscale tabula rasa in de Hoge Raad van Financiën een N-VA-stempel draagt.

Niettemin blijft de vraag of het ooit tot een totale vereenvoudiging van ons belastingstelsel komt. De hervorming zou er komen op een moment dat de begroting al zwaar deficitair is, er enorme klimaatuitdagingen zijn die fiscale stimuli vergen, de economie niet geweldig draait en lobbygroepen dus extra op hun qui-vive zijn. Om het met de woorden van gewezen minister van Financiën Didier Reynders (MR) te zeggen: ‘In het fiscale woud van aftrekken en uitzonderingsregimes schuilt achter elke boom een hond met scherpe tanden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud