De balans: advocaat Abderrahim Lahlali

Advocaat Abderrahim Lahlali. ©BELGA

In de kwestie van de dwangsommen die de overheid aan kinderen van IS-strijders moet betalen, kwam het deze week tot een beslag bij de ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken. Hier maakt hun advocaat Abderrahim Lahlali (41) zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Mijn rechtvaardigheidsgevoel. Ik heb van jongs af moeten vechten, letterlijk en figuurlijk. Ik groeide met weinig op en werd soms onrechtvaardig behandeld. In het derde leerjaar maakte meester Henri me duidelijk dat ik anders was. Hij vernederde me, en heeft me fysiek mishandeld. Thuis durfde ik dat niet te vertellen. Op den duur neem je zelf aan: ik ben een stoute jongen. Ook in mijn studententijd werd ik geconfronteerd met discriminatie. Ik nam me voor te zorgen dat mijn kinderen niet hetzelfde lot zouden ondergaan.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

Ik heb van jongs af moeten vechten, letterlijk en figuurlijk.

‘Mijn ouders komen op één. Mijn vader, zeer laaggeschoold, liet in 1966 alles achter om naar België te komen. Mijn moeder kwam in 1973. Zij is analfabeet. Acht kinderen laten studeren, was een enorme inspanning. Vaak werden vakanties overgeslagen om schoolboeken te kunnen kopen. We zijn uiteindelijk allemaal op onze poten terechtgekomen.’
‘Ook mijn vriend Mohamed El Omari is cruciaal. Ik ken ik
hem haast mijn hele leven. Zoals ze me in het zesde leerjaar ASO afraadden, zo raadde het toenmalige PMS me later de universiteit af. ‘Te weinig ondersteuning thuis’, klonk het. Oorspronkelijk zou ik aan de hogeschool sociale agogiek studeren. Dan twijfelde ik: zou ik toch criminologie doen?
In de zomer van 1997 nam Mohamed me mee naar de Universiteit Gent, waar de handboeken van alle richtingen stonden. Hij nam mijn identiteitskaart en schreef me in voor rechten - hij zat al in het derde jaar. Ikzelf durfde niet, uit gebrek aan zelfvertrouwen.’
‘Als advocaat ben ik mijn medewerkers dankbaar. Ik ben maar zo sterk als zij zijn.’

Waarin investeert u zelf?

‘Ik geef een stem aan de stemlozen: de kwetsbaren en de verworpenen. De kinderen over wie het nu gaat, behoren tot de eerste categorie. Als ik hoor wat over hen wordt gezegd, denk ik dat we ons een spiegel moeten voorhouden over hoe het zit met onze humane waarden. Misdadigers behoren tot de verworpenen. De tijd waarin we mensen in de vergeetput gooiden, is voorbij. Ik lees zo weinig mogelijk wat op sociale media verschijnt, maar als we dat toepassen, is onze rechtsstaat verloren. Criminelen moeten ter verantwoording worden geroepen. Maar iedereen heeft recht op verdediging, wat hij of zij ook heeft gedaan. Ik verdedig nooit de daden, wel de mens erachter.’
‘De balans met mijn gezinsleven ligt moeilijk. Als het kan, breng ik mijn dochters van drie en vijf naar school. Maar vaak zie ik ze alleen ’s avonds in het weekend. Ik schiet tekort, en dat knaagt. Gelukkig is mijn vrouw begripvol. Zij is van onschatbare waarde.’

Gaat u soms in het rood?

‘Ja en nee. Mensen beseffen niet welk titanenwerk in een dossier kruipt. Mijn werk heeft ook een enorme impact op
mijn familie - die leest wel wat op sociale media verschijnt.
Dat ik een kogelbrief in de bus kreeg, stond al online vóór ik thuiskwam. Dat ik word doodgewenst en word vereenzelvigd met cliënten doet me soms twijfelen: hang ik mijn toga aan
de haak? Maar ik heb niet gestudeerd om me te laten leiden door wat anderen denken over mij.’

Schrijft u soms mensen af?

‘Nee. Ik heb oog voor de wandaden. En ook al hebben die een onomkeerbare weerslag op anderen: in elk mens zit of zat enige goedheid. Over meester Henri heb ik veel nachtmerries gehad. Maar ook hem geef ik niet op. Dan is mijn vertrouwen in de mensheid verloren.’

Staat er winst op uw balans?

‘Ik voel me gezegend: ik en mijn naasten zijn gezond. Voorts heb ik niet veel nodig voor een positieve balans. Toch ben ik terughoudend. Het grote verlies loert om elke hoek. Op een nacht in 2012 werd ik gebeld na een ongeval. In een auto zat een vrouw met haar moeder, haar broer en haar twee kinderen. Een dronken bestuurder was er met zijn sportwagen frontaal op ingereden. Eén kindje overleefde. De ellende die ik zag toen ik in het ziekenhuis de man van de bestuurster ontmoette,
is niet te peilen. Ik besef dat je niet moet denken dat je het gemaakt hebt. De omslag kan zich in een vingerknip voordoen. Daarom ook pluk ik de dag.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud