De illusie dat het ook makkelijk kon, is weg

N-VA-voorzitter Bart De Wever wilde eerst de Vlaamse regering vormen en dan met die partijen de federale. Eigenlijk stapt de PS van Elio Di Rupo nu voor een deel mee in die logica. ©BENOIT DOPPAGNE/Belga

Er waren twee scenario’s om net zoals in 1999 in heel het land dezelfde coalitie op de been te brengen, maar die hebben nu allebei afgedaan. En dus dreigen we af te glijden naar het scenario van 2010, toen het 541 dagen duurde voor er een regering uit de bus kwam.

De partijvoorzitters Elio Di Rupo (PS), Benoit Lutgen (cdH) en Olivier Maingain (FDF) hebben gisteren, anderhalve week na de verkiezingen, de openingszet gedaan in het schaakspel van de regeringsvorming. In Franstalig België zetten ze onderhandelingen voor een centrumlinkse regering in gang. Een ding is al zeker: 2014 is 1999 niet. Ook toen spraken we van de moeder aller verkiezingen, omdat alle parlementen tegelijk werden verkozen. Maar toen trad wel overal dezelfde paars-groene meerderheid aan. Dat zal nu niet het geval zijn.

Een tweede conclusie is dat voor de federale regering alle mogelijkheden open liggen. Want een rooms-rode coalitie voor heel het land haalt geen meerderheid. De PS heeft geschaakt op het bord van de deelstaten, maar kan haar coalitie niet doortrekken naar de Kamer en naar Vlaanderen. Daardoor zijn drie belangrijke scenario’s mogelijk.

Scenario 1: centrumrechtse coalitie

Een eerste ‘makkelijk’ scenario, zeker vanuit Vlaanderen bekeken, was centrumrechts. In het Vlaams Parlement besturen dan de N-VA en CD&V, eventueel met de liberalen erbij. In de Kamer zou dan dezelfde coalitie van de N-VA, christendemocraten en liberalen kunnen, net zoals in het Waals en Brussels Parlement.

In alle parlementen dezelfde coalitie had het voordeel van de duidelijkheid, maar de PS en het cdH hebben daar dus anders over beslist. Een centrumrechtse meerderheid was sowieso krap in het Waals Parlement en had in de Kamer aan Franstalige kant geen meerderheid. Op papier is die grote droom van de N-VA dus mogelijk.

De grote vraag is nu of we dit scenario helemaal mogen uitsluiten? Het cdH beweert dat er niets beslist is over de federale regering en dat het er dus de handen vrij heeft. Lutgen beweert ook dat zijn lot niet verbonden is met dat van de PS, ook al gaat hij nu met hen in zee voor de deelstaatregeringen. Sommigen bij het cdH willen ook bewijzen dat de partij een centrumpartij is, die zowel met links als met rechts kan regeren. Wat eveneens opvalt: nergens in de communicatie van de PS en het cdH werd gisteren iets gezegd dat de gesprekken over de federale regering in een bepaalde richting stuurt.

Samengevat, de deur naar een centrumrechtse federale regering is niet formeel gesloten. Maar ze staat wel op een heel klein kiertje.

Een variatie op de centrumrechtse coalitie is dat de N-VA, CD&V en Open VLD regeren met alleen de MR erbij, zonder het cdH. In theorie heeft die coalitie een meerderheid, maar je kan moeilijk regeren als je in de Kamer maar een derde van de Franstalige zetels hebt.

Scenario 2: klassieke tripartite

De klassieke tripartite is het tweede snelle scenario. Ook die coalitie haalt in alle parlementen van het land een meerderheid. Even kon je gisteren denken dat Guy Vanhengel (Open VLD) in Brussel de openingszet in die richting gaf, maar daarvoor wegen de Brusselse Vlamingen te licht. De openingszet komt uit Franstalig België: centrumlinks, zonder de liberalen.

Daarmee toont de PS dat ze haar openingszet op het schaakbord van de deelstaten doet. Ze had ook in Wallonië en Brussel kunnen kiezen voor een klassieke tripartite en zo het signaal kunnen geven dat ze ook in de Kamer een anti-N-VA-regering wilde hebben. De partijen van Di Rupo I hebben hun meerderheid immers met één zetel verstevigd.

Maar dat gebeurt dus niet en daarmee is het meest openlijke anti-N-VA-scenario eveneens begraven. Al kan je het niet uitsluiten dat het in de Kamer toch nog die kant uitgaat. Als we opnieuw naar 500 dagen gaan en de PS en de N-VA houden elkaar net zoals in 2010 in een wurggreep, dan moet uiteindelijk een van de twee er worden afgereden. Als dat dan toch de N-VA wordt, is de klassieke tripartite het meest logische alternatief.

Scenario drie: weerspiegeling van de deelstaten

Aangezien één coalitie voor heel het land er niet meer in zit, is het logisch dat de grootste Vlaamse en Franstalige partij aan zet blijven. En aangezien de samenstelling van de Franstalige deelstaatregeringen dus al beslist is, is het logisch onderhandelingen te beginnen over een ‘confederale’ regering die de coalities in de deelstaatregeringen weerspiegelt. N-VA-voorzitter Bart De Wever is daar voor. Hij heeft altijd gezegd dat hij eerst de Vlaamse regering wil vormen en dan met die partijen de federale. Nu de PS haar openingszet op het schaakbord van de deelstaten doet, stapt ze dus voor een deel mee in die logica.

In theorie klinkt een ‘confederale regering’ logisch, maar in de feiten betekent het dat de N-VA en de PS elkaar opnieuw treffen. Net zoals in 2010 dus, toen het 541 dagen duurde voor er een regering was.

Want uiteindelijk is dat de belangrijkste strijd in de formatie van de federale regering. Wie wint, de PS of de N-VA? In een interview in De Tijd vlak voor de verkiezingen legde De Wever uit dat de federale regeringsonderhandelingen erop neer komen dat ofwel de N-VA de PS moet elimineren, ofwel omgekeerd.

Net daarom boden de twee scenario’s om in heel het land dezelfde coalitie te hebben - tripartite of centrumrechts - de kans om snel te gaan. Ofwel ging de PS er overal uit, ofwel de N-VA overal. Anders gezegd: ofwel trok Franstalig België alle coalities naar de PS toe, ofwel trok Vlaanderen alle coalities in België naar centrumrechts.

Maar die strijd eindigt dus onbeslist. Niemand laat zich op dit moment aan de kant duwen. In Franstalig België regeert centrumlinks, in Vlaanderen moet het al gek lopen om niet op centrumrechts uit te komen. Die twee zullen dus opnieuw botsen in de federale regering.

2014 is niet 1999. Het lijkt eerder 2010.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud