De reanimatiekamer wordt een reddingsboei

Vandaag treedt de vernieuwde wet op de continuïteit van ondernemingen in werking. Minister van Justitie, Annemie Turtelboom (Open VLD), rekent erop dat bedrijven voortaan sneller hun problemen detecteren en daardoor zichzelf tijd geven om ze ook aan te pakken.

Bedrijven in problemen kunnen zich tijdelijk beschermen tegen hun schuldeisers door aan de rechter toelating te vragen om eventjes hun facturen niet te moeten betalen. Maar in plaats van die procedure te zien als een reddingsboei gebruiken de meeste ondernemingen ze in de praktijk als een reanimatiekamer: wanneer het al te laat is.

Dat is de teneur achter de vernieuwde Wet Continuïteit Ondernemingen die vandaag in werking treedt. Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) en Eric Van den Broele van het zakendatabedrijf Graydon gaven gisteren toelichting.

Uit de cijfers van Graydon blijkt namelijk dat de meeste bedrijfsleiders vaak veel te laat inzien dat hun onderneming in de problemen zit. In de nieuwe wetgeving is daarom een sleutelrol weggelegd voor de cijferberoepen, zoals boekhouders en revisoren. Zij krijgen de opdracht om het bedrijf in kwestie te alarmeren, en kunnen die info ook aan de rechtbank van koophandel overmaken. Jaarlijks vragen 1.200 tot 1.300 bedrijven bescherming tegen hun schuldeisers. Daarvan gaan zeven op de tien uiteindelijk toch failliet, leren de cijfers over de dossiers die al het langst lopen.

Een van de sectoren waar de Wet Continuïteit Ondernemingen de voorbije jaren wél efficiënt werd gebruikt, legde Van den Broele uit, is de metaalsector. In 2008 verscherpten de grote staalmultinationals hun betalingsvoorwaarden, waardoor kleinere spelers in cashmoeilijkheden kwamen, ook al waren ze fundamenteel gezond. Door tijdelijke bescherming tegen schuldeisers te vragen doorspartelden ze die periode.

De bescherming tegen schuldeisers op punt stellen, blijkt een moeilijke oefening. Voor 2009 gold nog een andere regeling, die echter niet door elke rechtbank even systematisch werd benut. In de regeling die in 2009 van start ging en gisteren afliep, was die evenwichtige spreiding er wel. Het belangrijkste knelpunt bleef echter dat bedrijven te lang wachten, zei minister Turtelboom, ‘waardoor het faillissement onafwendbaar was geworden’. De nieuwe regeling moet dat euvel nu verhelpen.

Terwijl de horecasector doorgaans de toppen scheert in de faillissementscijfers, is dat niet het geval bij de bescherming tegen schuldeisers. Vooral de bouw en de dienstverleners aan bedrijven maken het meest gebruik van de Wet Continuïteit Ondernemingen.

Wél blijkt uit de rechtspraak voor de periode 2009-juli 2013 dat niet iedere rechter even streng is bij het toestaan van de bescherming. De voorbije jaren bleek dat een bedrijf dat van de rechtbank van koophandel in Dendermonde bescherming tegen schuldeisers kreeg, in 72 procent van de gevallen al failliet werd verklaard. Dat percentage loopt wellicht nog op, omdat ook bedrijven die bijvoorbeeld nog maar een maand geleden bescherming kregen, in die cijfers zitten. De kans is reëel dat ook uit die dossiers nog faillissementen volgen.

In Oudenaarde blijkt de kans op een faillissement na bescherming - wat de Vlaamse rechtbanken betreft - het kleinst. ‘Ik heb al geweten dat een bedrijf daarvoor speciaal verhuist’, zei Van den Broele gisteren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud