Een op de twee jobs ontstaat in een vzw

Vooral de ziekenhuis- en welzijnswereld bestaat uit vzw’s. ©Jef Boes

De non-profitsector is een onderschatte jobmotor. De voorbij tien jaar creëerden vzw’s 45 procent van de privéjobs, blijkt uit data van Graydon.

In een almaar groter deel van de Belgische economie wordt niet geprobeerd winst te maken om investeerders voor hun kapitaal te vergoeden. Vzw’s, voluit verenigingen zonder winstoogmerk, spelen een steeds grotere rol in ons land, blijkt uit een studie van het databedrijf Graydon.

Ze zijn een steeds krachtigere jobmotor. Van alle banen die privé-bedrijven de voorbije tien jaar creëerden, ontstond 45 procent in de non-profitsector. ‘Ook die organisaties maken deel uit van het DNA van het Belgische ondernemerschap’, zegt Eric Van den Broele van Graydon.

Vzw’s zijn wel degelijk ondernemingen met een opdracht, een daartoe bestemd en afgeschermd vermogen en soms duizenden mensen in loondienst. Sinds 1 mei 2018 kunnen ze om die reden officieel failliet gaan of bescherming tegen hun schuldeisers krijgen. Daarom vond Graydon het zinvol de vzw-wereld grondig door te lichten.

©MEDIAFIN

 

Zorgsector

Vzw’s zijn goed voor 13,8 procent van de jobs in ons land die op de sociale balansen van bedrijven staan vermeld. In 2007 ging het nog om 10,7 procent, wat volgens een internationale studie van de John Hopkins-universiteit toen al fors meer was dan in de meeste landen.

De banengroei heeft onder meer te maken met de vergrijzing in ons land. Vooral de ziekenhuis- en welzijnswereld bestaat uit vzw’s. Familiehulp is een vzw met meer dan 9.200 werknemers (eind 2016). Dat maakt het groter dan menig beursgenoteerd bedrijf in ons land.

Broeders van Liefde, dat scholen en zorginstellingen uitbaat, vormt ook zo’n uit de kluiten gewassen onderneming. In de raad van bestuur zetelen onder meer de voormalige voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy, de directeur van de Nationale Bank Marcia De Wachter, voormalig parlementslid Greta D’hondt en academica Bea Cantillon. Volgens de recentste data werken bij Broeders van Liefde 6.600 mensen, gemeten in voltijdse equivalenten. Dat zijn er 1.000 meer dan tien jaar geleden.

Is een vzw een bedrijf?

Een vzw is een rechtspersoon. Dat betekent dat niet de leden van de vzw contracten afsluiten, mensen aanwerven of kapitaal opbouwen, maar de vzw dat zelf doet. In die zin werkt ze zoals een vennootschap.

Het verschil is dat een vennootschap als doel heeft winst te maken. Met die winst vergoedt ze de aandeelhouders - via een dividend - voor hun kapitaal. Een vzw mag wel degelijk winst maken, maar ze kan die nooit aan de investeerders uitkeren. Eventuele winst moet in de organisatie blijven. Daarom hebben veel Belgische voetbalclubs - die sinds kort vaker van eigenaar wisselen - zich de voorbije jaren van een vzw tot een vennootschap omgevormd.

Volgens de nieuwe wetgeving, die op 1 mei is ingegaan, is een vzw wel degelijk een onderneming. Ze kan daarom door de rechtbank failliet worden verklaard of bij tijdelijke betaalproblemen bescherming tegen haar schuldeisers krijgen.

 

Die groei komt deels door overnames, zegt Raf De Rycke, de voorzitter van de raad van bestuur. ‘De voorbije jaren hebben we instellingen voor gehandicaptenzorg en enkele scholen overgenomen. Die laatste zie je in de cijfers nauwelijks omdat leerkrachten door de Vlaamse overheid worden betaald. Alleen het administratief en het onderhoudspersoneel zie je in onze sociale balans. Daarnaast zijn sommige diensten uitgebreid, zoals de opvang van geïnterneerde personen.’

Het probleem achter de uitbreiding blijft dat de noden nog sneller stijgen, zegt De Rycke. Vooral in de gehandicaptenzorg laat zich dat voelen. Ook in de kinderpsychiatrie en de rusthuizen is nood aan meer mensen.

 

Minder risico

De vzw-wereld telt enkele giganten, zoals Broeders van Liefde, maar ook een grote groep middelgrote organisaties. Van alle ondernemingen die meer dan 100 werknemers tellen, is een op de vijf in België een vzw, leren de Graydon-cijfers.

Die manier van werken heeft enkele voor- en nadelen. Een vzw mag winst maken, maar moet die in de organisatie houden. De onderneming mag met andere woorden de investeerders niet vergoeden. Het gevolg is dat vzw’s doorgaans minder rendement boeken op hun kapitaal en minder risico opzoeken. Ze torsen beduidend minder schulden dan een klassiek bedrijf.

Toch investeren ze wel degelijk, al gebruiken ze daarvoor het geld van overheidssubsidies. Vooral de ziekenhuiswereld werkt op die manier. De balansen van de vzw’s suggereren dat ze zich kwetsbaar voelen voor die afhankelijkheid van de overheid. Die kan in theorie op elk moment de subsidiekraan dichtdraaien of te laat betalen. Daarom zetten ze veel cash opzij voor moeilijke momenten.

België telt zo’n 150.000 vzw’s, maar slechts 8.392 ervan zijn economisch zo belangrijk dat ze verplicht zijn een jaarrekening te publiceren. Daaruit blijkt dat ze samen voor 19,6 miljard euro geldbeleggingen en liquide middelen op de rekening hebben staan. Die berg geld is bovendien in vijf jaar tijd met 18 procent gegroeid.

Dat houdt steek, legt Van den Broele uit, omdat het organisaties toelaat personeel uit te betalen als de overheid te laat subsidies betaalt of daarmee stopt. Sommige vzw’s, zoals Artsen Zonder Grenzen, hebben het best wat cash staan om snel op noodsituaties te reageren.

Buffers

Toch hebben vzw’s veel geld staan, vindt Van den Broele. ‘In die mate dat we de vraag moeten stellen of die beschikbare liquiditeiten efficiënt worden beheerd.’

Je kan geen sociaal paradijs bouwen op een economisch kerkhof.
Eric van den broele
senior manager Graydon

De Rycke merkt op dat de balans een momentopname is op 31 december. Op die dag moeten doorgaans nog belastingen en sociale bijdragen worden betaald, waarvoor de cash klaar moet staan. Maar hij erkent dat het als vzw belangrijk is een buffer op te bouwen, uit voorzichtigheid tegen onvolledig of te laat betaalde subsidies.

‘De jobgroei in onze sector is goed nieuws,’ zegt hij, ‘maar vergeet niet dat de overheid die jobs via subsidies creëert. Een groot deel van dat geld vloeit naar de overheid terug via belastingen en lonen die vervolgens worden gespendeerd.’ Volgens Van den Broele kan de jobmotor maar blijven draaien als het economisch goed gaat. ‘Je kan geen sociaal paradijs bouwen op een economisch kerkhof.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud