Energiepact van Marghem dreigt mager beestje te worden

Het ontwerp van energiepact geeft nergens uitsluitsel over de haalbaarheid van de uitstap uit kernenergie tegen 2025. ©Hollandse Hoogte / David Rozing

Is de kernuitstap tegen 2025 een haalbare kaart? Daarover geeft het ontwerp van energiepact dat minister van Energie Marie-Christine Marghem op haar bureau heeft liggen en dat De Tijd kon inzien geen uitsluitsel.

Marie-Christine Marghem (MR) wil eind dit jaar met haar Vlaamse, Waalse en Brusselse collega’s een ‘energiepact’ afsluiten dat duidelijk maakt welke richting we uitgaan. De vraag is hoe we de omslag naar hernieuwbare energie kunnen maken en wat dat zal kosten. Een eerste stap is nu gezet. De administratie heeft op vraag van de ministers van Energie een ontwerp van energievisie uitgewerkt ‘met daarin een ambitieus beleidskader met opties en aanbevelingen’, zo luidt het in een voorwoord.

De tekst moet de basis vormen van de politieke onderhandelingen, maar het document is niet meer dan een uitgebreide catalogus van wat allemaal mogelijk is. Nergens worden scenario’s uitgewerkt, laat staan dat een en ander becijferd is op basis waarvan de politiek dan kan beslissen.

Kernuitstap

De cruciale vraag is of de kernuitstap tegen 2025 er komt. Daar moet snel duidelijkheid over komen, luidt het in het document, want anders dreigen de noodzakelijke investeringen in hernieuwbare energie uit te blijven. ‘Zeker als marktactoren oordelen dat de planning voor de nucleaire phase-out niet voldoende verankerd is, zou er gaming kunnen ontstaan. Onzekerheid over de elektriciteitsbevoorrading zou er bovendien toe kunnen leiden dat bedrijven beslissen te verhuizen.’

Maar het ontwerp van energiepact geeft nergens uitsluitsel over de haalbaarheid van de kernuitstap, die zou neerkomen op een ‘verlies aan elektrische productiecapaciteit van ongeveer 6.000 MW’. Er wordt ook gewezen op het belang dat kernenergie nog altijd heeft. Ze is nog altijd goed voor 16,7 procent van onze energieconsumptie. Fossiele brandstoffen tekenen voor 72,5 procent. Het aandeel van hernieuwbare energie is nog altijd maar 7,6 procent.

Maar verder worden dus geen scenario’s uitgewerkt. ‘Als door uitzonderlijke omstandigheden een verlenging van de nucleaire elektriciteitsproductie toch wenselijk wordt geacht, moet er een grondige evaluatie van de impact op de andere technologieën en de werking van de markt komen’, merkt het rapport wel nog op. Als we willen overschakelen naar een koolstofarme samenleving, dan zijn vanaf nu tot 2050 voor 300 tot 400 miljard euro investeringen nodig in hernieuwbare energie, luidt het.

Pistes

De pistes voor die omschakeling zijn bekend. Inzetten op energie-efficiëntie en energiebesparing is er een van. Een voorstel is dat er een energienorm komt voor woningen, waarbij het slopen van verouderde energieverslindende woningen moet worden overwogen.

En er moet vooral meer worden ingezet op hernieuwbare energie. Zonne-energie zal steeds belangrijker worden. Tussen 2010 en 2015 zakte de gemiddelde kostprijs van elektriciteit opgewekt door zonnepanelen al met 58 procent. Dat kan nog verder dalen in de komende tien jaar, luidt het. Ook de kostprijs van windenergie is al gedaald en zal het komende decennium nog zakken. Er is een voorstel om nog een nieuwe zone af te bakenen voor extra windmolenparken op zee.

Een belangrijke obstakel voor de omslag naar hernieuwbare energie is dat die niet altijd beschikbaar is om piekmomenten te kunnen opvangen. De opkomst van elektrische voertuigen, met hun batterijopslagcapaciteit, kan daarvoor wel eens de oplossing zijn.

Maar het belangrijkste is en blijft een stabiel investeringsklimaat voor hernieuwbare energie. En dat hangt dan weer samen met de beslissing om uit kernenergie te stappen. Zolang daar twijfel over bestaat, zal de energie-omslag moeizaam verlopen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud