'Europese vlucht schaadt klimaat niet, intercontinentale wel'

©BELGA

Het vliegtuig nemen naar Zuid-Spanje schaadt het klimaat niet. Naar New York wel. Dat zeggen onderzoekers van de KU Leuven in een rapport waarin ze de impact van klimaatbeleid analyseren.

Goedbedoelde maatregelen om minder CO2 uit te stoten zijn soms zinloos. Andere hebben wel zin. En soms kan de overheid veel doen, soms niet. Dat blijkt uit een rapport dat onderzoekers van de KU Leuven maandag publiceerden, als schot voor de boeg van een studiedag dinsdag.

Om te begrijpen wat impact heeft en wat niet, schetsen de onderzoekers eerst de brede context van klimaatbeleid. Daarin zijn twee dingen van belang:

  • Europa is verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde uitstoot.
  • Binnen Europa zijn er sectoren die met verhandelbare vervuilingsrechten werken - emissierechten - en andere sectoren.

Die vervuilingsrechten zijn volgens de onderzoekers cruciaal om de impact van klimaatbeleid in kaart te brengen, omdat ze alles bepalen. Dat gaat als volgt: de EU heeft sinds 2005 een plafond gezet op de uitstoot van een deel van de CO2. Op dit moment gaat het om de industrie, de elektriciteitsproductie en de luchtvaart binnen de EU. Dat plafond zakt geleidelijk aan tot nul in 2050.

Tot zolang mogen de industriebedrijven, elektriciteitsproducenten en aanbieders van vluchten binnen de EU CO2 uitstoten, zolang ze samen onder het gemeenschappelijke plafond blijven. Jaarlijks moeten ze daarvoor vervuilingsrechten kopen, die jaar na jaar duurder worden. Het systeem laat toe een prijs te plakken op CO2-uitstoot.

Geen impact

Maar het maakt dat het gedrag van consumenten in deze volledig via de prijs van producten en diensten wordt gestuurd. Daarom maakt het niets uit als je een vliegtuigreis naar Berlijn inruilt voor een treinrit, omdat dan iemand anders wel de vervuilingsrechten zal kopen.

'We vergeten snel het allesomvattende karakter van het Europese emissieplafond', zeggen de onderzoekers. 'Het zorgt voor een klimaatbeleid tegen de laagste kost, maar impliceert ook dat unilaterale initiatieven van lidstaten om emissies extra te gaan verminderen in de elektriciteitssector, de industrie of in de Europese luchtvaart zich niet één-op-één vertalen in een daling van de totale CO2-uitstoot in de EU. (...) In sommige gevallen kan het netto-effect zelfs pervers zijn, waardoor emissiereducties in België leiden tot een stijging van de cumulatieve emissies in Europa'.

Niet als consument, wel als militant

Anders gesteld: de enige manier voor een burger om hierop impact te krijgen, is niet door zich als een klimaatvriendelijke consument te gedragen, maar door te lobbyen voor een sneller dalend emissieplafond voor de Europese industrie, elektriciteitsproducten en EU-luchtvaart. Net daarin ligt volgens de Bond Beter Leefmilieu trouwens een argument om toch maar niet te vliegen binnen de EU: het zal de lobbykracht van de luchtvaart verminderen wanneer ze proberen het emissieplafond hoog te houden.

Waar wel impact?

Wanneer heeft de consument dan wel klimaatimpact? 

  • In de sectoren die niet onder het emissieplafond vallen. Als de CO2-uitstoot in het autoverkeer, in de landbouw of voor de verwarming van gebouwen daalt, leidt dat tot minder vervuiling op Europees niveau. Ook de federale of de Vlaamse regering heeft op dat punt dus impact.
  • Buiten de EU. Wie een intercontinentale vlucht neemt, bijvoorbeeld naar New York, zal wel CO2 helpen uitstoten. Die vlucht annuleren helpt dus, omdat hier geen emissiehandel actief is die als communicerende vaten met andere vervuiling werkt.

De onderzoekers merken ook op dat de impact van technologie bijzonder groot is. Dat komt omdat Europa maar 10 procent van de vervuiling voor zijn rekening neemt. Als Europese universiteiten echter technologie ontwikkelen die in de hele wereld kan worden gebruikt, is de impact dus tien keer groter dan die van het klassieke EU-klimaatbeleid.

Kernenergie

De onderzoekers vinden het tot slot een goed idee te blijven nadenken over kernenergie. Het kan volgens hen interessant zijn twee centrales langer open te houden. Er zijn economische argumenten om dat met 20 jaar te doen en het hoeft de uitbouw van hernieuwbare energie niet in de weg te staan. Het houdt bovendien de deur open voor de kerncentrales van de vierde generatie, die het huidige kernafval deels kunnen verwerken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud