Federaal 'gat' van 17 miljard euro

©ANP XTRA

De federale regeringsonderhandelaars moeten op zoek naar 17 miljard euro om de begroting op orde te houden. Dat blijkt uit het jongste rapport van het monitoringcomité.

Het monitoringcomité, een groep hoge ambtenaren die de begroting opvolgt, heeft de toestand van de federale begroting voor de komende jaren in kaart gebracht. En die ziet er somber uit. De volgende federale regering moet tegen 2019 op zoek naar 17 miljard euro. De volgende premier krijgt dus een vergiftigd geschenk voorgeschoteld.

De begroting van dit jaar is ondertussen met 1,69 miljard euro ontspoord. Dat gat is vooral te wijten aan tegenvallende belastinginkomsten. Nochtans leek er voor de verkiezingen geen vuiltje aan de lucht. De regering-Di Rupo hield in april nog een minibegrotingscontrole. Ze koos toen voor een reeks kleine nieuwe uitgaven en een buffer van 80 miljoen euro.

Maar vorige maand was al duidelijk dat die buffer allerminst zou volstaan. Er zat een gat van 1,9 miljard in de begroting, berekende het monitoringcomité. Dat cijfer wordt nu iets teruggeschroefd. Maar de periode waarin geld kan worden gezocht, wordt steeds krapper.

Terwijl de regering-Di Rupo er in april nog van uitging dat het federale tekort dit jaar zou uitkomen op 2,2 procent van het bbp, wordt het nu geraamd op 2,7 procent. Een verschil van 1,6 miljard euro. Zonder rekening te houden met de impact van de conjunctuur en met eenmalige gebeurtenissen moeten dit jaar nog voor 1,2 miljard euro maatregelen genomen worden.

Ook voor volgend jaar ziet het begrotingsplaatje er allesbehalve rooskleurig uit. Volgens berekeningen van het monitoringcomité moet de federale regering dan voor 5,2 miljard euro besparingen of nieuwe inkomsten hebben gevonden om de begrotingsdoelstelling te realiseren. De doelstelling voor 2015 is een structureel tekort van 1,1 procent of 4,3 miljard. Tegen het einde van de legislatuur in 2019 moet de volgende regering op zoek naar 17 miljard om haar doelstelling te realiseren.

Er moet dus zo vlug mogelijk bijgestuurd worden. Zolang er geen nieuwe regering is, kan de aftredende regering-Di Rupo in principe een begrotingscontrole doen. Maar daar is in de federale regering weinig animo voor, zeker nu ontslagnemend premier Elio Di Rupo zijn petje van premier voor dat van PS-voorzitter heeft ingewisseld. Het vertrouwen tussen de partijen van de aftredende regering lijkt te klein om grote knopen door te hakken.

Het is niet uit te sluiten dat de volgende regering ervoor kiest de inspanning te spreiden over verschillende jaren, gezien de grootte van de besparingsoefening. De N-VA bijvoorbeeld is er voorstander van om pas in 2018 een begrotingsevenwicht te bereiken. Dat is een jaar later dan gepland. Voorlopig gaat het monitoringcomité er wel vanuit dat de regering haar begrotingsdoelstelling, zoals afgesproken met Europa, zal handhaven. Maar het is aan de volgende regering om daar knopen over door te hakken.

Ze zal daarbij ook rekening moeten houden met de plannen van de deelstaten. Als bijvoorbeeld de Vlaamse regering ervoor kiest om volgend jaar in het rood te gaan, moet een andere deelstaat of de federale overheid dat tekort compenseren zodat het globale Belgische plaatje klopt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud