Advertentie

Financieringswet draait geldkraan naar Wallonië en Brussel vanaf 2024 lichtjes toe

Met 2025 aan de horizon zien de eerste torenwachters de nakende geldnood opduiken. Vanaf dan moeten Wallonië en Brussel het jaarlijks met respectievelijk 61,9 en 10,2 miljoen euro minder stellen en wenkt de drooglegging van het overgangsmechanisme in 2035.

Het leek een kwestie van tijd vooraleer de Franstalige partijen – met de PS op kop – vragende partij zouden worden voor een herziening van de Bijzondere Financieringswet. Na 2024 houdt de Bijzondere Financieringswet de vinger op de knip.

De Bijzondere Financieringswet regelt de federale dotaties naar de gemeenschappen en de gewesten en bepaalt welke belastingen de gewesten kunnen heffen. De wet dateert uit 1989, maar ze is bij de zesde staatshervorming van 2011 voor het laatst aangepast. De herziening van de Bijzondere Financieringswet is samen met de ontwarring van de knoop Brussel-Halle-Vilvoorde een van de paradepaardjes van die institutionele hervorming.

De nieuwe financieringsregeling legt in de dotatieverdeling een grotere nadruk op de prestaties van de deelstaten dan voordien.

De nieuwe financieringsregeling legt in de dotatieverdeling een grotere nadruk op de prestaties van de deelstaten dan voordien. Regio’s die een hogere procentuele inbreng in de personenbelasting hebben, ontvangen in de nieuwe regeling meer dotaties. Zo werkt de dotatieverdeling responsabiliserend: goed presterende regio’s ontvangen een beloning, zwakker presterende regio’s worden gestimuleerd om een beter beleid te voeren. De implementatie van dat principe komt vooral Vlaanderen ten goede, dat met een inbreng van bijna 64 procent in de federale personenbelasting de grootste bijdrager is.

Daarnaast kregen de gewesten met de uitbreiding van de regionale opcentiemen in de personenbelasting meer fiscale autonomie. Volgens cijfers van de Nationale Bank ligt de fiscale autonomie - berekend als het aandeel van de regionale belastinginkomsten in de totale inkomsten - van het Waals en het Brussels Gewest rond 70 procent. Doordat Vlaanderen gemeenschap en gewest samenvoegde en de gemeenschappen geen belastingbevoegdheid hebben, haalt de Vlaamse overheid 45 procent van haar middelen zelf op via belastingen.

Overgangsmechanisme

De nieuwe Bijzondere Financieringswet - die in 2015 in werking is getreden - scheelt een stevige slok op de borrel voor het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Beide zien hun inkomsten fors terugvallen ten opzichte van de oude regeling, toont een studie van André Decoster (KU Leuven) en Willem Sas (Universiteit van Stirling) voor Flemosi. Vlaanderen gaat er over het algemeen op vooruit, terwijl de federale overheid de toename in uit te keren dotaties moet ophoesten.

De nieuwe Bijzondere Financieringswet – die in 2015 in werking is getreden - scheelt een stevige slok op de borrel voor het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Beide zien hun inkomsten fors terugvallen ten opzichte van de oude regeling.

Om voor verliezende deelstaten de overgang naar de nieuwe regeling te verzachten, werd bij de onderhandelingen in 2011 een overgangsmechanisme afgesproken. Dat compenseert verliezende regio’s voor hun teruggevallen dotaties en houdt het positieve saldo dat winnende regio’s zouden krijgen af.

Het bedrag werd in 2015 vastgelegd, zodat de regio’s voor dat jaar geen cent meer of minder zouden krijgen, en blijft tot en met 2024 constant. Vanaf 2025 bouwt de wet het compensatiebedrag lineair af, totdat het in 2035 volledig uitdooft. Wallonië en Brussel ontvangen een jaarlijkse compensatie van respectievelijk 619 en 102 miljoen euro, terwijl de federale overheid 321 miljoen afhoudt van de Vlaamse dotatie. Hoewel het mechanisme de verliezen uit 2015 in vergelijking met de oude regeling dekt, lopen die daarna toch fors op.

Extra dotaties voor Brussel

De grafiek houdt evenwel geen rekening met de extra dotaties die Brussel ontvangt van de andere twee gewesten ter compensatie van de dagelijkse stroom aan pendelaars naar de hoofdstad. Daarnaast leveren de deelstaten ook een bijdrage aan de sanering van de federale financiën, waardoor sommige dotaties lager uitvallen.

De noodkreet van minister van Begroting van de Franse Gemeenschap Frédéric Daerden (PS) wijst evenwel vooral op een acuut probleem. Uit de studie van Decoster en Sas blijkt dat de Franse Gemeenschap er met de nieuwe financieringsregeling op vooruitgaat en op meer dotaties mag rekenen. Alleen, de grootte van de dotaties is gekoppeld aan de economische groei, en door de coronadip dreigen die dus veel lager uit te vallen dan begroot.

Met 2025 aan de horizon zien de eerste torenwachters de nakende geldnood opduiken. Vanaf dan moeten Wallonië en Brussel het jaarlijks met respectievelijk 61,9 en 10,2 miljoen euro minder stellen.

Voor het Waals Gewest, en in mindere mate het Brussels Gewest, zit het probleem veel dieper geworteld. De coronadip maakt het financieringsprobleem dan wel nijpender, de vooruitzichten stemden hoe dan ook niet vrolijk. Met 2025 aan de horizon zien de eerste torenwachters de nakende geldnood opduiken. Vanaf dan moeten Wallonië en Brussel het jaarlijks met respectievelijk 61,9 en 10,2 miljoen euro minder stellen en wenkt de drooglegging van het overgangsmechanisme in 2035.

In de sterren geschreven

Het stond dan ook in de sterren geschreven dat de Franstaligen weldra zouden pleiten voor een hertekening van de Bijzondere Financieringswet. Wouter Beke, toenmalig CD&V-voorzitter en een van de bouwmeesters van de zesde staatshervorming, loste de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen en slikte daar achteraf veel kritiek voor. In ruil kreeg hij een verregaande staatshervorming met een aanpassing van de financieringswet. Het mag verwonderlijk zijn dat Elio Di Rupo (PS) daarmee destijds ingestemd heeft, maar het was de prijs die hij moest betalen om CD&V los te weken van de N-VA en de regering-Di Rupo op de rails te zetten.  

Zo is het uiteindelijk Beke die de zesde staatshervorming en de herziening van de financieringswet heeft uitgetekend. Nu ettelijke miljoenen euro’s na de volgende verkiezingen dreigen weg te vallen en er nog maar één kans op een staatshervorming rest, blijkt hij de man te zijn die de Franstaligen heeft doen zwichten. Waar die na de Lambermontakkoorden weigerden mee te gaan in een staatshervorming als ‘demandeur de rien’, zijn ze uiteindelijk getransformeerd tot vragende partij voor een nieuwe institutionele ronde.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud