Gat in begroting 5 miljard euro groter

Premier Charles Michel. ©Photo News

De federale regering die na mei 2019 aan de macht komt, zal voor een zware budgettaire uitdaging staan.

Terwijl de regering-Michel zichzelf tot doel stelde het begrotingstekort volgend jaar terug te dringen tot 0,7 procent van het bruto binnenlands product of 3,2 miljard euro, is het tekort in werkelijkheid veel groter. Uit cijfers van de economische begroting die het Planbureau gisteren publiceerde, kan worden afgeleid dat het begrotingstekort volgend jaar oploopt tot 1,8 procent of 8,2 miljard euro. Dat is een verschil van 5 miljard euro.

Het ziet er niet naar uit dat die misser nog goedgemaakt wordt voor de verkiezingen van mei volgend jaar. In juli nam de regering wel een reeks maatregelen om de begroting van volgend jaar op koers te houden, maar fundamentele ingrepen bleven uit. De regering rekent erop dat de arbeidsdeal extra mensen aan het werk zet en dat ze dus meer inkomsten zal binnenkrijgen. Ze rekent daarvoor op 500 miljoen euro, maar de vraag is of dat bedrag gehaald wordt.

De volgende regering krijgt onvermijdelijk een zware budgettaire erfenis op haar bord. Nochtans was het de bedoeling van deze regering de begroting in evenwicht te brengen. Maar omdat ze koos voor een politiek van belastingverlagingen kreeg ze het gat nooit gedicht.

In tegenstelling tot de regering-Michel zal de volgende regering niet meer kunnen profiteren van een daling van de rente. De ploeg van Charles Michel (MR) slaagde erin het begrotingstekort te doen zakken van 3,1 naar 1,8 procent, maar dat was deels te danken aan de lage rente, waardoor ze minder intrest op de schuld moest betalen. Dat voordeel valt hoogstwaarschijnlijk in de loop van de volgende legislatuur weg.

De volgende regering krijgt onvermijdelijk een zware budgettaire erfenis op haar bord.

Niet alleen de begrotingscijfers vallen tegen. Ook de economische groei slabakt. In plaats van een groei van 1,6 procent verwacht het Planbureau voor dit en volgend jaar een groei van 1,5 procent. Dat heeft te maken met een algemene dip in de eurozone ‘wegens hogere olieprijzen en een daling van het consumenten- en ondernemersvertrouwen’.

De jobmotor blijft wel draaien, maar iets minder snel. Vorig jaar kwamen er nog 65.000 jobs bij, dit jaar 57.000 en volgend jaar 43.000. De werkloosheidsgraad zakt verder tot 5,7 procent volgend jaar. ‘Een historisch laag niveau’, reageert minister van Werk Kris Peeters (CD&V).

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content