Schijnwerpers in zaak-Chovanec draaien naar Charleroi

Jan Jambon was in februari 2018 minister van Binnenlandse Zaken. ©Photo News

De top van de federale politie en toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) zeggen dat 'een summier politieverslag' hen in het ongewisse hield over de omstandigheden waarin Jozef Chovanec twee jaar geleden stierf.

Er is een hemelsbreed verschil tussen het summiere politierapport dat in 2018 werd opgesteld over de dood van de Slovaak Jozef Chovanec na politiegeweld in Charleroi en de beelden die daarover vorige maand opdoken. Daardoor waren de politietop in Brussel en de minister van Binnenlandse Zaken destijds niet op de hoogte van de ware toedracht. En dat verklaart waarom ze niets hebben gedaan.

Catherine De Bolle was het hoofd van de federale politie op het moment van de gebeurtenissen in februari 2018. ©EPA

Dat is de rode draad door de verklaringen van voormalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA), de topman van de federale politie Marc De Mesmaeker en zijn voorgangster Catherine De Bolle. Alle drie spraken ze dinsdag in de Kamer over de dood van Chovanec.

Jambon zei dat hij de beelden over het politiegeweld pas in augustus zag, nadat Het Laatste Nieuws ze naar buiten gebracht had. 'Wat ik zie op die beelden is ontoelaatbaar, onuitlegbaar en verschrikkelijk', zei hij. Ook De Bolle zei dat de beelden 'haar enorm veel pijn hebben gedaan'. 'Ik ben bij de politie gegaan om mensen te dienen. Mensenrechten, gelijkheid en respect voor de rechtsstaat staan centraal in de wijze waarop ik de politie geleid heb.'

De drie zeggen dat het politieverslag uit 2018 niet strookt met de beelden. Het verslag doet 'op geen enkele manier' denken aan de beelden. ‘Later als je de beelden ziet en je legt het rapport ernaast, dan moet je gene grote zijn om extra informatie te vragen', zei Jambon. Hij zei ook het politieverslag te vertrouwen 'omdat ik geen ingebouwd wantrouwen heb tegenover de politie'.

Marc De Mesmaeker, chef van de federale politie. ©Photo News

'Ik ben niet op de hoogte gebracht van de feiten', zei De Bolle, die politiechef was toen Chovanec stierf. 'Dat had wel moeten gebeuren. De beelden heb ik evenmin gezien. Anders had ik natuurlijk actie ondernomen.'

Om die reden kon de politietop niets doen, luidt de uitleg. 'Ik kan de familie Chovanec recht in de ogen kijken', zei De Mesmaeker, die in 2018 een verbindingsofficier was tussen de politie en het kabinet-Binnenlandse Zaken. 'Ik denk dat ik mijn werk gedaan heb en zelfs meer dan dat.'

'Ik stel u de vraag waar het knipperlicht had moeten afgaan', zei ook Jambon. Hij merkte op dat op basis van het verslag nergens alarmbellen zijn afgegaan, niet in de media en niet in het parlement. Ook de Slovaakse ambassadeur met wie Jambon sprak - wat hij zich eerst niet meer herinnerde - heeft volgens hem geen info over het politiegeweld verstrekt.

Jambon legde uit dat hij om die redenen geen tuchtonderzoek kon starten. De beslissing daartoe kwam in de eerste plaats niet hem toe, al geldt er een uitzonderingsprocedure. Maar die kan pas worden opgestart als uitzonderlijke feiten opduiken. En die hebben het kabinet niet bereikt.

De vraag blijft wie de beelden wel heeft gezien maar ze buiten het dossier heeft gehouden.

De schijnwerpers verschuiven daarmee van Brussel naar Charleroi. De vraag blijft wie de beelden heeft gezien maar ze buiten het dossier heeft gehouden. Of anders gesteld: wie heeft het verslag dat geen getrouwe weergave van de feiten was opgesteld? En waarom weten we nog niets van het gerechtelijk onderzoek en het onderzoek door Comité P? Waar het is misgelopen, moet intern onderzoek uitwijzen. 'Ik wil daar zo snel mogelijk een ondubbelzinnig antwoord op', zegt De Mesmaeker.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud