Gevangenissen krijgen geen eigen inlichtingendienst

©BELGA

De Belgische gevangenissen krijgen geen eigen inlichtingendienst om geradicaliseerde gedetineerden in de gaten te houden. Er zijn nochtans veel oproepen om dat wel te doen.

Het is al langer bekend dat de Belgische gevangenissen met een grootschalige islamradicalisering kampen. Het zou over meer dan 400 gedetineerden gaan, met uiteenlopende profielen. Die vormen een groot risico als ze vrijkomen. De 31-jarige Benjamin Herman pleegde eind mei nog een dodelijke aanslag in Luik tijdens zijn penitentiair verlof. Hij was geradicaliseerd binnen de gevangenismuren.

Na de aanslag in Luik klonk in de Kamer opnieuw een oproep om naar het voorbeeld van Frankrijk een inlichtingendienst in de gevangenissen op te richten. Die moet de vinger aan de pols houden. In januari vorig jaar hadden de gevangenisdirecteurs al eens aan de alarmbel getrokken en gevraagd een penitentiaire inlichtingendienst op te richten.

In elke gevangenis komt er een information officer die in lokale platformen met de andere veiligheidsdiensten zal overleggen.
Koen Geens
Minister van Justitie

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) zegt nu in twee parlementaire antwoorden dat hij zo’n aparte inlichtingendienst niet zal invoeren. ‘In bepaalde landen werd een eigen inlichtingendienst in het gevangeniswezen opgericht. Het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) heeft een studie uitgevoerd om na te gaan in welke mate zo’n organisatie wenselijk en mogelijk is in België. De coördinatiecel Extremisme van het DG EPI heeft een werkbezoek aan Frankrijk gebracht’, zegt Geens.

‘Zo’n interne inlichtingendienst kent het terrein, de gebruiken en de organisatie van de gevangenissen. Dat is een voordeel. Maar een nieuwe dienst werpt onvermijdelijk een nieuwe barrière op die de informatiedoorstroming naar andere binnen- en buitenlandse diensten kan verstoren. Die verbreekt ook de band tussen de informatie uit de buitenwereld en die uit de gevangeniswereld’, zegt Geens. ‘Bovendien vergt de oprichting van zo’n dienst tijd en middelen. Dat kan nog vijf à tien jaar duren, blijkt uit ondervindingen in het buitenland. Op korte termijn is het dus wenselijk de huidige structuur te behouden en de samenwerking tussen het gevangeniswezen en de Staatsveiligheid te versterken.’

Staatsveiligheid

Pas in 2015 werd bij de Staatsveiligheid een afdeling opgericht om de radicalisering en het extremisme in de gevangenissen in de gaten te houden. De agenten van de Staatsveiligheid staan volgens Geens dagelijks in contact met de gevangenisdirecties en de cel Extremisme in het DG EPI. Zonder in detail te treden wijst de minister erop dat de Staatsveiligheid telefoons mag afluisteren en andere bijzondere inlichtingenmethoden mag toepassen, ook binnen de gevangenismuren.

42
Van de 118 Syriëstrijders die naar ons land terugkeerden, zitten er (maar) 42 in de cel.

Binnenkort wordt het DG EPI een officiële steundienst van het antiterreurorgaan OCAD. Het koninklijk besluit daarover is al ondertekend, laat Geens weten. ‘Het OCAD wordt op korte termijn ingezet om het dreigingsbeeld van gevangenen te bepalen. Zo kunnen we hen nog beter opvolgen.’

‘In elke gevangenis krijgen bepaalde personeelsleden een veiligheidsmachtiging om vertrouwelijke informatie te ontvangen. In elke gevangenis wordt ook een ‘information officer’ aangeduid. Die zal deelnemen aan de local task forces (de lokale overlegplatformen in de strijd tegen het terrorisme en het extremisme, red.) Heel wat burgemeesters klagen dat onvoldoende informatie wordt uitgewisseld over gedetineerden en ex-gedetineerden. We hebben intens gewerkt aan een betere veiligheidscultuur en informatiedeling vanuit het gevangeniswezen.’

Sinds februari 2015 zijn in ons land 328 veroordelingen voor feiten van terrorisme uitgesproken. Van de 118 mensen die uit Syrië naar ons land zijn teruggekeerd, zitten er maar 42 in de cel. Bij die teruggekeerde Syriëstrijders zitten 26 vrouwen. Die hebben gemiddeld 4,5 maanden in het strijdgebied verbleven terwijl dat bij de mannen gemiddeld een halfjaar was. Van de teruggekeerde Syriëstrijders die niet in de cel zitten, komen er 32 uit Brussel, twaalf uit Antwerpen, zeven uit Vlaams-Brabant, negen uit West-Vlaanderen, vier uit Oost-Vlaanderen en een uit Limburg.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud