Helft minder werklozen ‘op vakantie' betrapt

Een hoofdverblijfplaats in België is een voorwaarde voor een werkloosheidsuitkering. Maar niet alle werklozen houden zich daaraan. ©Photo News

De RVA heeft vorig jaar van zo’n 2.250 werklozen de uitkering ingetrokken omdat ze niet meer in België woonden. Dat is bijna een halvering in drie jaar. Dat komt omdat de dienst nu preventiever optreedt.

Jaar na jaar lopen minder werklozen tegen de lamp omdat ze met hun uitkering naar het buitenland trekken. Dat blijkt uit een antwoord van minister van Werk Kris Peeters (CD&V) op een parlementaire vraag.

In de eerste 11 maanden van vorig jaar betrapte de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) 2.065 werklozen. Geëxtrapoleerd naar het volledige jaar gaat het om zo’n 2.250 werklozen die een uitkering kregen zonder nog in België te wonen.

©MEDIAFIN

Nochtans is een hoofdverblijfplaats in België een voorwaarde om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering. Werklozen mogen maximaal vier weken per jaar op vakantie naar het buitenland. Ze moeten dat aangeven op hun controlekaart.

‘Als blijkt dat iemand niet meer in België verblijft of als het adres geschrapt is uit het rijksregister, zetten we de uitkering onmiddellijk stop’, zegt Marc Rogiers, directeur-generaal interne controle bij de RVA. ‘Als ze niet kunnen aantonen dat ze in België verbleven, kunnen we ook met terugwerkende kracht de onterecht betaalde uitkeringen terugvorderen.’

Sancties

Wie een foutieve verklaring aflegt over zijn verblijfplaats riskeert 4 tot 13 weken geen uitkering meer te krijgen. Bij herhaaldelijke overtredingen kan de RVA de uitkering tot 26 weken schorsen. Daarnaast kan een rechter strafrechtelijke sancties opleggen. Zo werd in oktober een man uit Luik tot zes maanden cel en een boete van 3.600 euro veroordeeld omdat hij naar de Caraïben was verhuisd, maar met een Belgisch domicilieadres wel een werkloosheidsuitkering bleef ontvangen.

Dat er minder fraudeurs tegen de lamp lopen, is volgens de RVA te danken aan het ontradende effect van strengere controles. ‘We spelen korter op de bal, de werklozen worden preventief geïnformeerd en gescreend’, zegt Rogiers.

‘Bij een vermoeden van gesjoemel vragen we ze om zich binnen de zeven dagen te melden bij hun gemeentebestuur of de RVA. Zo gaan we steekproefsgewijs na of ze nog in België verblijven. De uitbetalingsinstellingen - de vakbonden en de hulpkas voor werklozen - matchen nu ook systematisch de gegevens van een werkloze met de gegevens uit het rijksregister, alvorens de uitkering wordt uitbetaald. Ook de samenwerking met de politie is fors verbeterd.’

Vlaanderen

De daling van het aantal gestrafte werklozen is het sterkst in Vlaanderen. Het aantal ingetrokken uitkeringen daalde er van 1.800 in 2014 tot iets minder dan 590 vorig jaar. In Wallonië verloren vorig jaar 940 werklozen hun uitkering omdat ze niet meer in België woonden en in Brussel moesten 720 mensen hun uitkering inleveren.

Door de zesde staatshervorming zit het grootste deel van de sanctiebevoegdheden voor werklozen sinds 2016 niet meer bij de federale RVA. Het zijn de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten, in Vlaanderen de VDAB, die nu sancties opleggen als werkzoekenden te weinig inspanningen leveren om werk te vinden. Vanuit de werkgevershoek kwam al meermaals de kritiek dat sindsdien minder streng wordt opgetreden tegen werklozen die onvoldoende naar werk zoeken.

De sancties voor werklozen die in het buitenland verblijven, zijn wel nog een federale materie. De RVA blijft verantwoordelijk voor de sancties als een werkloze foutieve verklaringen aflegt over bijvoorbeeld zijn verblijfplaats of als hij onjuiste documenten indient om een uitkering te krijgen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content