Advertentie
analyse

Het drama van Luik: de grote maar onmachtige staat

De verschillende overheden hadden de voorbije drie weken de grootste moeite de noodhulp te coördineren. ©Photo News

Door een institutioneel kluwen, jarenlange onderinvesteringen en een gebrek aan leiderschap heeft de overheid de grootste moeite de hulpverlening in de door overstromingen getroffen Luikse gemeenten te organiseren. ‘Dit land werkt sowieso al moeilijk, in crisissen wordt het alleen maar moeilijker.’

Het spoor van vernieling dat het water op 14 en 15 juli door vele Waalse gemeenten trok, kent in de vaderlandse geschiedenis haast geen gelijke. De ontreddering van de mensen, van wie sommigen zowat alles kwijt zijn, evenmin. Die gevoelens gaan gepaard met grote woede. Ondanks de spontane golf van solidariteit die op gang kwam na de overstromingen heerst verbittering over het uitblijven van een kordaat politiek antwoord.

Eerst rezen vragen of waarschuwende signalen voor de storm en eventuele overstromingen voldoende gehoor hebben gekregen. Vervolgens hadden de verschillende overheden de voorbije drie weken de grootste moeite de noodhulp te coördineren. Vooral uit een reeks Luikse gemeenten rond de rivier de Vesder - Verviers, Pepinster, Trooz en Chaudfontaine - klonk de voorbije dagen een luide noodkreet. Er is een tekort aan alles: voedsel, hygiënemiddelen en onderdak.

Weinig landen innen meer belastingen dan België, toch hangen hulpverleners een beeld op van een groot gebrek aan middelen, waardoor ze niet de nodige steun kunnen verstrekken. Maar ook organisatorisch zit van alles scheef. Het rampenplan is niet meer aangepast aan hoe de federale staat vandaag is georganiseerd, waardoor niemand de leiding lijkt te nemen. Er is te weinig coördinatie binnen de veiligheidsdiensten en tussen de diensten onderling. Veel hangt bovendien af van wie - haast per toeval - op de gouverneursstoel zit, een functie waar vaak lacherig over wordt gedaan.

Er is maar één oplossing: het Nationaal Crisiscentrum inschakelen en de coördinatie daar zo lang mogelijk houden. Als je dat niet doet, creëer je chaos.
Ervaren rot in crisisbestrijding

Het beeld dat na het drama van Luik blijft hangen, is eens te meer dat van een onmachtige staat die er niet in slaagt een van zijn basistaken, het beschermen van zijn burgers, te volbrengen. Dat beeld wordt versterkt doordat de politieke verantwoordelijken na meer dan een jaar van crisisbeheer - de coronapandemie is nog altijd niet achter de rug - in de touwen hangen.
Vier pijnpunten na drie weken puinruimen.

1/ Staatsstructuur is niet crisisproof

‘Het was handig geweest, ja, zo’n centraal aanspreekpunt. Maar het is er niet.’ Cedric Halin, de burgemeester van de Luikse gemeente Olne, merkte het afgelopen week haast gelaten op. Burgemeesters die hun bevolking willen helpen, raken verstrikt in een hiërarchisch doolhof waar iedereen naar iedereen wijst. Er gaat veel tijd verloren en het risico is groot dat de bevolking op het einde van de rit geen stap verder geholpen is. Zo laat defensie weten dat 300 militairen klaarstaan om te worden ingezet, maar dat ze bij gebrek aan een vraag om hen te sturen in de kazerne blijven.

300
Defensie zegt dat 300 militairen klaarstaan om te worden ingezet, maar bij gebrek aan een vraag om hen te sturen blijven ze in de kazerne.

Voor de rampenbestrijding in ons land is nochtans een hiërarchie uitgetekend. Speelt de ramp zich binnen een gemeente af, dan is de burgemeester het aanspreekpunt. Zijn meerdere gemeenten betrokken, dan ligt de coördinatie bij de gouverneur. Is er een impact die de provinciegrenzen overstijgt, dan moet de minister van Binnenlandse Zaken optreden. Alleen: die structuur negeert de almaar belangrijker geworden deelstaten.

Toen de impact van de ramp op 14 juli duidelijk werd, wilde minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) snel de federale fase afkondigen. Meerdere van haar diensten en de provinciegouverneurs raadden haar dat echter af. Het is eigen aan mensen, en zeker aan politici, dat ze zelf de controle willen houden. Burgemeesters of de gouverneur hebben een goed zicht op de problemen op het terrein, dus vinden ze vaak dat zij de touwtjes in handen moeten houden. Alleen werkt dat niet bij een grote ramp, want dan is er - weliswaar na voldoende overleg - nood aan een strakke regie van bovenaf.

©Photo News

‘Bij rampen moet je zorgen voor eenheid van commando, eenheid van uitvoering en eenheid van communicatie’, zegt een ervaren rot in de crisisbestrijding. ‘Dit land werkt sowieso al moeilijk, in crisissen wordt het alleen maar moeilijker. Er is dan maar één oplossing: het Nationaal Crisiscentrum inschakelen en de coördinatie daar zo lang mogelijk houden. Als je dat niet doet, creëer je chaos.’

De chaos bleek al snel op het terrein. Bij een gebrek aan centrale aansturing wisten veel hulpdiensten niet waarnaartoe. Anders dan voor de politie is er geen standaard centraal commando voor de brandweer, waardoor die zeker tijdens de eerste uren van de ramp niet gericht kon worden ingezet en levens verloren gingen.

Op 15 juli kondigde Verlinden, in het besef dat ze niet langer kon wachten, toch de federale fase af. Dat betekent dat het Nationaal Crisiscentrum de coördinatie naar zich toe trok. Er vonden meerdere coördinatievergaderingen per dag plaats. Aanwezig waren, naast de gouverneurs, de brandweer en de medische bijstand, zowat alle actoren die een rol spelen in de crisisbestrijding.

Dit is dan nog ‘maar’ een overstroming. Stel u voor dat er iets zou gebeuren met de kerncentrale van Tihange.
Een betrokkene

Doordat de coördinatie nu op federaal niveau zat, kon materiaal vanuit alle hoeken van het land naar de rampenzone worden gestuurd. De focus lag op het redden van mensen en de zoektocht naar slachtoffers. Maar met 41 doden liep het aantal slachtoffers uiteindelijk hoog op. Gezien de omvang van de ramp bleef het voor de ervaringsdeskundigen van het Nationaal Crisiscentrum, een paar honderd man sterk, lastig een goed zicht te krijgen op de situatie en de noden op het terrein.

Zodra het waterpeil was gezakt, wilden ze in Wallonië af van de federale schoonmoeder. De federale fase wordt als een logge procedure gezien, die een efficiënte manier van werken in de weg staat. Op 23 juli kreeg Verlinden het signaal dat de provincies de coördinatie wilden overnemen, maar ze besloot tot na het weekend te wachten om het commando over te dragen.

Om voor de nodige stroomlijning tussen de provincies te zorgen, richtte Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) een commissariaat voor de heropbouw op. In eerste instantie moet dat zich bezighouden met de heropbouw na de overstromingen, maar in één beweging werd ook de coördinatie van de hulpverlening bij dat instituut gedropt.

Het blijkt echter politieke zelfoverschatting. Noch het commissariaat, noch de provincies beschikken over voldoende manschappen om de coördinatie te stroomlijnen. Door meteen te focussen op de heropbouw leek de politiek te vergeten dat een oplossing moest worden gezocht voor de honderden mensen die hun huis verloren. Zij hebben geen dak boven hun hoofd, zitten zonder drinkwater, kunnen geen eten maken en kunnen zich niet wassen. Initiatieven om hen te helpen waren vaak geïmproviseerd, waarop striemende kritiek weerklonk op de overheid en op het Rode Kruis.

©REUTERS

Premier Alexander De Croo (Open VLD) en Verlinden besloten donderdag, in overleg met Di Rupo, in te grijpen omdat de chaos op de federale regering dreigt af te stralen. Er werd een federale ondersteuningscel naar het commissariaat gestuurd. Ervaren medewerkers van onder meer het Crisiscentrum moeten expertise aanleveren om de situatie op het terrein te helpen normaliseren. In de Franstalige media valt die beslissing slecht: het wordt gezien als een communicatiestunt van Verlinden om zich in te dekken tegen de almaar fellere kritiek op het crisismanagement.

2/ Gouverneur als zwakste schakel

De problemen zijn niet in elke provincie even groot. ‘In Namen en Luxemburg stellen we vast dat de provinciale crisiscellen de situatie onder controle hebben’, klinkt het in de federale regering. In Luik, waar naast de Olnese burgemeester Halin nog verschillende andere burgemeesters klagen over een gebrek aan coördinatie, liggen de kaarten anders. Niet alleen bevinden met onder meer Verviers en Pepinster de zwaarst getroffen gemeenten zich in die provincie, er spelen ook andere problemen.

De provincies worden in ons land vaak als een overbodig niveau beschouwd en de provinciegouverneur als een overbodige protocollaire functie. Maar voor het rampenbeheer vervult die een belangrijke taak. De benoeming van gouverneurs is echter politiek en de functie wordt dikwijls gebruikt om trouwe partijsoldaten te bedanken voor bewezen diensten.

‘Gezien het belang van de functie zou de gouverneur een topambtenaar moeten zijn die op basis van examens zijn expertise heeft bewezen. In de realiteit zijn het soms mensen bij wie je schrik hebt als ze verantwoordelijkheid moeten opnemen’, klinkt het bij een doorgewinterde politicus.

Als minister van Begroting in de regering-Michel blonk Hervé Jamar (MR) niet meteen uit in wiskundige kennis. Om fratsen te vermijden maakten de Franstalige liberalen hem in 2015 gouverneur in Luik en verving Sophie Wilmès (MR) hem als minister. Door de overstromingen werd Jamar, na het afsluiten van de federale fase, de man die een van de grootste natuurrampen in de Belgische geschiedenis moest coördineren. ‘Dit is dan nog ‘maar’ een overstroming. Stel u voor dat er iets zou gebeuren met de kerncentrale van Tihange’, merkt een betrokkene op.

De gouverneur zou een topambtenaar moeten zijn met bewezen expertise. Nu zijn het soms mensen bij wie je schrik hebt als ze verantwoordelijkheid moeten opnemen.
Doorgewinterd politicus

Di Rupo besefte al snel dat Luik de problemen niet alleen de baas zou kunnen, wat een van de redenen was om het commissariaat voor de heropbouw op te richten. Met Catherine Delcourt, de rechterhand van Jamar, en Sylvie Marique, algemeen secretaris van de Waalse administratie, kreeg het commissariaat twee mensen aan het stuur die door iedereen als zeer bekwaam worden omschreven.

Alleen hebben de regionale administraties waarop het commissariaat steunt nauwelijks ervaring met het bestrijden van rampen of personeel dat daarvoor opgeleid is. Bovendien kampt de Waalse overheid met chronisch geldgebrek, terwijl je bij zulke crisissen het geld moet kunnen laten rollen. Ondanks alle goede bedoelingen is het voor Delcourt en Marique momenteel spartelen om niet te verzuipen.

3/ De verwaarlozing van de hulpverlening

Bij zowat elke crisis in België klinkt de verzuchting dat er een gebrek is aan geld. ‘Het is roeien met de riemen die we hebben en de riemen zijn heel kort geworden’, verklaarde luitenant-generaal Marc Thys donderdagavond in ‘Terzake’. ‘Er is een erosie van de hulpdiensten. De logistieke middelen die de civiele bescherming, de brandweer en defensie hebben, zijn heel beperkt geworden.’

Te weinig geld, het klinkt haast als een grap in het land met het hoogste overheidsbeslag en de hoogste belastingdruk van Europa. En toch houdt het steek, want op het vlak van investeringen bengelen we in Europa haast onderaan. Er gaat weliswaar veel geld door de handen van de overheid, maar daarom wordt het nog niet goed besteed.

©BELGA

Als politici moeten bezuinigen, is snijden in de werking van de overheid een gemakkelijke optie. Zolang zich geen grote ramp voordoet, voelt niemand besparingen op de reservecapaciteit van de brandweer en de civiele bescherming. Na een recente hervorming resten de civiele bescherming nog twee van de oorspronkelijke zes kazernes. Het personeelsbestand liep terug naar een 300-tal medewerkers, van wie een deel administratief werk doet. De twee kazernes, in Ghlin en Brasschaat, hebben overdag elk amper 26 mensen paraat staan, ’s nachts 16. Te weinig om meteen het verschil te maken bij een grote natuurramp.

De afbouw van het leger is al jaren aan de gang, waardoor veel gespecialiseerde eenheden zijn verdwenen. Luitenant-generaal Thys wees erop dat genietroepen vroeger zelf bruggen konden leggen, maar dat daar tegenwoordig leasingcontracten voor lopen. Als kort op de bal moet worden gespeeld, zoals bij het herstellen van weggespoelde bruggen, heeft dat weinig nut. Eenzelfde verhaal voor de voedselverdeling: het aantal mobiele keukens werd afgebouwd, waardoor er nu tekorten zijn.

Als reactie een blanco cheque uitschrijven voor de brandweer, de civiele bescherming en het leger vraagt niemand. Eerder is er nood aan een uitklaring van de rol van elke organisatie, waarbij duidelijk wordt omlijnd wie wat doet en welke investeringen daarvoor nodig zijn. Door de klimaatverandering zullen we waarschijnlijk vaker met extreem weer worden geconfronteerd. Daarom is het allicht geen onverstandige zet om extra geld te stoppen in het bestrijden van natuurrampen.

4/ Iedereen is moe

Door de coronapandemie zit ons land sinds maart 2020 in permanente crisismodus. Meerdere toppolitici en topambtenaren zijn sindsdien bijna non-stop aan het werk. Dankzij de vaccinatiecampagne is de pandemie in ons land stilaan onder controle en werd gerekend op een behoorlijk rustige zomer, wat moegewerkte functionarissen eindelijk de mogelijkheid had moeten bieden er twee weken tussenuit te knijpen.

De overstromingen kwamen politiek op het slechtst mogelijke moment. Premier De Croo besloot toch op vakantie naar Italië te trekken om te bekomen van een hels jaar. De inschatting was dat hij dat kon omdat de provincies en het Waals Gewest de coördinatie hadden overgenomen.

Op federaal niveau zou Verlinden een oogje in het zeil houden. Maar als relatieve nieuweling in de politiek heeft zij geen ervaring met het beheren van rampen. ‘Als minister van Binnenlandse Zaken heb je minstens ervaring als burgemeester nodig’, zegt een ervaringsdeskundige. ‘Dan heb je een dergelijke situatie in het klein al eens meegemaakt, waardoor je beter kan inschatten wat je te doen staat.’

In haar entourage klinkt het dat het voor Verlinden zeer moeilijk is om op de voorgrond te treden omdat de provincies aan zet zijn. Als de christendemocrate zich daartussen zou wagen, dreigt ze het verwijt te krijgen dat ze haar bevoegdheden overschrijdt. Om niet verpletterd te worden in het Belgische institutionele kluwen kiest ze ervoor de crisis in de luwte aan te sturen.

©EPA

Achter de schermen probeert Di Rupo de boel te coördineren, al wordt links en rechts opgemerkt dat hij door de coronacrisis ontzettend moe is. Na al die jaren aan de macht is het aura van de sterke man in Wallonië getaand. Het ontbreekt hem aan gezag om te claimen dat hij de situatie onder controle heeft. Di Rupo’s grote sterkte was bovendien dat hij lang zeer goed omringd was, maar zijn entourage is bijlange niet meer zo robuust als toen hij premier was. Dat wreekt zich in tijden van crisis.

Bij gebrek aan een sterke figuur die nadrukkelijk op de voorgrond treedt, leeft het gevoel dat de cockpit leeg is en voelen mensen zich in de steek gelaten. Hoe het anders kan, maakte de voormalige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder duidelijk. Bij overstromingen in de deelstaat Saksen in de zomer van 2002 bombardeerde hij de noodhulp tot chefsache, was hij heel zichtbaar op het terrein en kon hij uiteindelijk de voor hem verloren gewaande verkiezingen van dat jaar winnen.

Van chefsache lijkt in ons land geen sprake. Integendeel. Achter de schermen is er dan wel sturing, op de socialemedia-accounts lijken de Belgische toppolitici vooral bezig met de gewonnen gouden medailles op de Olympische Spelen in Tokio. Voor de duizenden mensen die in het Luikse naar hulp smachten, moet het bijzonder bitter smaken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud