analyse

‘Het drinkwater kan straks opraken'

Voor de IJzer werd maandag een oppompverbod afgekondigd. ©WOUTER VAN VOOREN

Overijse was een incident, maar als de droogte blijft duren, kunnen straks ook elders in Vlaanderen problemen opduiken. Er is geen garantie meer dat er altijd water uit de kraan zal komen.

In Overijse kwam vorige week geen water meer uit de kraan. West-Vlaamse boeren mogen nu ook uit de IJzer en diens zijtakken geen water meer oppompen. En in een deel van Vlaams-Brabant is het verboden een zwembad te vullen of de auto te wassen met kraantjeswater. De droogte slaat dit jaar vroeger toe dan anders. Met grote gevolgen.

Waarom heeft welvarend Vlaanderen onvoldoende water?

Hoewel er doorgaans vrij veel neerslag valt, kampte Vlaanderen altijd al met waterschaarste. Niet zozeer een gebrek aan regen, maar wel de hoge bevolkingsdichtheid maakt onze regio kwetsbaar. Als je de beschikbaarheid afzet tegen de behoefte aan water, staat Vlaanderen er slechter voor dan zowat elke andere regio in Europa.

‘Zelfs zonder droogte is het een hele uitdaging om iedereen van voldoende water te voorzien’, zegt Marijke Huysmans, professor grondwaterhydrologie aan de VUB. ‘Wereldwijd zijn er maar 22 landen met een hogere waterstressindex, een indicatie dat de behoefte aan water groter is dan de beschikbaarheid ervan.’

Vlaanderen telt niet alleen veel inwoners op een kleine oppervlak. De vele bedrijven en de intensieve landbouw hebben eveneens water nodig. Bovendien kunnen we minder dan andere landen genieten van rivieren die grote hoeveelheden water binnenbrengen, zoals bijvoorbeeld de Rijn in Duitsland en Nederland. Daardoor zijn we meer afhankelijk van neerslag. ‘Je zou het misschien niet verwachten maar per inwoner hebben we in Vlaanderen minder water dan bijvoorbeeld Spanje of Portugal’, zegt hydroloog Patrick Willems van de KU Leuven.

En als het regent kan Vlaanderen het water moeilijk vasthouden. De ruimtelijke wanorde heeft ertoe geleid dat onze bodem minder in staat is water te absorberen. ‘We zijn de kampioen van de verharding, met veel beton en asfalt’, zegt Huysmans.

‘Daardoor kan de regen niet in de bodem infiltreren, maar verdwijnt hij in de riool naar de zee. Jarenlang lag de focus op het vermijden van overstromingen. Rivieren werden rechtgetrokken en riolen moesten het water snel wegvoeren. Ook veel akkers werden gedraineerd met grachten om het water snel af te kunnen voeren. Maar in tijden van droogte hebben we net het tegenovergestelde nodig en moeten we water zo veel mogelijk vasthouden.’

Worden zomers zonder regen het nieuwe normaal?

Nog nooit sinds de start van de metingen in 1901 was het neerslagtekort in de aanloop naar de zomer zo groot. De maartse buien en aprilse grillen bleven uit. Daarmee stevenen we voor het vierde jaar op rij af op een zomer van uitzonderlijke droogte. Die opeenvolgende droogtes zijn al lang geen toeval meer. Het is een zeer tastbaar effect van de klimaatverandering in onze contreien.

‘We hebben nu al enkele jaren op rij droogtes die op basis van de statistieken maar eens in de 40 jaar mogen voorkomen’, zegt Huysmans. ‘Als wetenschapper waarschuwen we daar al lang voor, maar we zien nu dat de impact zich nog sneller laat voelen dan we verwacht hadden.’

Door de opwarming krijgen we zowel nattere winters als drogere zomers. ‘Op jaarbasis valt er nog wel evenveel water, maar zowel de droge als de regenachtige periodes worden intenser’, zegt Willems. ‘Dat is eenvoudige fysica. Als de atmosfeer opwarmt, kan de lucht meer waterdamp vasthouden. Daardoor duurt het langer voor de lucht verzadigd is en het water weer naar beneden valt. Als het dan regent, regent het ook feller. We moeten onze waterinfrastructuur aanpassen aan die nieuwe realiteit om zowel overstromingen als droogtes te kunnen opvangen.’

Waar laat de droogte zich voelen?

Landbouwers en de natuur zijn de eersten die getroffen worden door het gebrek aan regen. Als de droogte aanhoudt, kan ze wegen op de economie. Als het waterpeil in rivieren en kanalen te ver zakt, geraken elektriciteitscentrales en chemiebedrijven niet meer aan voldoende koelwater. Ze moeten dan hun productie beperken, zoals tijdens heel warme zomers in het verleden al het geval was.

Voor de West-Vlaamse diepvriesgroentebedrijven en de textielindustrie is toegang tot water cruciaal. Het scheeptransport kan eveneens hinder ondervinden. Op de IJzer en de Dijle gelden nu al diepgangbeperkingen, maar ook op drukkere waterwegen zoals het Albertkanaal kunnen er restricties komen.

Tot slot is er de impact op de consument. In een groot deel van Vlaams-Brabant is het nu al verboden kraantjeswater te gebruiken om de auto te wassen, het zwembad te vullen of het gazon te besproeien. De kans is groot dat andere provincies volgen. In heel Vlaanderen is code oranje van kracht.

Komt er straks nog water uit de kraan?

In Overijse kwam er vorige week even geen water meer uit de kraan. Onderhoudswerken en een enorm extra verbruik om zwembaden te vullen maakten dat de Watergroep het niet meer gebolwerkt kreeg. ‘Het geeft aan dat er niet veel moet gebeuren voor er problemen opduiken’, zegt Willems.

‘Voorlopig is er nog voldoende drinkwater, maar als het nog maanden droog blijft, is het niet denkbeeldig dat we tekorten aan drinkwater krijgen. Vorig jaar in september hebben we daar al eens heel dichtbij gezeten.’

Het drinkwater in Vlaanderen komt voor de helft uit het grondwater en voor de helft uit rivieren en kanalen. Het grondwater dat drinkwatermaatschappijen oppompen, komt vooral uit de zeer diepe ondergrond, waar zich op korte termijn minder een probleem stelt. Anders dan het ondiepe grondwater zijn de diepe waterlagen ook in tijden van droogte voldoende gevuld.

Voor het water uit rivieren is er minder zekerheid. De Watergroep, die in het Meetjesland en West-Vlaanderen drinkwater haalt uit oppervlaktewater, heeft spaarbekkens aangelegd tijdens de winter. Bij langdurige droogte kunnen die leeg geraken. Ook de Antwerpse drinkwatermaatschappij Water-link, die 40 procent van het Vlaamse drinkwater produceert, kwam vorig jaar bijna in de problemen.

‘Ze onttrekt water uit het Albertkanaal, maar als het waterpeil in de Maas te ver zakt, kunnen daar beperkingen komen op het watergebruik’, zegt Willems. ‘Als de droogte aanhoudt, kan het peil er binnen twee maanden kritiek worden. Water-link heeft dan wel spaarbekkens om een paar dagen te overbruggen en kan beperkt water halen bij andere maatschappijen, maar het is niet ondenkbaar dat de voorziening van het drinkwater in de problemen komt.’

Hoe valt het probleem op te lossen?

We moeten zuiniger met water omspringen. Iedereen verwacht bijkomende maatregelen om het waterverbruik de komende weken in te perken. Maar om op lange termijn een oplossing te bieden, moet Vlaanderen garanderen dat minder water wegvloeit en er meer in de bodem sijpelt.

De belangrijkste ingreep zou een stop zijn op het verharden van grond, of zelfs beton weghalen. Maar zo’n Vlaamse betonstop ligt politiek heel gevoelig en raakt maar niet van de grond. ‘Misschien is het meer haalbaar om in te zetten op het opvangen en hergebruiken van regenwater’, oppert Huysmans.

‘Infiltratieputten en grachten kunnen het water in de ondergrond houden en verhinderen dat het wegstroomt. Aan de kust bekijken ze of ze in de natte wintermaanden water kunnen injecteren in de diepe grondwaterlagen. Bij nieuwbouw is een regenwater- en infiltratieput verplicht, maar ook bij bestaande gebouwen kan je daar nog op inzetten. Vlaanderen is geen woestijn. Als we water vasthouden, is het probleem op te lossen.’

Ook Willems ziet tal van oplossingen. Parkings en pleinen zonder beton, voldoende groene zones die water vasthouden en slimme sturingskleppen om het water in de grachten te houden. ‘Ongeveer 60 procent van het water stroomt ieder jaar weg naar de zee’, besluit de professor. ‘Als we dat percentage kunnen terugbrengen naar 50 of 40 procent, is het waterprobleem opgelost. Daarvoor zijn dan wel massale inspanningen nodig.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud