Het zelfbedrog van ons migratiebeleid

De Vlaamse arbeidsmarkt heeft de komende jaren naar schatting honderdduizenden migranten nodig om knelpuntvacatures in te vullen. ©Joyce van Belkom/Hollandse Hoogte

Met tienduizenden zijn ze, de buitenlanders die hier aanspoelen en bij de sociale zekerheid worden geparkeerd. Roma, asielzoekers, gezinsherenigers: ze duwen onze absorptiecapaciteit over de grens. Tegelijk schreeuwt onze arbeidsmarkt om knelpuntberoepers: buitenlanders, graag. Ziedaar de migratieparadox, een van de grootste en wraakroependste te- genstellingen van deze tijd.

‘Als de Polen in Nederland twee dagen staken, dan zijn de schappen in de supermarkten leeg.’ Hij zegt het zonder een zweem van ironie. En hij weet waarover hij spreekt. De Nederlander Frank van Gool is de topman van Otto Work Force, een internationaal uitzendkantoor dat uitsluitend Oost-Europeanen in de Nederlandse markt zet. Dagelijks plaatst hij 4.000 Oost-Europeanen bij Nederlandse bedrijven. Topbedrijven. De grote namen uit de kleding- en distributiesector. Volgens Van Gool hebben berekeningen uitgewezen dat Oost-Europeanen voor 2 miljard euro bijdragen aan het Nederlandse bruto binnenlands product.

Otto Work Force is een bedrijf als een komeet. In tien jaar tijd ging het naar 150 miljoen euro omzet. Het uitzendkantoor bespeelt namelijk een van de grootste niches op onze arbeidsmarkt: de knelpuntberoepen. ‘Vanaf midden volgend jaar zal het snel gaan’, zegt Van Gool. ‘Dan gaan de babyboomers massaal met pensioen en trekt de economie volgens de prognoses weer aan. Dan worden de tekorten nijpend. Zonder die buitenlandse instroom redden we het niet meer.’

Was er aanvankelijk wrevel over de Oost-Europese ‘baantjespikkers’, dan hebben de Nederlanders de komst van de Polen, Tsjechen en Slowaken ondertussen goed verteerd. ‘Omdat ze beseffen dat het niet anders meer kan. Polen pikken geen baantjes in, ze doen de jobs die wij niet meer willen of kunnen doen. En wat meer is: ze doen het vol overgave. Hun productiviteit ligt 34 procent hoger dan die van de gemiddelde Nederlander. De werkgevers zijn er dol op.’

Zet in België een Pool op de werkvloer, en iedereen wordt ongemakkelijk. Nochtans kan je de Nederlandse situatie extrapoleren naar de onze. Arbeidsmarktspecialisten spreken over een knelpunteconomie, omdat er voor sommige vacatures minder dan drie werkzoekenden zijn. De Leuvense hoogleraar Economie Luc Sels berekende bovendien dat er door de generatiewissel tussen nu en 2014 300.000 senioren de Vlaamse arbeidsmarkt verlaten. Vooral sectoren als telecommunicatie, de post, het openbaar bestuur, het vervoer, maar ook de financiële diensten en het onderwijs krijgen het moeilijk. Daar slaat de vergrijzing met 35 tot 45 procent vijftigplussers het hardst toe. Dat drama speelt zich af onder onze ogen, en we staan erbij en kijken ernaar.

Roma-rel

Ondertussen worden de media al wekenlang beheerst door de zoveelste asiel- en migratiecrisis. In grote aantalen stromen ze toe, de Oost-Europese, Aziatische of Afrikaanse gelukszoekers die denken dat België het land van melk en honing is. Asielzoekers worden weggestopt in hotels of militaire complexen. Tijdens de eerste zes maanden van hun procedure mogen ze niet werken. Daarna wel. Maar dat is geen denderend succes. ‘Slechts de helft van de asielzoekers die in 2000 geregulariseerd werden, had vijf jaar later een job’, weet Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige van de hr-groep Randstad. ‘Een op de drie had een werkloosheids- of bijstandsuitkering. Als ze al werkten, was het vaak onder hun opleidingsniveau.’

Hoe hemeltergend. Ons land heeft niet alleen geen asielbeleid, het heeft gewoon geen migratiebeleid tout court. Bovendien maakt de huidige crisis elk debat over economische migratie onmogelijk. Ook de recente Roma-rel omtrent de Vlaamse minister van Integratie Geert Bourgeois (N-VA) zal daar geen goed aan doen. Probeer nu nog maar eens te argumenteren dat het misschien toch steek houdt Bulgaren of Roemenen naar hier te halen om ze officieel tewerk te stellen in de groentekweek of de slachterij. Dat zijn sectoren waar geen Belg zijn handen nog aan wil vuilmaken en waar die mensen nu toch al terechtkomen, zij het in mensonterende zwarte statuten. We zitten hier met een joekel van een paradox: een schrijnend teveel aan rondzwervende, op de sociale zekerheid terende gelukszoekers en een nijpend tekort aan broodnodige werkkrachten.

Asielpoort

Dus stellen wij een domme vraag. Kan je die twee problemen niet linken? Kunnen we de mensen die hier toch massaal toestromen niet zinvol inschakelen in onze schurende arbeidsmarkt? Neem nu Vahab Khani, een Iraniër die hier tien jaar geleden asiel aanvroeg. Na een lange procedure kreeg hij een verblijfskaart. Hij volgde bij de VDAB enkele cursussen lastechnieken. Hij spreekt behoorlijk Nederlands. ‘Ik koos voor lasser omdat daarvoor erg veel vacatures zijn’, vertelt hij. ‘En ik vond een goede job. Maar het is niet gemakkelijk als asielzoeker je weg te vinden op de Vlaamse arbeidsmarkt.’ Zonder mensen als Khani hadden we nochtans een groot probleem, want in Vlaanderen wil haast niemand die stiel nog leren.

En toch moet je opletten met die redenering, zegt Bob Pleyzier, de voormalige topman van Fedasil, het agentschap voor de opvang van asielzoekers. ‘Het heeft geen zin humanitaire en economische migratie op één hoop te gooien. Asiel is een speciaal statuut waarbij mensen die vervolgd worden een beroep doen op de Conventie van Genève om elders onderdak te krijgen. Je moet dat zuiver houden. Het probleem bij ons is dat veel mensen op zoek naar een beter leven die asielpoort gebruiken omdat het voor hen de enige manier is om hier binnen te geraken. Als je die massaal gaat kanaliseren naar de arbeidsmarkt - omdat ze hier nu toch zijn - door ze te herscholen in knelpuntberoepen bijvoorbeeld, dan maak je het aanzuigeffect nog groter. Je geeft het signaal dat je in België aan werk kan geraken door asiel te vragen, wat de achterstand in de dossiers en het tekort aan opvangplaatsen nog groter maakt.’

Dat velen onze asielpoort ‘misbruiken’ is duidelijk. Het klinkt ongeloofwaardig, maar officieel heeft ons land al sinds 1974 een migratiestop. Toch kregen we sindsdien naar schatting jaarlijks minstens 150.000 nieuwkomers. Hoe kan dat? Om te beginnen door de Europese regelgeving, die vrij verkeer van werknemers mogelijk maakt. Of ze komen illegaal. Of via gezinshereniging, naast asiel de grote uitzondering op het immigratieverbod.

Officiële arbeidsmigratie voor niet-EU-burgers werd daarentegen ontzettend moeilijk gemaakt. Bedrijven kunnen wel buitenlanders aantrekken, maar ze moeten zich eerst door ellenlange administratieve procedures worstelen. Ze moeten onder meer bewijzen dat ze in eigen land niemand gevonden hebben voor de job. Er zijn minimumvereisten voor wat die mensen op jaarbasis moeten verdienen. Ook worden buitenlandse diploma’s niet altijd erkend. Nochtans komen bepaalde sectoren zonder migranten in grote problemen. ‘De zorgsector zal zich in de toekomst bijvoorbeeld moeten richten tot werkloze verpleegkundigen uit andere continenten’, beaamt Fons Leroy, de gedelegeerd bestuurder van de VDAB. ‘Maar dan moeten we ze vlug en op het juiste niveau kunnen inschakelen.’ Jan Denys spreekt over een paar honderdduizend buitenlanders die in de komende jaren nodig zijn om de kloof te dichten.

We moeten dus dringend een nieuwe, economische migratiepoort creëren, betogen arbeidsmarkt- en migratiespecialisten. Dat zou meteen de druk op de asielprocedure gevoelig verminderen. ‘Maar je moet de touwtjes stevig in handen houden’, zegt Bob Pleyzier. ‘Een korte en strikte asielprocedure, waarbij enkel echte asielzoekers verblijfsrecht krijgen en ze ook actief begeleid worden naar werk. Daarnaast een economische poort die vertrekt vanuit onze arbeidsmarkt: alleen profielen aantrekken die we nodig hebben. Hoog- én laaggeschoolden.’

Helaas. Als het gaat over economische migratie, komen de bezwaren op tafel. Opmerkelijk daarbij, zegt Jan Denys, is dat de partijen - vooral PS en cdH - die het hardst roepen om humanitaire migratie, het meest huiveren van economische. Ze vrezen dat buitenlanders de lonen onder druk zullen zetten en de Belgische werknemers uit de markt duwen.

Nochtans gaat dat argument niet op. Frédéric Docquier, econometrist van de UCL, toont in een studie die eerstdaags gepubliceerd wordt aan dat migratie in de meeste Europese landen tot hogere lonen leidt. ‘In ons land heeft de migratiestroom tussen 1990 en 2000 de salarissen gemiddeld met 0,35 procent doen stijgen. Veel is dat niet, maar het maakt wel korte metten met het vooroordeel dat buitenlanders onze lonen onder druk zetten. Daar zijn drie redenen voor: migranten nemen jobs die complementair zijn aan de onze, waardoor knelpuntsectoren performanter worden en de lonen daar stijgen. Bovendien vestigen ze zich vaak als zelfstandige, waardoor ze op hun beurt mensen tewerkstellen. En ten slotte consumeren ze ook, wat eveneens de economie aanzwengelt.’

Een terechte bedenking die tegenstanders - bij uitstek de vakbonden - zich nog maken is: wat doe je met al die allochtone werklozen die er al zijn? Brussel kampt met 30 procent werkloze allochtone jongeren. Kunnen we die niet beter eerst activeren vooraleer we nieuwe buitenlanders aantrekken? Wat met de vele werklozen in Wallonië? En met die vijftigplussers die te vroeg afhaken?

‘Ik ben op mijn 62 door de PS met brugpensioen gestuurd’, stelt Bob Pleyzier droogjes. ‘Nu moet de staat mij cultuurwaardebonnen geven om mij bezig te houden. Terwijl mijn dochter met haar drukke job en haar drie kinderen zich de benen van onder het lijf loopt. Moeten we voor haar echt een Poolse schoonmaakster of oppas inhuren, terwijl ik hier met mijn vingers zit te draaien? Hier klopt toch iets niet?’

Ook Fons Leroy benadrukt dat migratie alleen geen mirakeloplossing is. ‘We moeten trapsgewijs werken. Eerst kijken hoe we onze eigen werklozen kunnen activeren. En dan aanvullen met buitenlanders. Het ene kan niet zonder het andere.’

De studie van Frédéric Docquier toont ook aan dat we ons niet te veel illusies moeten maken. Wij verbeuzelen onze tijd met te discussiëren of we buitenlanders gaan toelaten op onze arbeidsmarkt. Maar het is best mogelijk dat ze niet eens willen komen - de hooggeschoolde dan. ‘Onze lonen zijn niet aantrekkelijk’, oppert Docquier. ‘Ze trekken liever naar de Angelsaksische wereld, waar hoogopgeleiden veel meer kunnen verdienen. Duitsland heeft dat probleem ook. Rond de millenniumwissel wilden ze 150.000 buitenlandse informatici aantrekken. Ze hebben er minder dan 15.000 gevonden.’

Eén ding is duidelijk: geen groter zelfbedrog dan in ons migratiebeleid. Humanitair maar tegelijk onmenselijk. Restrictief en daarom een gemiste kans. Het is een lappendeken met overal losse eindjes. En niemand die erin slaagt die aan elkaar te knopen. Een minister van Migratie in de volgende regering? Het wordt vast en zeker een topjob.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud