Hoe naïef is België over Chinese overnames?

©Filip Ysenbaert

De mogelijke overname van de verzekeraar Ageas door een Chinees conglomeraat onderstreept nog eens dat België geen economisch veiligheidsbeleid heeft. Intussen wapent de rest van Europa zich tegen de Chinese overnamehonger. ‘Het is tijd om minder naïef te worden.’

Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker werd deze week op het schild gehesen als ridder van de vrijhandel. In het hol van de leeuw kon hij woensdag de Amerikaanse president Donald Trump ervan overtuigen de handelsoorlog op pauze te zetten en wie weet zelfs mee te werken aan een nieuwe handelsdeal.

Maar diezelfde Juncker zei in september ‘geen naïeve vrijhandelaar’ te zijn. Europa moest volgens hem ‘te allen tijde waken over zijn strategische belangen’. Waarna hij een voorstel lanceerde om bedrijfsovernames door buitenlandse - lees: Chinese - partijen indien nodig te screenen en tegen te houden.

Juncker is niet de enige die de Chinezen in het vizier heeft. De vrees dat de Chinese overheid zich via buitenlandse investeringen in kritische infrastructuur en toptechnologie een weg baant naar werelddominantie leidt in de VS tot het onmogelijke. De twee grote politieke partijen werken er samen om CFIUS - de waakhond die toeziet op overnames door buitenlanders -nog meer armslag te geven.

Barrières

Ook in Europa worden in ijltempo barrières opgeworpen tegen Chinese kopers, waarbij Duitsland en het Verenigd Koninkrijk het voortouw nemen. De Duitsers verstrengden vorig jaar hun wetgeving, waardoor de regering voortaan een buitenlandse overname kan afblokken als het doelwit actief is in ‘kritische infrastructuur’ en de overnemer minstens 25 procent van het kapitaal beoogt.

Die nieuwe verdedigingswal kwam er na de hevige commotie over de Chinese overname van de robotmaker Kuka in 2016. Net deze week riep de Duitse overheid voor het eerst de wet in om een Chinees overnamebod op de machinefabrikant Leifeld Metal Spinning te blokkeren vanwege veiligheidsredenen. Leifeld werkt onder meer voor de ruimtevaart- en nucleaire industrie.

De Britse regering eist dan weer meer vrijheid om tussen te komen in eender welke deal die de nationale veiligheid zou kunnen schaden, zo leert een deze week gepubliceerd beleidsdocument. Een functionaris gaf tegenover de krant Financial Times toe dat ‘vooral China’ geviseerd werd, naast landen als Rusland. Ook hier waren de Chinezen de katalysator met een controversiële investering in de kerncentrale van Hinkley Point.

We moeten serieus nadenken over de economische activiteiten die we absoluut zelf in handen willen houden.
Herman Daems, voorzitter BNP Paribas Fortis

En in België? Daar blijft het verdacht stil. Nochtans deden ook bij ons Chinezen stof opwaaien toen het staatsbedrijf State Grid in 2016 aanklopte bij de distributienetbeheerder Eandis (nu Fluvius). Uiteindelijk strandde het Chinese plan om een belang van 14 procent in Eandis te nemen. De Staatsveiligheid had een waarschuwing uitgestuurd, al was het de stad Antwerpen die de deal uiteindelijk om andere redenen kelderde.

Onlangs dook State Grid opnieuw op, ditmaal bij de hoogspanningsnetbeheerder Elia. De Chinezen zagen een kans om binnen te breken bij de Duitse Elia-dochter 50Hertz toen een Australisch fonds tweemaal een aandelenpakket in 50Hertz in de etalage zette. State Grid bood tweemaal rijkelijk, maar Elia sloeg beide pogingen af. Het moest daarvoor wel diep in de buidel tasten om zelf een van de pakketten te kopen. Voor het tweede pakket bereikte Elia een akkoord met de Duitse overheidsbank KfW, die bereid is zich in te kopen. Het bewijst nogmaals dat het de Duitsers menens is met het weren van de Chinezen uit strategische activa.

Ambitieus

Intussen viseren Chinese investeerders een nieuw, ongezien ambitieus doelwit in ons land: Ageas. De grootste verzekeraar van België zou volgens het persagentschap Bloomberg op de belangstelling kunnen rekenen van het Chinese conglomeraat Fosun. Een eventuele overname zou van Ageas - goed voor een beurswaarde van ruim 9 miljard euro - veruit de grootste Chinese prooi ooit in België maken. Met bovendien de nodige symboliek, want de roots van de Belgische Ageas-dochter AG Insurance gaan terug tot 1824, waarmee het bedrijf ouder is dan België.

Eerder nam een ander Chinees conglomeraat - Anbang - al de kleinere verzekeraar Fidea en Bank Nagelmackers over in ons land. Dat een gebrek aan transparantie een risico is bij zulke tegenpartijen werd duidelijk toen de Chinese overheid begin dit jaar de voorzitter van Anbang oppakte en zijn bedrijf nationaliseerde.

Veiligheidsbelangen

Los van de vraag of Ageas al dan niet van kritisch belang is voor België, is er de vaststelling dat onze overheden voorlopig amper iets kunnen doen om een overname van een privébedrijf te blokkeren. De hele heisa rond Eandis heeft uiteindelijk slechts één - beperkte - maatregel opgeleverd. Als er strategische veiligheidsbelangen in het geding zijn, kan de Vlaamse regering voortaan buitenlandse investeerders weren uit instellingen die onder haar controle vallen, zoals intercommunales. De Staatsveiligheid moet dan oordelen over de dreiging. Het gaat onder meer om bescherming tegen buitenlandse druk en bescherming van gevoelige informatie.

‘Deze ene Vlaamse maatregel blijft beperkt, maar het is toch al iets. Bij Eandis zou dit wel degelijk een verschil gemaakt hebben’, meent econoom Ivan Van de Cloot van de denktank Itinera. Hij liet Cindy Du Bois, professor economie aan de Koninklijke Militaire School, een studie maken over het economische veiligheidsbeleid van landen. De belangrijkste conclusie? België staat nog nergens. ‘We hebben nog altijd geen wetgeving over de verdediging van onze strategisch-economische belangen, zodat we afhankelijk blijven van ad-hocinitiatieven door onze inlichtingendiensten of de toezichthouders in sommige sectoren’, aldus Du Bois.

12 miljard
Chinese bedrijven investeerden in het eerste halfjaar 12 miljard dollar in Europa, zes keer meer dan in de VS.

‘Het is hoog tijd om ons huiswerk te maken en een officieel beleid op papier te zetten’, zegt Van de Cloot. ‘Andere Europese landen hebben dat wel al gedaan. Zo hebben liefst 12 EU-lidstaten een mechanisme om buitenlandse investeringen in hun land te screenen. Ook de Europese Commissie pleit intussen voor een juridische omkadering voor de screening van buitenlandse investeringen.’ Bij die 12 voorlopers zitten Duitsland, Italië, Frankrijk, het VK, Spanje, Oostenrijk en Finland.

Nederland staat daar niet tussen, maar dat heeft van oudsher een gesofisticeerd beleid om ongewenst volk buiten te houden. Tot en met politieke uitspraken, zoals Bpost mocht ondervinden bij de mislukte overname van PostNL. ‘Ook landen met een officieel screeningbeleid, zoals Duitsland, wagen zich regelmatig in deze grijze zone’, weet Van de Cloot. Voor naïevelingen lijkt er geen plaats te zijn.

Controle

Voor Herman Daems, de voorzitter van BNP Paribas Fortis en al jaren een bevoorrecht waarnemer van het Belgische bedrijfsleven, is het eveneens vijf voor twaalf. ‘Het is tijd om minder naïef te worden in de discussie over de vrije markt. Een zekere controle op overnames is wel degelijk zinvol. Of dat nu op Vlaams, Belgisch of Europees niveau gebeurt, we moeten serieus nadenken over de economische activiteiten die we absoluut zelf in handen willen houden.’

‘Ik heb begrip voor de bekommernis van Europese leiders dat grote delen van hun economie in handen dreigen te vallen van niet-Europese partijen. Dat gebeurt tegen de achtergrond van een strijd om de wereldmacht’, zegt Daems. Die strijd - tussen de democratische vrijemarkteconomie van de VS en het autoritair geleide staatskapitalisme van China - zet de belangen op scherp. Sommige waarnemers gaan verder en geven er een expliciet politieke dimensie aan, waarbij China zijn economische macht zou willen vertalen in geopolitieke spierkracht om zijn autoritaire staatsmodel te exporteren.

Voor Daems is de geopolitieke context cruciaal om in te schatten hoe we met de Chinese overnamegolf moeten omgaan. ‘De oorsprong van die overnamegolf ligt in het ruime overschot op de handelsbalans van China, dat veel meer exporteert dan het importeert. Om al dat binnenstromende geld te investeren kijkt China naar het buitenland, want in eigen land kampen sommige sectoren al met overcapaciteit. Een tweede element is Donald Trump, die met China een openlijke strijd om de wereldmacht voert. China wil dat spel gerust meespelen en streeft mee daarom naar meer invloed in Europa.’

Helemaal nieuw is dat laatste niet. Daems ziet parallellen met de jaren 50 en 60, toen Amerikaanse investeerders massaal neerstreken in Europa. ‘Ook toen waarschuwden sommigen voor de komst van de Amerikanen. Al is er een groot verschil met vandaag. De VS zagen brood in de grote Europese markt, maar konden die niet via export bedienen vanwege de hogere loonkosten in de VS. Daarom sloegen ze hier hun tenten op, met investeringen die veel jobs creëerden.’

‘De Chinezen komen naar Europa voor iets heel anders. Ze kopen hier zowel wereldwijde merknamen - denk aan de autobouwer Volvo - als technologie die ze zelf niet hebben. Bovendien is het een staatsgeleide economie, met heuse vijfjarenplannen die met veel poeha worden aangekondigd’, aldus Daems.

Communistische partij

Net de nadrukkelijke aanwezigheid van de politiek is voor Dominik Declercq, die de Europese auto-industrie in China vertegenwoordigt via ACEA, een reden om extra waakzaam te zijn. ‘Europa heeft gelijk als het Chinese investeringen screent. Bij eender welk Chinees bedrijf is er een link met de Communistische partij of de staat’, zegt Declercq, die al 30 jaar in China woont en werkt. ‘Maar tegelijk zijn het land en de partij zo groot dat het weinig realistisch is dat China grootse staatsinvesteringsplannen zou kunnen waarmaken. Daarvoor is het allemaal te diffuus. Een honderdtal staatsbedrijven wordt gecoördineerd vanuit Peking, maar daarnaast zijn er heel veel bedrijven in de provincies waar de hoofdstad geen vat op heeft.’

Een eventuele overname van Ageas past volgens Declercq alvast niet in een groots plan om strategische invloed te verwerven. Hij gelooft ook dat de meerderheid van de Chinese overnames in Europa van de voorbije vijf jaar ‘onschuldig’ was. Waarom dan toch steeds een screening nodig is? ‘Om te achterhalen of er een gezond businessplan is en het niet bedoeling is de technologie mee te nemen naar China en de boel in Europa te sluiten. Daarnaast willen we sommige strategische spitstechnologie - denk aan de vliegtuigmotoren van Rolls-Royce - niet afstaan aan China.’

Meer beperkingen leiden tot minder buitenlandse investe ringen. Over die balans moeten we een politieke discussie voeren.
Ivan Van de Cloot, econoom Itinera

Ambitieuze plannen heeft China wel degelijk. Het ‘Belt and Road’-initiatief moet van China het middelpunt maken van een nieuwe economische zijderoute, en dat dankzij gigantische infrastructuurinvesteringen in tientallen landen. Met ‘Made in China 2025’ wil het land zich weer transformeren in een hoogtechnologische wereldspeler in sectoren als robotica en elektrische wagens. Het subsidieert daarom die sectoren en aast tegelijk op buitenlandse technologie, die het soms verwerft via gedwongen technologietransfers van westerse bedrijven die in China actief willen zijn. Het Westen brandmerkt het plan als oneerlijke concurrentie.

Investeringscijfers

De handelsspanningen en tegenreacties die zulke initiatieven veroorzaken, laten zich al voelen in dalende Chinese investeringscijfers. In de VS is zelfs sprake van een implosie. In de eerste jaarhelft kelderden Chinese overnames en investeringen in de VS met ruim 90 procent tot 2 miljard dollar, het laagste cijfer in zeven jaar. Als ook rekening wordt gehouden met de 9,6 miljard dollar aan Amerikaanse activa die Chinezen verkochten tijdens de eerste vijf maanden, is het nettocijfer zelfs stevig negatief. Die verkopen zijn grotendeels opgelegd door Peking, dat de duimschroeven aandraait bij conglomeraten die de voorbije jaren in het wilde weg overnames deden in de hotel- en entertainmentsector. Dat leidde in 2016 nog tot een record van 46 miljard dollar aan Chinese investeringen in de VS, leren cijfers van het in China gespecialiseerde analysebureau Rhodium Group.

Intussen heeft China duidelijk de focus verlegd naar Europa. Chinezen investeerden hier in het eerste semester 12 miljard dollar, het zesvoudige van wat naar de VS vloeide. De piek van 53,9 miljard dollar in het eerste halfjaar van 2017 is daarmee veraf, maar dat cijfer is ietwat vertekend door de monsterovername van het Zwitserse agrochemiebedrijf Syngenta voor 43 miljard dollar. Volgens Rhodium is de shift naar Europa een gevolg van lagere regelgevende barrières, een meer voorspelbare politiek en de ruime beschikbaarheid van hoogtechnologische industriële activa. Wat de barrières betreft: tegenover drie afgeblokte Chinese deals in Europa stonden acht Amerikaanse in het voorbije halfjaar.

Prijskaartje

Aan het gratuit afblokken van investeringen hangt wel een prijskaartje, zeker voor een kleine en open economie als de onze die in grote mate afhankelijk is van import en export. Studies herinneren regelmatig aan het belang van buitenlandse investeringen voor de jobcreatie. Een recent rapport van de Vlaamse overheid leert dat Vlaamse bedrijven met buitenlandse aandeelhouders goed zijn voor 400.000 jobs, alhoewel die groep amper 1 procent van alle Vlaamse bedrijven vertegenwoordigt.

Bij eender welk Chinees bedrijf is er een link naar de Communistische partij of de staat.
Dominik Declercq, vertegenwoor diger Europese auto-industrie in China

‘België kan dan ook niet een even strikt controlebeleid voeren als grotere landen’, erkent Van de Cloot. ‘Meer beperkingen leiden statistisch gezien tot minder buitenlandse investeringen. Over die balans moeten we een politieke discussie voeren, maar dat gebeurt nu niet.’ Hij denkt dat eerst nog eens een dossier zoals Eandis nodig is, net zoals Kuka de Duitsers tot actie aanspoorde. In de Europese discussie die Juncker op gang trok, zou de Vlaamse delegatie pleiten voor terughoudendheid en minimale controles om de investeringsstroom niet in gevaar te brengen, signaleert Du Bois.

Volgens Daems heeft de afwachtende houding van de Belgische politiek deels te maken met een afkeer van al te radicale staatsinmenging. Hij wijst ook op het ‘niet altijd doordachte optreden’ in het verleden, toen kroonjuwelen zoals de Generale Maatschappij zonder voorwaarden aan het buitenland verkocht werden.

Hefboom

Daems wil alvast een aanzet geven. De eerste stap is het actieterrein naar China te verleggen. ‘Het lijkt me zinvol de Chinese investeringsgolf in Europa als een hefboom te gebruiken voor gesprekken over de opening van de Chinese markt voor Europese investeerders. Die wederkerigheid bestaat vandaag niet.’

‘In een tweede stap zou ik in Europese sectoren die aan regelgeving onderworpen zijn, zoals de financiële en de energiesector, de rol van de toezichthouders uitbreiden. We hebben slimme toezichthouders nodig die voor elk specifiek geval nagaan wat de gevolgen van een buitenlandse overname zijn voor de dynamiek of innovatie in een sector. Zij kunnen dan eventueel voorwaarden opleggen. Dat had de Nationale Bank bij de overname van Nagelmackers en Fidea nog wat scherper moeten doen. Pas in laatste instantie moeten we denken aan een bescherming tegen overnames’, stelt Daems.

Volgens Van de Cloot lijsten we best zo snel mogelijk alle kritische sectoren op waar een buitenlandse investering een bedreiging kan zijn. Daar horen ook gevoelige data bij, wat door de oprukkende digitalisering voor steeds meer sectoren geldt. Dat alleen belooft al een hele klus te worden. ‘Er is geen tijd te verliezen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content