‘Ik hoop dat het land onbestuurbaar wordt'

©Wim Kempenaers

Hij kreeg twee hartaanvallen en een diagnose van leukemie. Maar Herman De Bode is strijdvaardiger dan ooit. De gewezen topman van McKinsey, ex-kabinetschef van Jan Jambon en vertrouweling van Bart De Wever ziet in de politieke impasse vooral een kans. ‘Het confederalisme is dichterbij dan ooit.’

Een massieve beuk, wat eiken en een indrukwekkende mammoetboom. Hij wijst ze aan alsof ze zijn beste vrienden zijn. ‘Ik hou van bomen’, zegt Herman De Bode (65) terwijl we uitkijken op de tuin rond zijn huis in Brasschaat. In de hoek van het moderne terras staan twee iconische kabouters van een vroegere N-VA-campagne.

Zo vredig zijn gazon er in de winterzon bij ligt, zo woelig waren de voorbije maanden van de gewezen topman van de consultant McKinsey en kabinetschef van ex-minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon. ‘Het was de perfecte storm. In juli werd ik plots onwel toen ik Londen was voor Wimbledon. Ik heb toen nog de Eurostar naar huis genomen, en ben via een tussenstop bij mijn huisdokter naar het Middelheimziekenhuis in Antwerpen gereden. Twaalf minuten laten waren de dokters in mijn hart aan het kijken.’

De diagnose? Een hartinfarct. Even later volgde een nog dramatischer verdict: het infarct was veroorzaakt door een agressieve vorm van leukemie. ‘Eigenlijk was dat infarct een geluk bij een ongeluk, want zo werd de leukemie in een vroeg stadium ontdekt, waardoor de bloedkanker behandelbaar is.’ Terug thuis volgde een tweede infarct, waarna hij negen weken in het ziekenhuis belandde.

©Wim Kempenaers

De chemosessies lopen tot eind januari. En hoewel zijn hart nog maar op 20 tot 30 procent van de natuurlijke kracht functioneert, straalt de energie uit zijn ogen als hij vertelt dat zijn ziekte hem niet belet heeft de politieke actualiteit op de voet te volgen. ‘Het is niet omdat je aan een infuus hangt dat je niet mentaal actief kan blijven.’

Het was een cruciale week. De regering is gevallen, waardoor ze haar economische agenda niet kan afwerken. En het migratiepact is goedgekeurd in New York. Was het protest tegen dat pact deze crisis wel waard?

Herman De Bode: ‘Uit mijn tijd als kabinetschef heb ik geleerd dat je het in een coalitieregering met vier eens moet zijn. Gaat één partij niet akkoord, dan leggen de andere partijen zich daarbij neer. Bij het migratiepact was dat niet het geval. Ondanks het njet van de N-VA gingen de andere partijen toch door. De facto hebben CD&V en Open VLD de N-VA uit de regering geduwd, en pas nadien hebben ze beseft wat de gevolgen waren. Hoe kan je dat in godsnaam doen voor een pact dat niet eens bindend is, en waarvoor bij een meerderheid van de bevolking geen draagvlak bestaat?’

Waarop baseert u zich als u zegt dat er geen draagvlak voor het pact is?

Voor werkgevers die over de chaos zeuren, heb ik nul begrip.
Herman De Bode
ex-N-VA-cabinetard

De Bode: ‘Ik weet niet met welke mensen u praat. Als ik in het dagziekenhuis kom voor mijn behandeling, maak ik er een punt van met iedereen te praten: verplegers, medepatiënten, enzovoort. De ene zegt het al wat cruer dan de andere, maar ik hoor het overal: er is geen draagvlak voor een flexibeler migratiebeleid.’

Toch mort ondernemend Vlaanderen over het feit dat uw partij aan de basis ligt van deze crisis op een moment dat met de brexit, een dreigend stroomtekort en de verzwakkende conjunctuur een economisch onweer dreigt los te barsten.

De Bode: ‘Ik ben zwaar ontgoocheld in de werkgeversorganisaties. Ze verkopen veel praatjes maar doen weinig, behalve de factuur van de akkoorden die ze met de vakbonden sluiten doorsturen naar de regering. Sociaal overleg is iets wat na de Tweede Wereldoorlog heeft gewerkt, maar vandaag niet meer. Het wordt tijd dat we het VBO opdoeken. Dus heb ik op dit moment veel sympathie voor wat de werkgevers vertellen? Nee. Nul!’

Als zelfs Bart De Wever zegt dat hij veel telefoontjes van bezorgde werkgevers krijgt, kunt u die bezwaren toch niet wegdenken?

De Bode: ‘Dan hadden de andere partijen uit de regering daar maar over moeten nadenken. Bezint eer ge begint. Wie heeft het land in een crisis gestort? Wij niet.’

Het resultaat is wel dat de centrum-rechtse regering waarvan de N-VA de motor was de beloofde economische hervormingen niet kan afmaken.

De Bode: ‘Bij de maatregelen die nog op tafel liggen, zitten veel compromissen waarvoor we het geld niet hebben. Waarom slagen we er na al die jaren nog altijd niet in een sluitende begroting neer te leggen? Omdat er te veel taboes zijn waaraan je niet mag raken, zoals de sociale zekerheid.’

‘In mijn ogen is het land onbestuurbaar. Probeer nog maar eens een federale regering te vormen als Wallonië opnieuw een ruk naar links maakt zoals de peilingen aangeven. Dat zal niet lukken. De MR krijg je nooit zover om opnieuw als enige Franstalige partij in de regering te stappen. En aan Nederlandstalige kant zal de N-VA niet verliezen. Ik denk dat we er zelfs licht op vooruit zullen gaan.’

Sociaal overleg is iets wat na de Tweede Wereldoorlog gewerkt heeft, maar vandaag niet meer. Het wordt tijd dat we het VBO opdoeken.
Herman De Bode
ex-N-VA-cabinetard

‘De enige uitweg uit die politieke verdeeldheid zal een confederaal model zijn. En dat zal er veel sneller komen dan mensen denken. Niet omdat de N-VA plots 50 procent van de stemmen in het land zal halen, maar omdat het de enige oplossing zal zijn om uit de chaos te geraken.’

Dus u zegt dat de N-VA bij een volgende regering nooit met de PS in zee zal willen gaan, en vice versa?

De Bode: ‘Wel in een confederaal model. Wij zijn naïevelingen als we in Vlaanderen denken dat ze in Wallonië niet klaarstaan om dat model te implementeren. De PS heeft die scenario’s klaarliggen. Wij niet. Wie is hier de onnozelaar in dit spel?’

Zal zo’n institutionele crisis het land niet jarenlang in crisis storten, met zware economische gevolgen?

De Bode: ‘Ik hoop dat het land onbestuurbaar wordt. Het is de enige manier om het ten gronde te veranderen. Dat zal op korte termijn wel wat pijn doen en ons geld kosten. Maar als je daardoor tien jaar miserie en voortploeteren bespaart, dan is zo’n crisis dat zeker waard.’

Wat doet u met Brussel in zo’n scenario?

De Bode: ‘Brussel maakt in mijn ogen geen deel meer uit van Vlaanderen. Dat is al lang geleden een totaal andere stad geworden, met een andere dynamiek, andere uitdagingen, een andere samenstelling van de bevolking. Brussel heeft een andere finaliteit. Het moet zijn rol als hoofdstad van Europa eindelijk eens waarmaken.’

Dat klinkt mooi in theorie, maar in de praktijk wordt Brussel dan ingelijfd door Wallonië. En dan is Vlaanderen de hoofdstad van Europa kwijt.

De Bode: ‘De problemen van Brussel zijn helemaal anders dan die van Wallonië. De toekomst van Brussel ligt in de relatie met de Europese instellingen.’

U klinkt heel zeker van uw zaak. Maar door uit de regering te stappen kan artikel 195 van de grondwet niet worden gewijzigd, wat nodig is voor institutionele hervormingen.

De Bode: ‘Ik ben geen grondwetsspecialist, maar nood maakt dikwijls wet. Als dat de enige manier is om het land bestuurbaar te houden zal men wel een oplossing vinden. In het verleden hebben we de koning ooit drie dagen onbekwaam verklaard om iets door te duwen. Ik ben er zeker van dat er nog creatieve oplossingen te bedenken zijn.’

Als topman van McKinsey stak u in 2005 al uw nek uit met het manifest In de Warande, dat radicaal voor de Vlaamse ontvoogding pleitte. Moet Vlaanderen uiteindelijk onafhankelijk worden?

De Bode: ‘ Je moet nooit iets doen waar geen grote consensus over bestaat. Je hebt in Vlaanderen geen eensgezindheid om België op te doeken. En ik zie die in de komende tien tot twintig jaar niet ontstaan.’

‘Je hebt in Vlaanderen wel een consensus voor meer zelfbestuur. En dat kan door confederalisme. Dan hou je België als naam en je maakt enkele eenvoudige afspraken over het leger en nog twee of drie anderen zaken die je nog samen kan doen. En daarmee gedaan. Dan doe je eigenlijk hetzelfde als wanneer je twee onafhankelijke deelstaten zou hebben, maar hou je een emotionele koepel daarboven. En die heet België. Maar dat stelt niets voor.’

©Wim Kempenaers

De Bode nam al na twee jaar afscheid als kabinetschef van Jan Jambon, maar vertelde nooit waarom. Nu wel. ‘Ik heb de klik gemaakt op een moment dat ik een weekendje gepland had in mijn wijngaard in Italië met twee bevriende koppels, onder wie Ronnie Leten en zijn vrouw. Ronnie was toen nog CEO van Atlas Copco, reisde daarvoor de wereld rond en had een onmogelijke agenda. Maar hij is er toch geraakt. En ik niet, omdat we niet uit de begrotingscontrole geraakten. Als je in een vergadering zit waarvan je weet dat er niets uit zal komen terwijl vier goede vrienden samen met je vrouw op jou zitten te wachten, dan vraag je je echt af wat belangrijk is in het leven. Toen heb ik beslist: dit doe ik niet meer.’

Hebt u het immobilisme van de politiek onderschat toen u de overstap uit het bedrijfsleven maakte?

De Bode: ‘Wat ik niet goed had ingeschat, is het feit dat politiek een zero sum game is: wat jij wint, verlies ik. Daardoor denken mensen anders over problemen. In het bedrijfsleven werk je met een markt die niet statisch is: je kan ze uitbreiden, je kan nieuwe domeinen aanboren, zodat je op een andere manier naar je concurrenten kijkt. In de politiek is het spel veel harder. Dat had ik aanvankelijk niet door.’

Heeft u dat parten gespeeld?

De Bode: ‘We wilden graag werk maken van een efficiënt overheidsapparaat. Zo’n operatie kan je maar goed doen als je met een externe partij als PwC, Bain of McKinsey werkt, wat minstens 10 miljoen euro per jaar kost. Maar als naïevelingen in de politiek hadden we daar bij de regeringsonderhandelingen geen budget voor afgesproken. Dus moest we het geld ook bij andere kabinetten gaan ronselen. Die hebben dat nooit gegeven, omdat de andere partijen ons die hervorming niet gunden.’

Uw partij heeft ook het begrotingstekort niet kunnen wegwerken, ook al had De Wever daar zwaar op ingezet na zijn ‘show me the money’-uitspraak.

De Bode: ‘Dat lukte gewoon niet met de andere regeringspartijen. Hoelang ligt het beperken van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd al niet op tafel? Grote hervormingen zijn in dit land onmogelijk zolang je partijen hebt die hun zuilen verdedigen.’

De Bode onderbreekt het gesprek. Het is tijd voor een pilletje dat deel uitmaakt van zijn chemotherapie. ‘Een derivaat van arsenicum, waar ze rattenvergif van maken. Straf spul’, zegt hij droogweg. ‘Maar in januari is de behandeling afgelopen en hoop ik weer de oude te zijn.’ Dan neemt hij ook weer zijn mandaat op als voorzitter van de spoornetbeheerder Infrabel, dat hij tijdelijk afstond aan de vicevoorzitter.

Wij zijn naïevelingen als we in Vlaanderen denken dat ze in Wallonië niet klaarstaan om het confederale model te implemen teren.
Herman De Bode
ex-N-VA-cabinetard

Het feit dat NMBS-topvrouw Sophie Dutordoir enkele weken geleden de verantwoordelijkheid voor de vele vertragingen op het spoor deels doorschoof naar de spoorwegbeheerder, valt bij De Bode niet in goede aarde. ‘Iedereen moet voor zijn eigen deur vegen. Natuurlijk kampen wij ook met verouderde infrastructuur, maar de grootste uitdaging ligt toch bij de NMBS zelf. Om maar iets te zeggen: hoe kan je trein op tijd vertrekken als de conducteur niet op tijd aanwezig is? Of als er een technisch mankement is met een locomotief?’

U kunt toch niet beweren dat alles perfect loopt bij Infrabel?

De Bode: ‘Infrabel is een heel ander beestje dan de NMBS. Wij hebben het voordeel dat Luc Lallemand een CEO is die het bedrijf vanbinnen en vanbuiten kent, de juiste keuzes maakt en weet hoe hij met de politiek moet omgaan. Voor een goede werking van het spoor moeten de toplui van de NMBS en Infrabel goed communiceren, direct samenzitten bij problemen, en samen naar buiten treden om hun beleid te verdedigen. Maar veel komt daar in de praktijk niet van terecht.’

Dat klinkt als verdoken kritiek op Sophie Dutordoir.

De Bode: ‘Zo vanzelfsprekend is het niet om over te stappen van de energiesector naar de spoorwegen. En haar periode ertussen, als eigenaar van een delicatessenzaak, is ook niet de beste voorbereiding om CEO van zo’n complex bedrijf te worden. In mijn ogen is dat de moeilijkste job van heel het land. Daarom is het te gek om los te lopen dat je in die job niet meer mag verdienen dan de premier. Ik ken enkele enorm goede kandidaten die het heel graag hadden gedaan, maar tegen die voorwaarden vriendelijk hebben bedankt.’

Was u daar zelf ook bij?

De Bode: ‘Nee, dank je wel. Je hebt daar een erg brede waaier van competenties voor nodig. Je moet uiteenlopende profielen aansturen, van ingenieurs tot de mensen achter het loket. Je moet met klanten omgaan. En tegelijk moet je de politieke inmenging beheersen. Ik denk dat ik daar te bot voor ben.’

Op een bepaald moment lag u in poleposition om topman van de haven van Antwerpen te worden. Hoe is het verkeerd kunnen lopen?

De Bode: ‘De Antwerpse haven staat voor enkele uitdagingen die gevoelig liggen, zoals een fusionering van de activiteiten op de linker- en de rechteroever. Ik heb toen tegen Bart De Wever gezegd dat hij moest kiezen. Als hij iemand nodig had om dat op korte termijn aan te pakken, zonder vrienden te moeten maken, wilde ik dat best doen. De andere optie was iemand van een jaar of 45 te nemen die tien jaar tijd heeft om de hervormingen door te voeren. Er is voor de tweede optie gekozen.’

Was u ontgoocheld?

De Bode: (lange stilte) ‘Het was een leuke uitdaging geweest. Maar achteraf gezien denk ik dat het niet realistisch was om op mijn 62ste nog aan die job te beginnen.’

Heeft u dat uw relatie met De Wever vertroebeld?

De Bode: ‘Nee, ik ken Bart De Wever van het Warandemanifest. En dat creëert zo’n band die niet zomaar wordt doorbroken.’

U kwam toen zwaar onder vuur te liggen omdat u als topconsultant dat manifest ondertekende. Was dat de moeilijkste periode uit uw carrière?

De Bode: ‘Die twee, drie maanden na de steun aan het Warandemanifest waren niet leuk. Enkele mensen van wie ik het niet van had verwacht, hebben mij toen zwaar ontgoocheld. Zoals Jean Stéphenne van GSK en George Jacobs van UCB. Die eerste besliste om de McKinsey-consultants die voor hen aan het werk waren naar huis te sturen. Zo kon ik niet anders dan een stap terug doen als boegbeeld van het bedrijf. Dat vond ik ongehoord.’

Er wordt gefluisterd dat ook Paul Buysse zich in de discussie mengde.

De Bode: ‘Paul Buysse wilde mij uit alle informele werkgeversinitiatieven flikkeren. Dat zijn kleinmenselijke reacties.’

Wanneer had u het meeste macht: als topman van McKinsey of als kabinetschef?

De Bode: ‘Macht is iets relatiefs. Soms vraag ik me af wat ik als kabinetschef eigenlijk heb verwezenlijkt. Maar ik kan die vraag ook stellen over mijn periode als consultant. Weet je, ik heb door de jaren heen ontdekt dat elke belangrijke beslissing emotioneel wordt genomen. Mensen hebben een goed verhaal nodig, maar de echte beslissing is altijd emotioneel.’

‘Hoe beslist iemand over een overname? Ik wil niet cynisch zijn, maar vragen als ‘komt mij dat goed uit?’, ‘wat is mijn volgende job?’ en ‘ga ik meer verdienen?’ zijn vaak belangrijker dan de pure rationaliteit van de transactie. Ik denk dat dat in de politiek hetzelfde is.’

Dat klinkt ontnuchterend.

De Bode: ‘Ik heb nooit veel macht gehad. Maar ik heb altijd wel het gevoel gehad dat ik kon doen wat ik wilde doen.’

Soms vraag ik me af wat ik als kabinetschef eigenlijk heb ver wezenlijkt. Maar ik kan die vraag ook stellen over mijn periode als consultant.
Herman De Bode
ex-N-VA-cabinetard

Bij het afscheid vraagt De Bode ons nog even stil te staan voor de enorme luidsprekers in zijn woonkamer. ‘Je mag hier niet weg voor je dit liedje hebt beluisterd.’

Hij legt een intimistische versie van de klassieker ‘Spanish Harlem’ van Ben E. King op, gecoverd door de Amerikaanse singer-songwriter Rebecca Pidgeon. De ontroering zweeft door de kamer. ‘Muziek troost me in moeilijke tijden’, zegt hij. Zijn vrouw is erbij komen staan, en met pretlichtjes in hun ogen vertellen ze over de privéconcerten die de blueszangers Chris Smither en Tony Joe White hier in de woonkamer kwamen geven.

De Bode wijst naar zijn stijlvolle interieur, met schilderijen van Permeke en Paul Klee. ‘Weet je, sinds mijn ziekte besef ik dat ik al dat materiële niet kan meenemen in het graf. In mijn jeugd had ik een klein kamertje op een appartement en was ik ook gelukkig. Het klinkt cliché, maar het enige wat echt telt, zijn vrienden en familie.’

‘Ik wil wel nog mijn wijngaard doen uitgroeien tot een van de beste van Italië. Al heb ik de jongste tijd beseft dat ik ook die wijn niet kan meenemen als ik doodga. Wat ik echt graag doe? Tennissen, een Westvleteren drinken, en kleurenwiezen met vrienden. Kost je dat veel geld? Nee.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect