‘Ik zal iedereen pakken die mij lynchte'

Na de affaire-De Tandt kon de Brusselse rechtbank van koophandel een nieuw strafzaak tegen een van haar topmagistraten missen als kiespijn. Maar nu, twee jaar later, wordt dus ook ondervoorzitter Willy P. vervolgd. ‘Geen enkel probleem’, zegt rechtbankvoorzitster Francine De Tandt, die nog even strijdlustig klinkt als weleer.

Is er wat loos met de Brusselse rechtbank van koophandel? Je zou het haast denken nu ook ondervoorzitter Willy P. terecht moet staan voor valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en het indienen van een overdreven schuldvordering. De beroepsmagistraat, een oudgediende van de rechtbank en bejubeld als rechter, moet nu zelf voor het hof van beroep verschijnen.

Dat vraagt om een woordje uitleg. Toch weigert Francine De Tandt eerst ons eerst te woord staan. Geen denken aan, luidt het. Niets over de strafzaak tegen haar ondervoorzitter, zelfs niet over de algemene werking van de rechtbank, die ze nu al bijna vier jaar leidt.

Ook de eerste voorzitter van het Brusselse hof van beroep, Antoon Boyen, kan ons niet helpen. Nochtans staat de handelsrechtbank onder zijn toezicht. ‘Te gevoelig.’ Wat later begrijpen we waarom. Behalve eerste voorzitter van het hof van beroep is Boyen ook onderzoeksrechter, zowel in het corruptiedossier tegen De Tandt als in de strafzaak tegen haar ondervoorzitter. Daarom begrijpelijk: ‘Geen commentaar.’

Toch sturen we Boyen op verzoek van zijn woordvoerder nog een mailtje met alle problemen die een reeks rechters en advocaten ons (anoniem) hebben gesignaleerd. We horen dat de Brusselse handelsrechtbank briljante rechters herbergt, zoals ondervoorzitster Ilse Leus, om een naam te noemen. Maar er zouden ook handelsrechters zijn die amper functioneren. Tot grote ergernis van hun collega’s en de advocaten in de rechtbank.

Een van de 24 beroepsrechters zou sinds zijn benoeming nog nooit zijn opgedaagd wegens psychische problemen. Een andere zou al enkele maanden hebben doorgebracht op een psychiatrische afdeling. Iemand anders zou niet kunnen werken met een computer en een behoorlijke achterstand met haar vonnissen hebben. Iemand zou een drankprobleem hebben dat niet wordt aangepakt. Is de eerste voorzitter van dat alles op de hoogte? En worden die problemen aangepakt?

Boyen laat ons meteen weten dat hij De Tandt zal confronteren met de aangehaalde feiten. Al donderdagnamiddag, nog vóór ons artikel, wordt de rechtbankvoorzitster bij Boyen ontboden.

Na de meeting laat Boyen ons weten dat hij ‘gerustgesteld’ is. Voor alle problemen zijn er oplossingen. Bijvoorbeeld voor de rechter die kampt met een torenhoge achterstand. Zij gaat met ziekteverlof. Haar dossiers worden herverdeeld onder de andere rechters en de debatten in haar rechtszaken worden heropend. Sommige rechters kampen inderdaad met ‘medische’ problemen, maar als de bevoegde commissie hen niet arbeidsonbekwaam verklaart, kan ook De Tandt daar niets aan doen, zucht Boyen. Over een dronken magistraat is niets bekend. Dat zou een vals gerucht zijn, hoewel twee onafhankelijke bronnen het ons bevestigden. En over die strafzaak tegen de ondervoorzitter wil Boyen alleen kwijt dat, algemeen gesproken, ‘iedereen recht heeft op het vermoeden van onschuld, ook rechters’.

Na het telefoontje van de eerste voorzitter krijgen we dan toch Francine De Tandt aan de lijn. Al begint het gesprek stroef. Waarom we zo nodig de Brusselse handelsrechtbank zwart willen maken? Waarom we een lastercampagne voeren tegen haar? Er zijn duidelijk diepe wonden geslagen sinds De Tijd op 13 augustus 2009 als eerste schreef over de fameuze ‘bombrief’ van politiehoofd Glenn Audenaert aan minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V). In die brief stonden de intussen welbekende aantijgingen tegen De Tandt. Na het perslek werd een gerechtelijk onderzoek geopend.

Wij willen de rechtbank helemaal niet zwartmaken. Er werken ook zeer competente rechters. Maar de strafzaak tegen uw ondervoorzitter is toch een opdoffer?

Francine De Tandt: ‘Dat zijn privé-aangelegenheden. Daar wil ik niet over uitwijden. Dat is niet mijn taak.’

Er is geen reden om hem te schorsen?

De Tandt: ‘Natuurlijk niet. Hij is een heel goede magistraat.’

Er is wel kritiek op andere rechters die amper functioneren.

De Tandt: ‘Maar die mensen zijn met ziekteverlof! Ze hebben een doktersattest. U bent geen dokter en ik ben geen dokter. Wat kan ik als voorzitster doen tegen een doktersattest? Ook de controleartsen hebben bevestigd dat die magistraten terecht afwezig zijn.’

Sommige rechters zouden gedemotiveerd raken.

De Tandt: ‘Waarom zouden ze? Ze worden betaald om hun werk te doen: vonnissen maken. En als er afwezigen zijn, bijvoorbeeld in de vakantie, dan vang ik dat zelf op. De rechtbank lijdt daar dus niet onder.’

Is het misschien frustrerend om als handelsrechter elke dag zakenadvocaten te zien, die een pak meer verdienen?

De Tandt: ‘Ach, dat weet je wanneer je rechter wordt. Ik ben voordien ook acht jaar advocaat geweest. Dat is geen probleem.’

De rechtbank zou ook een steeds grotere achterstand te torsen hebben.

De Tandt: ‘De mensen die u dat zeggen, vertellen nonsens. Ze weten niet wat achterstand is. Handelszaken kan je nu eenmaal niet afhandelen op de eerste zitting. Je bent afhankelijk van de conclusietermijnen die advocaten nodig hebben. In sommige zaken zijn er soms wel tien partijen. Dat vergt tijd. Er is wel achterstand door de wet-Onkelinx. Die was zogezegd bedoeld om de achterstand te bestrijden, terwijl ze die alleen vergroot.’

Uw werklust wordt niet in twijfel getrokken. Ik hoor dat u onmenselijke uren klopt.

De Tandt: ‘Dat is geen last. Integendeel. Mijn beroep is een roeping. Ik ben nu al bijna 34 jaar magistraat. Vrijdag heb ik nog 230 zaken ingeleid. Dat zijn zware zittingen. Maar toen ik pas benoemd was, waren het er soms 400 op één dag. Dat is geen probleem. Ik bereid al die zaken voor. Dat loopt vlot. Het geeft mij voldoening bedrijven te helpen, zoals een dokter mensen helpt. Dat geldt ook voor mijn collega’s.’

Toch krijgt u het verwijt - van de voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg - dat u als Nederlandstalige onwettigzetelt in Franstalige zaken.

De Tandt: ‘Als voorzitter ben ik tweetalig en mag ik wel degelijk kortgedingzaken behandelen in beide landstalen.’

Maar u zou dat ook doen in Franstalige rechtszaken ten gronde, wat onwettig zou zijn.

De Tandt: ‘Tja, de zaken moeten nu eenmaal vooruitgaan. Ik zetel al meer dan drie decennia in de twee talen. Waarom is dat nu plots een probleem?’

De Hoge Raad voor de Justitie had in april vorig jaar ook kritiek op de werking van uw rechtbank.

De Tandt: ‘Wij hebben na die audit maatregelen genomen. We leggen nu bijvoorbeeld de laatste hand aan een vademecum voor de rechters in handelszaken. Ze krijgen een leidraad bij om faillissementen te vereffenen.’

Er was ook kritiek omdat een advocaat die vervolgd werd in de fraudezaak-Beaulieu bij uw rechtbank benoemd is tot plaatsvervangend rechter.

De Tandt: ‘Er valt die man niets negatiefs aan te wrijven. Trouwens, is die zaak-Beaulieu niet verjaard?’

De zaak loopt nog en naar mijn weten wordt de man wel vervolgd.

De Tandt: ‘De zaak is clean. Maar jullie, journalisten, vergeten dat er zoiets bestaat als het vermoeden van onschuld. Dat is nochtans primordiaal.’

Volgend jaar gaat u met pensioen. Wat zijn uw plannen dan?

De Tandt: ‘Wel, iedereen aanpakken die mij gelyncht heeft. U stelt me de vraag, dus ik antwoord. Nu ben ik aan het werken. Dan heb ik daar tijd voor.’

U vreest niet de uitkomst van het onderzoek dat tegen u loopt?

De Tandt: ‘Geen probleem.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud