Jan Smets: ‘Er zijn meer jobs gecreëerd dan ik had verwacht'

©Tim Dirven

‘Er gaat in België te weinig aandacht naar onderwijs en bijscholing’, zegt Jan Smets bij zijn afscheid als gouverneur van de Nationale Bank. Die harde les ondervond de bank aan den lijve toen ze zelf mensen op brugpensioen stuurde.

‘Mijn perspectieven zijn even goed als die voor de economie’, grapt Jan Smets monkellachend wanneer we hem bij de start van het gesprek vragen hoe het met hem gaat. Vorige week moest hij de voorstelling van de economische vooruitzichten van de Nationale Bank wegens wat gezondheidsproblemen overlaten aan zijn opvolger Pierre Wunsch, die op 2 januari aantreedt. Hij deed dat goed, vindt Smets.

Zijn afscheid van de Nationale Bank gaat gepaard met een cocktail aan emoties. Er is de strijdvaardigheid, omdat de Nationale Bank de voorbije maand onder vuur lag door de aanstelling van CD&V’er Steven Vanackere. Er zijn de zorgen over de federale regering die net gevallen is. Er is de milde weemoed van een afscheid.

Met rust verdedigt Smets de instelling. Om tal van redenen is er kritiek op: ze telt te weinig vrouwen, te veel personeel, ze laat oudere werknemers met brugpensioen gaan en het loon voor Smets zelf is te hoog. De Nationale Bank, die de regering advies geeft over het economisch beleid, doet zelf niet wat ze predikt.

Is de Nationale Bank een mannenbastion? ‘We zijn ons bewust van de kritiek’, zegt Smets. ‘We hebben al een tijdje een - overigens vrouwelijke - diversiteitsmanager. De verhouding mannen/vrouwen in de bank bedraagt 60/40, maar is niet goed op de hogere niveaus. Op dit ogenblik hebben we 147 senior functies, waarvan er dertig door vrouwen zijn ingevuld. Dat is 20 procent en dat is dubbel zo veel als acht jaar geleden. Ben ik daar tevreden mee? Tuurlijk niet, maar het gaat de goede richting uit.’

De regentenraad en het directiecomité zijn wel mannenbastions.

Jan Smets: ‘De traditie wil dat in de regentenraad de nummers één van de vakbonden en de werkgevers zitten. Het is niet mijn schuld dat dat mannen zijn. De directeurs worden aangeduid door de regering. Ik snap de kritiek, maar ik kan alleen een diversiteitsbeleid voeren voor het personeel.’

Is de Nationale Bank niet te groot, nu het monetair beleid en het bankentoezicht bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt zitten?

Smets: ‘Die kritiek heeft me wél verbaasd. We zijn niet irrelevant. Ik werk 45 jaar bij de Nationale Bank en ik heb de bank zich voortdurend zien aanpassen. Er zijn taken verdwenen, maar andere bijgekomen. We hebben de kredietcentrale en de balanscentrale - waar bedrijven hun jaarrekeningen publiceren - uitgebreid. De nood aan grondige economische en financiële analyse is niet verdwenen. We blijven - in samenwerking met de ECB - toezicht op de banken houden en controleren ook de verzekeraars en betaalinstellingen. Vergeet niet dat grote spelers in financiële infrastructuur, SWIFT en Euroclear, onder supervisie van de Nationale Bank staan.’

De banken klagen dat de kosten voor die supervisie die ze aan jullie moeten betalen, zwaar gestegen zijn.

Smets: ‘Het algemeen belang rechtvaardigt dat we de nodige middelen inzetten. De financiële crisis leerde dat supervisie nodig is. Er is bovendien de toenemende dreiging van cyberaanvallen. Zoals de problemen bij Danske Bank hebben aangetoond, is ook controle op witwassen nodig.’

Misschien is de Nationale Bank nog altijd te groot voor die taken?

Smets: ‘Toen ik hier begon, hadden we 2.700 medewerkers en 40 agentschappen. Nu zijn er 1.700 medewerkers en vanaf 2019 geen agentschappen meer. We zijn niet perfect - ik zeker niet - maar we hebben het nodige gedaan om ons aan te passen en scoren in efficiëntie niet slechter dan vergelijkbare centrale banken.’

Daarbij sturen jullie medewerkers op brugpensioen, terwijl in het jaarverslag van de Nationale Bank wordt aanbevolen om langer te werken.

Smets: ‘Ik snap opnieuw de kritiek, maar je moet de feiten onder ogen zien. We zijn een bedrijf in herstructurering. De agentschappen gaan dicht. We sluiten volgend jaar de drukkerij van bankbiljetten. Heel wat operationele en industriële jobs, die vaak werden uitgevoerd door wat oudere medewerkers, verdwijnen. Voor sommigen van hen is er brugpensioen. Ik snap dat die beslissing overkomt als een contradictie met wat we altijd hebben aanbevolen.’

Overkomt? Voor u is het dat niet?

Smets: ‘Neen. We proberen zoveel mogelijk mensen naar een nieuwe job te begeleiden. Dat lukt voor een aantal. Soms krijgt een industrieel bedrijf een schok en moet het mensen ontslaan die niet zomaar elders aan de slag kunnen. Aan dat laatste kan dat bedrijf weinig doen. De Belgische economie is te traag in het verschuiven van mensen en kapitaal uit oude naar nieuwe, beloftevollere activiteiten. Daarvoor zijn goed onderwijs en levenslang leren nodig. Die harde les hebben we bij de Nationale Bank aan den lijve ondervonden.’

Intussen bent u nog altijd de best betaalde centraal bankier van de eurozone.

Smets: ‘Het is voor mij delicaatom hierover te spreken nu ik weg ga. U moet weten dat de vergoeding van de gouverneur in reële termen steeds identiek is gebleven aan wat ze 45 jaar geleden was en dat ze enkele jaren geleden met 12 procent is verlaagd.’

Johan Van Overtveldt heeft als minister van Financiën voorstellen gedaan om de Nationale Bank te hervormen. Wat is daar de stand van zaken?

Smets: ‘Dat zou u aan de regering moeten vragen, maar ik vrees dat u daarover niet meteen duidelijkheid zult krijgen.’

Hoe gezond is de economie die de regering-Michel, na de val, achterlaat?

Smets: ‘We zitten bij de beter functionerende economieën in de eurozone. We hebben zwaar afgezien maar daarna een mooi herstel geboekt. Het meest fraaie daarbij zijn de jobs die we gecreëerd hebben, zelfs meer dan ik had verwacht. De laatste vier jaar zijn er 225.000 bij gekomen en die aangroei valt niet meteen stil.’

Is dat de verdienste van Michel I?

Smets: ‘De omstandigheden zaten mee, maar je kunt niet ontkennen dat de regering juiste keuzes heeft gemaakt met de taxshift, het herstel van de concurrentiekracht, de hervorming van de vennootschapsbelasting en het soepeler maken van de arbeidsmarkt. Dat helpt de jobcreatie en maakt de groei de komende jaren duurzamer. De pensioenhervorming heeft de vergrijzingskosten gehalveerd. Bravo daarvoor. Echt waar.’

‘Qua structurele hervormingen is dit een mooi palmares. Ook het IMF, de OESO en de Europese Commissie erkennen dat. Het vertaalt zich allemaal in meer werkgelegenheid. De grote uitdaging nu is mensen beter opleiden en begeleiden om de jobs in te vullen. Het wordt nu nog belangrijker het onderwijs te laten aansluiten op de bedrijfswereld, via stages en duaal leren. Vergeleken bij andere landen zijn er nog altijd weinig mensen aan het werk.’

Zijn we écht bij de beter functionerende economieën? Onze groei ligt onder het Europees gemiddelde.

Smets: ‘We hebben structurele hervormingen gedaan en dat weegt altijd tijdelijk op de consumptie. Maar omdat meer mensen werken, spreid je de groei breed over de bevolking en is de groei steviger. Bovendien groeien we nu iets trager, maar in vergelijking met het niveau voor de crisis staan we er zeer goed voor. Net achter Duitsland, ongeveer op het niveau van Nederland. We zijn minder gedaald in de crisis, en daardoor stijgen we nu minder.’

Ligt de piek van de economische groei achter ons?

Smets: ‘We zitten op het einde van een hoogconjunctuur. Je merkt dat alleen al aan het feit dat we op capaciteitsproblemen stuiten. Bedrijven vinden geen personeel meer. Het gebrek aan goed onderhouden infrastructuur begint te wegen. Hier is een inhaalbeweging nodig. De vraag is wel hoe je dat doet binnen een budget dat nog niet helemaal gezond is.’

Want dat budget, na jaren van groei en lage rente, is toch een ontgoocheling?

Smets: ‘Ik had inderdaad gehoopt dat het begrotingstekort een stuk kleiner zou zijn. We vermoeden dat het tekort de komende jaren weer oploopt tot 2 procent van het bbp. Dat is te veel.’

Hoe komt dat?

Smets: ‘Deels doordat een aantal hervormingen geld hebben gekost maar pas later renderen. De volgende regering moet dat werk absoluut afmaken en de begroting in evenwicht krijgen.’

Dat wordt de belangrijkste uitdaging voor de volgende regering?

Smets: ‘De begroting in evenwicht krijgen, de schuld verlagen, investeren in infrastructuur en via onderwijs en permante opleiding en coaching meer mensen aan het werk krijgen. Als dat zou kunnen, ben ik relatief optimistisch. Ik kijk ernaar uit, maar het zal nu even wachten zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud