analyse

‘Jurgen Conings is de Che Guevara van extreem-rechts’

©Filip Ysenbaert

Wat drijft meer dan 50.000 Vlamingen om hun sympathie uit te spreken voor Jurgen Conings, een tot de tanden bewapende man die met aanslagen dreigt? En hoe explosief is hun onvrede? ‘Het is een kwestie van tijd voor iemand anders zich ook een strijder waant’

Een vrouw van middelbare leeftijd die graag met acrylverf schildert, een huisarts, een jonge moeder, een deejay met buitenlandse roots, een medewerker van een woon-zorgcentrum. De fanclub van de voortvluchtige gewapende militair Jurgen Conings lijkt even alledaags als divers.

Zo’n 50.000 leden telde de steungroep ‘Als 1 man achter Jürgen’, toen Facebook die dinsdag van zijn sociaal netwerk gooide. De dagen nadien doken tal van nieuwe onlinegroepen op, zowel op Facebook als op Telegram. Hun ledenaantal groeide uur na uur. Dat het antiterreurorgaan OCAD Conings als een ‘potentieel gewelddadige extremist’ labelt, lijkt deze mensen niet tegen te houden. Integendeel.

Wat drijft de ‘Jurgenisten’? De steunpagina’s geven blijk van uiteenlopende motieven. Sommigen hebben genoeg van ‘de onwetenschappelijke coronamaatregelen’. Anderen roepen op ‘de Vlaamse leeuw uit te hangen tot de regering valt’. Er zijn mensen die complotten zien van de Vivaldi-regering, en mensen die in ‘het systeem’ de vijand ontwaren. Nog anderen omschrijven zichzelf als ‘nette burgers’ en noemen Conings ‘een signaalgever die beseft dat er iets mis is met de structuren in dit land’. Daarnaast zijn er tal van extreemrechtse posts en memes, waarin de figuur van Sihame El Kaouakibi een blijvende bron van inspiratie is.

‘De groep is erg divers’, zegt Ico Maly, doctor in de cultuurwetenschappen en docent nieuwe media en politiek aan de Universiteit Tilburg. ‘Wat hen bindt, is het gevoel slachtoffer te zijn. Van corona, van het establishment, van links, van de traditionele partijen, van de veranderende samenleving. En dat komt allemaal samen in één figuur: Jurgen Conings.’

Niet vertegenwoordigd

Is Conings het ventieltje dat het ongenoegen bij een deel van de samenleving laat ontsnappen? ‘Zeker’, zegt onderzoeksjournaliste Hind Fraihi, die net een boek uit heeft over de onlineopmars van het rechts-extremisme. ‘Het gaat om mensen die zich niet meer vertegenwoordigd voelen. Niet door de politiek, niet door de media, niet door de wetenschap.’

Dat hun 50.000 man sterke steungroep offline werd gehaald, sterkt de aanhangers duidelijk in dat gevoel. ‘Wij worden gemuilkorfd omdat wij de waarheid en het hele verhaal brengen’, klinkt het op de nieuwe Facebook-groepen. Of nog: ‘open de ogen van de media’, ‘geloof hen niet’ en ‘stop de censuur’.

De voorbije dagen riep filosoof Ignaas Devisch op de voedingsbodem van deze mensen beter te begrijpen. Samengevat: achter de scheldpartijen, beledigingen en bedreigingen online schuilt een Vlaming die zich niet begrepen voelt.

Jurgen Conings is uitgegroeid tot het verzetssymbool bij uitstek tegen het apparaat. Hij krijgt daarbij allures als Che Guevara.
Hind Fraihi
Onderzoeksjournaliste

‘Het klopt dat we de grondoorzaken heel serieus moeten nemen’, zegt Maly. ‘De onvrede is groot. De alleenverdiener die zijn gezin kon onderhouden, bestaat niet meer. Ongelijkheid neemt toe en zelfs hoogopgeleiden worden in freelance- en flexi-jobs geduwd. Sommige jongeren kunnen geen huis meer kopen.’

De voedingsbodem mag dan onvrede zijn, feit is dat bijna 50.000 mensen hun steun betuigen aan een bewapende man met extreemrechtse opvattingen. Hoe gevaarlijk is dat? De moeder die met een buggy in een protestmars loopt of de buurman die een steunpagina liket op Facebook, die zijn toch niet gewelddadig?

‘Dat is een foute en naïeve analyse’, zegt Maly. ‘In die groepen wordt een specifieke cultuur gecreëerd. Het wij-tegen-zijverhaal wordt aangewakkerd, vrijheidskrijgers worden gevierd, wapendracht wordt aangemoedigd. Dan is het een kwestie van tijd voor iemand anders zich ook een strijder waant. Je hebt maar één trigger en één iemand nodig voor een aanslag.’

‘Klopt’, zegt Marion van San, sociologe en criminologe aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Van San is gespecialiseerd in radicalisme en stelt zich de vraag waarom sommigen overgaan tot een gewelddadige actie. ‘Natuurlijk is lang niet iedereen in die Facebook-groepen gewelddadig. De meesten ventileren louter hun ongenoegen. Daar is niets mis mee. Ze streven naar een andere orde maar keuren geweld af. Deze groep is radicaal, maar het zijn zeker geen extremisten.’

Maar te midden van de grootspraak en het opbod vormt zich een kleinere groep, en die vindt geweld hoe langer hoe minder een probleem. Van San benadrukt dat die mensen niet zelf de wapens opnemen, maar geweld en geweldplegers wel ophemelen. ‘Het zijn radicalen die extremist zijn geworden.’ In een volgende fase steekt een harde kern de kop op. ‘Enkelen zijn ideologisch zo doordrongen dat ze de daad bij het woord voegen. Zij zijn in staat tot een aanslag en de meest gruwelijke vormen van geweld.’

De 50.000 Jurgen-adepten lijken kneuterig, maar dit kan zware gevolgen hebben. Dat iemand ermee dreigt Marc Van Ranst te vermoorden verbaast me niet.
Marion Van San
Criminologe

‘Dus ja, dit is gevaarlijk’, zegt Van San. ‘De 50.000 Jurgen-adepten lijken kneuterig, maar dit kan zware gevolgen hebben. Dat iemand ermee dreigt Marc Van Ranst te vermoorden verbaast me niet. Als je het opbod online ziet, was het een kwestie van tijd. Er volgen er misschien nog. Mogelijks met een ander doelwit, zoals moskeeën.’

Volgens van San verschilt dat mechanisme niet zo erg van dat in het jihadisme of het extreemlinkse radicalisme. ‘In de begindagen van de oorlog in Syrië zagen we tal van jongeren op sociale media hun ongenoegen ventileren. In België wuifden velen dat weg als grootspraak van enkele clowns. Tot effectief mensen naar Syrië vertrokken en de aanslagen in België gebeurden. Neem dit dus maar serieus. We kunnen niet diezelfde fout maken.’

De dreiging staat hoog op de agenda bij de Staatsveiligheid en de veiligheidsdiensten. Zo waarschuwde het OCAD al meerder keren dat extreemrechts de wind in de zeilen heeft en aan een opmars bezig is. Vandaag volgen de politiediensten zo’n 2.500 mensen uit het milieu. Van die groep staan er 48 op de OCAD-lijst. Ze worden in de gaten gehouden omdat ze een extremistisch risico vormen.

Op dezelfde lijst staan 13 linksextremisten en nog altijd 645 jihadisten. Ook het OCAD ziet gelijkenissen tussen radicaliseren bij extreemrechtsen en bij jihadisten. Hoewel hun drijfveren en achtergronden totaal verschillen, leeft bij beide groepen een sterk wij-zijgevoel, zijn er persoonlijke omstandigheden, gebeurt de radicalisering vaak via een discours op sociale media en kan een maatschappelijke gebeurtenis een aanslag uitlokken.

Vergoelijkende goegemeente

Extreemrechts terrorisme is niet nieuw in België. In 1970 sloegen leden van de Vlaamse Militanten Orde - de latere Vlaamse Militanten Organisatie, een extreemrechtse Vlaamse actiegroep - een afficheplakker van het FDF, het huidige DéFi, dood. In 2006, vermoordde Hans Van Themsche een 2-jarig Belgisch meisje en haar Malinese oppas op straat in Antwerpen.

Ook in het buitenland worden ze ermee geconfronteerd. In Nieuw-Zeeland was er de aanslag op twee moskeeën in Christchurch. In Noorwegen was er het bloedbad op het eiland Utoya, waar progressieve jongeren op zomerkamp waren. In Duitsland was er de aanslag op de shishabars in Hanau. Telkens waren de daders jonge terroristen met racistische, extreemrechtse, antifeministische en nationalistische motieven. Vaak waren ze opgehitst door de sociale media.

‘Geweld uit extreemrechtse Vlaamse hoek is allesbehalve nieuw, zegt ook historica Sophie De Schaepdrijver. Wel nieuw zijn volgens haar de vergoelijkende geluiden uit de goegemeente. ‘De 50.000 Jurgenisten, de rector van de UGent die het nodig vindt te stellen dat die mensen niet allemaal laakbaar zijn, het gebrek aan verontwaardiging over wat Marc Van Ranst en zijn gezin overkomt. Erg verontrustend.’

‘Wat we vooral niet mogen doen, is racisme en discriminatie legitimeren’, zegt Maly. ‘Net dat is het probleem van de jongste drie decennia. Men heeft het racisme serieus genomen ‘als stem van het volk waarnaar moest worden geluisterd’. Dat heeft tot niets geleid. Het zet mensen tegen elkaar op en beeldt de andere af als oorzaak van hun ellende. Keer terug naar de grondoorzaken van de onvrede van Conings’ sympathisanten. Pak armoede, ongelijkheid en haatproducenten aan. Creëer meer kansen en werk onrechtvaardigheden weg.’

Dat de rector van de UGent het nodig vindt te stellen dat die mensen niet allemaal laakbaar zijn, is erg verontrustend.
Sophie De Schaepdrijver
Historica

Wind in VB-zeilen

Wie politiek de vruchten van het ongenoegen plukt, is duidelijk. Hoewel het Vlaams Belang alle linken met geweld afzweert, waait de wind hard in zijn zeilen. Hebben we nu verkiezingen, dan kan de partij 24,7 procent van de Vlamingen overtuigen.

‘Jurgen Conings is uitgegroeid tot het verzetssymbool bij uitstek tegen het apparaat’, zegt Fraihi. ‘Hij krijgt daarbij allures als Che Guevara, en brengt in de ogen van zijn adepten echt iets aan het wankelen in ons land. Dat kan voor Vlaams extreemrechts uitgroeien tot wat de mei 68-beweging was voor links.’

Er wordt gediscussieerd over hoe hard het Vlaams Belang mee aan de basis ligt van het ongenoegen dat de Jurgenisten drijft. Zeker is dat de partij het aanwakkert. Voorzitter Tom Van Grieken en Dries Van Langenhove praten onomwonden over ‘omvolking’, een term die verwijst naar de theorie van Renaud Camus. Daarin predikt de Franse schrijver dat westerse elites op grote schaal niet-westerse immigranten ‘importeren’ om de westerse bevolking ‘te vervangen, en zo het pad te effenen voor een geglobaliseerde orde zonder grenzen of natiestaten’.

De traditionele partijen staan erbij en kijken ernaar. ‘Ik ben verrast dat iemand die wapengevaarlijk is en tot geweld wil overgaan zo veel sympathie krijgt’, zei minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) in het VTM-nieuws, toen bleek dat de Facebook-pagina ‘Als 1 achter Jürgen’ veel geliket werd.

Vrijdagmiddag werden ook de nieuwe Conings-groepen op Facebook offline gehaald. Een deel van de dwepers migreerde verder naar Telegram. Intussen is de militair, al ware het Houdini, al bijna twee volle weken onvindbaar. ‘Dat sterkt de volgers in hun idee van ‘de kleine man tegen het grote apparaat’, zegt Fraihi. ‘Elke dag dat hij zich langer kan verschansen, neemt zijn verzetswaarde toe.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud