analyse

Landingsbanen, een fausse bonne idée

©Photo News

Werknemers tussen 55 en 60 jaar zullen binnenkort met behulp van een uitkering weer minder kunnen gaan werken. De landingsbanen moeten mensen helpen langer aan de slag te blijven, maar in de realiteit blijkt dat niet te lukken.

De Belgische creativiteit in het uitdokteren van stelsels om minder te werken is schier eindeloos. Wie onvoorbereid op de website van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) belandt, verdrinkt in de regels rond loopbaanonderbreking, tijdskrediet en thematische verloven. Een van die stelsels, het tijdskrediet eindeloopbaan, is door het sociaal akkoord tussen de vakbonden en de werkgeversorganisaties weer volop in de aandacht.

De essentie

  • Wie tussen 55 en 60 jaar is, kan binnenkort met een uitkering minder gaan werken.
  • De versoepeling van de landingsbanen kwam er omdat de werkgeversorganisaties niet wilden instemmen met een soepeler brugpensioen.
  • De landingsbanen werden destijds ingevoerd vanuit de idee dat werknemers hun loopbaan zo langer konden volhouden.
  • Uit onderzoek blijkt echter dat de landingsbanen niet tot langere loopbanen leiden.

Met dat tijdskrediet eindeloopbaan, veelal landingsbanen genoemd, kunnen werknemers op het einde van hun loopbaan via een uitkering tot de helft minder werken. Nu kunnen alleen 60-plussers er een aanvraag voor indienen, maar op aangeven van de sociale partners moet dat binnenkort net als de voorbije jaren weer kunnen voor 55- tot 60-jarigen die minstens 35 jaar hebben gewerkt, een zwaar beroep uitoefenen of die werken voor een bedrijf dat herstructureert.

Meer ontspannen, langere loopbaan

Een fout signaal in de strijd om mensen langer aan de slag te houden, klonk het dinsdag bij heel wat experts, onder wie arbeidseconoom Stijn Baert (UGent). Nochtans werden de landingsbanen begin de jaren 2000 ingevoerd met de idee dat 50-plussers het in een rustiger ritme langer zouden volhouden. Meer ontspannen, maar langere loopbanen, zo vatte Frank Vandenbroucke (Vooruit), toen ook al minister in de federale regering, het samen.

Aangezien deeltijds werken voor veel mensen een financiële aderlating is, werd beslist om een uitkering aan de landingsbanen te verbinden. Vandaag bedraagt die zo’n 189 euro netto per maand voor een alleenstaande die een vijfde minder werkt en 429 euro netto voor wie nog halftijds aan de slag is. De betrokken werknemers blijven dezelfde pensioenrechten opbouwen als een voltijdse collega.

‘Er zit een logica achter de landingsbanen, zegt arbeidsmarktdeskundige Jan Denys, die werkt voor het uitzendbedrijf Randstad. ‘Voor veel werknemers was het alles of niets: ofwel voltijds werken ofwel stoppen. Dus waarom mensen niet gradueel laten afbouwen zodat ze het misschien langer volhouden? Alleen: intussen weten we dat die stelling niet klopt.’

429 euro
Uitkering Landingsbaan
Wie met een landingsbaan de helft minder gaat werken, krijgt een uitkering van 429 euro netto.

Zware last

Uit een onderzoek van drie Gentse economen uit 2016, dat verscheen in het Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid en dat landingsbanen bekeek toen werknemers ze vanaf 50 jaar konden opnemen, blijkt dat het stelsel in een eerste fase - de eerste twee jaar voor mannen en de eerste vier jaar voor vrouwen - de kans om aan het werk te blijven verhoogt. Maar na die fase, doorgaans het moment waarop de werknemers in aanmerking komen om met vervroegd pensioen te gaan, verlaat wie in een landingsbaan zit de arbeidsmarkt net sneller. De redenen kunnen zijn dat mensen zich aan hun vrije tijd beginnen te hechten of dat ze vervreemden van de werkvloer.

Een bijkomend argument tegen de landingsbanen is dat ze een zware last kunnen leggen op wie wel aan het werk is. Een mooi voorbeeld is de zorg, waar wordt gewerkt met wat nogal pejoratief rimpeldagen wordt genoemd. Een 45-jarige heeft recht op één extra vrije dag per maand, een 50-jarige op twee en een 55-jarige op drie. De vrije dagen moeten het werk voor oudere werknemers draaglijk houden, maar in de realiteit stijgt de werkdruk omdat er niet plots meer personeel wordt aangeworven ter compensatie van wie afwezig is.

Brugpensioen

Als de landingsbanen, die de overheid jaarlijks zo'n 200 miljoen euro aan uitkeringen kosten, niet helpen om mensen aan de slag te houden en ze het werk soms zelfs minder werkbaar maken, waarom versoepelen de sociale partners dan het systeem? Het is een gevolg van het wheelen en dealen aan de onderhandelingstafel. De vakbonden wilden soepelere voorwaarden voor het brugpensioen, zodat werknemers met een zwaar beroep of in bedrijven die herstructureren al op 58 in plaats van op 60 met brugpensioen kunnen gaan.

De landingsbanen zijn wisselgeld voor het behoud van de huidige regels rond het stelsel voor werkloosheid met een bedrijfstoeslag (SWT), het vroegere brugpensioen.
Jan Denys
Arbeidsmarktexpert Randstad

De werkgeversorganisaties wilden daar niet van weten. In ruil vroegen en kregen de bonden een soepelere regeling voor de landingsbanen. 'Die zijn zo wisselgeld voor het behoud van de regels rond het stelsel voor werkloosheid met een bedrijfstoeslag (SWT), het vroegere brugpensioen', zegt Denys. 'In die zin begrip ik de beslissing van de werkgevers. Een soepeler SWT was een veel fouter signaal geweest, want dan worden werknemers volledig van de arbeidsmarkt geduwd.'

Zo blijft het in ons land wel een uitdaging om 55-plussers aan het werk te houden. Er zijn weliswaar stappen gezet: in 2000 was slechts een kwart van de 55- tot 64-jarigen aan de slag, vandaag is dat de helft. Maar in Nederland en Duitsland is dat 70 procent. Volgens Denys blijft het zaak de komende jaren vervroegde uittredingsstelsels als het brugpensioen verder af te bouwen. Daarnaast blijkt het blijven inzetten op opleiding en vorming van 55-plussers een succesvol instrument om mensen langer aan de slag te houden, net zoals een arbeidsorganisatie die het werk werkbaar houdt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud