netto

Liquidatiebonus: overgangsregeling permanent maar beperkt

De verlaagde roerende voorheffing van 10 procent bij de totale liquidatie of vereffening van een kmo, blijft aan strikte voorwaarden onderworpen ( foto ANP) ©ANP XTRA

De mogelijkheid voor kmo-ondernemers om de hogere roerende voorheffing op de liquidatiebonus te vermijden, blijft aan strikte voorwaarden onderworpen. Dat blijkt uit het regeerakkoord.

Zoals bekend verhoogde de regering Di-Rupo de roerende voorheffing op de liquidatiebonus van 10 naar 25 procent. De liquidatiebonus is het saldo dat de aandeelhouders van bedrijven, bij de liquidatie of de vereffening van hun bedrijf, aan zichzelf kunnen uitkeren.

Veel ondernemers hadden gedurende jaren een spaarpot in hun vennootschap opgebouwd, in de hoop dat ze die reserves, bij de stopzetting van hun activiteiten, tegen een fiscaal gunstig tarief van 10 procent aan zichzelf konden uitkeren. Niet dus.

De vorige regering kwam al tegemoet aan het protest door een overgansgregeling uit te werken. Die kon tot voor kort worden benut.

De Zweede coalitie kondigde eerder al aan dat ze die overgangsregeling 'een permanent karakter' zou geven, maar vertelde er niet bij dat ook die aan strikte voorwaarden is onderworpen.

Hoe die permanente overgangsregeling er zal uitzien, staat nu te lezen in het regeerakkoord.

Een kmo kan elke jaar een deel van de belaste winst  in de vennootschap reserveren. Dat kan voortaan door die winst te boeken op een afzonderlijke rekening van de vennootschap, de zogenaamde passiefrekening. Voordeel is dat de vennootschap, in tegenstelling tot nu, geen kapitaalverhoging meer moet doorvoeren. Daardoor moeten de aandeelhouders minder formaliteiten vervullen.

Als de vennootschap op het ogenblik van de transfer naar die afzonderlijke rekening 10 procent roerende voorheffing betaalt, is er nadien geen roerende voorheffing meer verschuldigd. Daarom spreekt de regering van 'een anticipatieve heffing'. 

Maar dat geldt alleen als de gereserveerde bedragen in de vennootschap blijven tot aan de liquidatie. Ondertussen kan de vennootschap de gereserveerde bedragen wel benutten.

Als de venootschap de reserves toch uitkeert als dividend binnen de vijf jaar , moet er toch nog 15 procent roerende voorheffing betaald worden. Dan is er dus evengoed in het totaal 25 procent roerende voorheffing verschuldigd.

Als er een dividenduitkering volgt na vijf jaar maar voor de vereffening is er nog een bijkomende roerende voorheffing verschuldigd van 5 procent. In het totaal is er dan ook een tarief van 15 procent van toepassing.

In het regeerakkoord staat niet welk deel van de winst vennootschappen mogen reserveren. Maar volgens het consultancybedrijf Deloitte was er in de voorlopige teksten sprake van 50 procent.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud