Loonkostenhandicap zakt onder historische grens

In vergelijking met 1996 is arbeid in ons land nauwelijks duurder dan in de buurlanden. ©Emy Elleboog

Sinds 1996 werd arbeid in ons land jarenlang veel sneller duurder dan in de buurlanden. De in die periode opgebouwde kloof is evenwel helemaal weggewerkt, blijkt uit een nieuw rapport.

Een uur arbeid is in ons land nog altijd 10 procent duurder dan in de buurlanden. Maar toch brengt het jaarlijkse rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), dat maandag werd gepresenteerd, goed nieuws. Op het vlak van loonkosten is het lang geleden dat onze bedrijven nog zo competitief waren.

In 1996, toen de loonkosten in ons land al een pak hoger lagen dan in Nederland, Frankrijk en Duitsland, werd beslist dat de lonen in ons land niet sneller mochten stijgen dan die in de buurlanden. Sindsdien verwijst de loonkostenhandicap in het politieke debat naar het loonkostenverschil dat sindsdien werd opgebouwd.

Uit de markt geconcurreerd

In 2011 was de sinds 1996 opgebouwde loonkostenhandicap toegenomen tot 4,2 procent. De Belgische loonkosten zijn tussen 1996 en 2011 dus 4,2 procent sneller gestegen dan in de buurlanden. Volgens ondernemend België concurreerden we onszelf zo uit de markt.

De afgelopen jaren zijn tal van maatregelen genomen om de loonkostenhandicap af te bouwen. Denk maar aan loonbevriezing van de regering-Di Rupo en de indexsprong en de taxshift van de regering-Michel. Daardoor is de sinds 1996 opgebouwde loonkostenhandicap in 2016 gekrompen tot 0,6 procent, blijkt uit het rapport van de CRB. In 2017 en 2018 blijft de loonkostenkloof stabiel. In de voorbije 20 jaar was de kloof met de buurlanden nooit zo klein.

Impact taxshift

Bij de berekening houdt de CRB voor de periode tussen 2016 en 2018 geen rekening met de impact van de taxshift. De sinds 1996 opgebouwde loonkostenhandicap verdwijnt volledig als die maatregel, waardoor bedrijven minder sociale lasten op de lonen betalen, wel wordt meegeteld.

Door de taxshift kan ons land zelfs een deel van de historisch - voor 1996 - opgebouwde loonkostenhandicap wegwerken. Die maatregel leidt ertoe dat de loonkosten in ons land tussen 1996 en 2016 ongeveer 0,2 procent minder snel zijn gestegen dan die in de buurlanden. Tegen 2018 moet de taxshift ertoe leiden dat de Belgische loonkosten tussen 1996 en 2018 1 procent minder snel zijn gestegen dan in de buurlanden.

Dat is goed nieuws voor onze bedrijven, die zo iets gemakkelijker kunnen concurreren met de buurlanden. Toch waarschuwt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) voor 'gejuich of zelfgenoegzaamheid' omdat ons land nog altijd met de historische loonkostenhandicap kampt. 'Daarom zal ook in de komende jaren een beleid van lastenverlaging en gematigde loonkostenontwikkeling nodig blijven', zegt de werkgeversorganisatie.

Loonoverleg

Het tweejaarlijkse loonoverleg tussen de vakbonden en de werkgevers wordt traditioneel gebaseerd op de rapporten van de CRB. Het huidige loonakkoord dateert evenwel van vorig jaar, waardoor er dit jaar geen loonoverleg is.

Het rapport van 2017 is daardoor enkel een tussentijds verslag, waarin wordt nagegaan of de evolutie van de loonkosten in de lijn ligt van wat eerder is voorspeld. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud