Minder opslag door nieuwe loonwet

CD&V minister van Werk Kris Peeters schrijft automatische controlemechanismes in de loonnormwet in. ©Photo News

De regering-Michel gaat er veel strenger op toezien dat de loonkosten niet sneller stijgen dan die in de buurlanden.

Dat gebeurt nu al via de loonnormwet van 1996, maar die bleek in het verleden tekort te schieten waardoor ons land de voorbije decennia een loonkostenhandicap heeft opgebouwd. Dat is slecht nieuws voor onze bedrijven, want die worden zo uit de markt geprijsd.

Hoeveel de lonen mogen stijgen, wordt om de twee jaar vastgelegd door de vakbonden en de werkgeversorganisaties in De Groep van Tien. Vooralsnog moesten ze bij die onderhandelingen enkel rekening houden met de verwachte loonstijgingen in de buurlanden. Op basis daarvan bepalen ze hoeveel de lonen maximaal mogen stijgen. Die norm dient als vertrekpunt voor de loononderhandelingen in de sectoren en de bedrijven.

Controlemechanismes

Doordat de loonstijgingen in de buurlanden steevast werden overschat, lieten de sociale partners onze lonen tussen 1996 en 2012 veel te snel stijgen. De voorbije jaren werd de in die periode opgebouwde loonkostenhandicap via een politiek van loonmatiging en de indexsprong grotendeels weggewerkt. Om dat werk niet verloren te laten gaan schrijft minister van Werk en Economie Kris Peeters (CD&V) automatische controlemechanismes in de loonnormwet in.

Aan de index wordt niet gemorreld. Maar als de vakbonden en de werkgeversorganisaties eind dit jaar onderhandelen over de loonmarge voor 2017 en 2018, moeten ze voor het eerst ook rekening houden met de loonkostenhandicap die sinds 1996 is opgebouwd. Die moeten ze aftrekken van de maximaal toegestane loonstijging. Daarbovenop moeten ze een veiligheidsmarge inbouwen. Daardoor zal de loonmarge bij het volgende loonoverleg naar schatting de helft lager liggen dan in het oude stelsel.

Boete

10%
De loonkosthandicap die ons land nog steeds heeft ten opzichte van de buurlanden, zelfs na alle inspanningen om de sinds 1996 opgebouwde handicap weg te werken.

Op termijn wil de regering eveneens de historisch opgebouwde loonkostenhandicap wegwerken. Ook voor 1996 kampte ons land al met een loonkostenprobleem. Uit cijfers van de Europese statistiekdienst Eurostat blijkt dat een uur arbeid in ons land na het wegwerken van de sinds 1996 opgebouwde loonkostenhandicap nog altijd zo’n 10 procent duurder is dan in de buurlanden.

De regering heeft daarom beslist dat in jaren dat er geen loonkostenhandicap is tegenover 1996, een deel van de marge niet wordt omgezet in loonstijgingen maar moet worden gebruikt om de historische loonkostenhandicap af te bouwen.

Bovendien zal de regering strenger nagaan of bedrijven de loonnorm respecteren. Wie dat niet doet, kan per werknemer 250 tot 5.000 euro boete krijgen, met een maximum van 500.000 euro per bedrijf.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud