nieuwsanalyse

Nationale Bank schetst de stand van het land

©Filip Ysenbaert

Het gaat goed met de Belgische economie. Dat zegt Jan Smets, de gouverneur van de Nationale Bank. ‘Maar we moeten opletten voor zelfgenoegzaamheid.’

De Nationale Bank schetst in een lijvig rapport hoe België er voor staat. Enkele blikvangers.

1. Meer jobs, maar krapte dreigt

2017 was een goed jaar voor de arbeidsmarkt. Het aantal banen steeg met 66.000 en de werkloosheidsgraad daalde naar 7,3 procent.

‘50.000 van de 66.000 nieuwe banen zijn door de privésector gecreëerd’, onderstreept gouverneur Jan Smets. De rest waren vooral gesubsidieerde jobs in de social profit.

De Nationale Bank waarschuwt voor een polarisering van de arbeidsmarkt.

De forse stijging van het aantal arbeidsplaatsen is volgens Smets te danken aan twee factoren. ‘In de eerste plaats heeft de overheid de loonkosten verlaagd via loonmatiging, de indexsprong en de taxshift. Bovendien steeg het arbeidsaanbod dankzij de pensioenhervorming en de activering van werklozen.’

De Nationale Bank beklemtoont wel dat de werkloosheidsgraad ‘onaanvaardbaar hoog’ blijft en de werkgelegenheidsgraad te laag. Dat geldt vooral voor laaggeschoolden, migranten afkomstig uit niet-EU-landen, en het Brussels en Waals Gewest.

Ondanks die nog grote reserve aan arbeidskrachten ontstaat nu al krapte op de arbeidsmarkt. Bedrijven hebben moeite om de vele vacatures in te vullen, omdat de mobiliteit van werklozen beperkt is en hun vaardigheden onvoldoende aansluiten op de behoeften van ondernemingen.

©Mediafin

De Nationale Bank waarschuwt voor een polarisering van de arbeidsmarkt. Het aandeel van de hoog- en laaggekwalificeerde beroepen stijgt, terwijl dat van de middengekwalificeerde beroepen daalt. Toch dreigen de laaggeschoolden het grootste slachtoffer te worden van die polarisatie. Jobs die lage of gemiddelde kwalificaties vereisen, worden steeds meer uitgeoefend door arbeidskrachten met een gemiddelde scholing en dus niet door laaggeschoolden.

Om meer mensen in te schakelen op de arbeidsmarkt moeten de opleiding en de talenkennis van jongeren verbeteren en is levenslang leren essentieel. Ook de concurrentiekracht moet op peil blijven. Dat betekent dat de loonkosten niet sneller mogen stijgen dan in de buurlanden. De Nationale Bank noemt de relatief hoge inflatie net daarom ‘zorgwekkend’ omdat die via de loonindexering doorsijpelt in de loonkosten.

De Nationale Bank merkt op dat de veranderingen op de arbeidsmarkt niet hebben geleid tot een sterke stijging van de inkomensongelijkheid, een toename van de armoede of een grote achteruitgang van de kwaliteit van jobs. ‘Negen op de tien werknemers hebben nog altijd een arbeidscontract van onbepaalde duur.’ Bovendien komt onvrijwillig deeltijds werk minder voor dan in andere landen.

2. Onze groei hinkt achterop

Met een economische groei van 1,7 procent in 2017 deed België het beter dan de voorgaande jaren, toen de groei gemiddeld 1,4 procent bedroeg. Maar in vergelijking met andere Europese landen hinken we achterop. De gemiddelde groei in de eurozone bedroeg vorig jaar 2,5 procent.

Sinds 2015 al doen we het minder goed dan de eurozone, terwijl we het daarvoor beter deden. Volgens de Nationale Bank is daar een verklaring voor. Dat Nederland en Duitsland bijvoorbeeld beter scoren komt omdat zij al hun begroting op orde hebben, stelt gouverneur Jan Smets. ‘Wij zijn nog bezig.’

©Mediafin

‘Besparingen wegen op korte termijn op de groei.’ Zo werkten de indexsprong en de loonbevriezing negatief in op de koopkracht.

De Nationale Bank wijst er voorts op dat over een langere periode - 2008-2017 - de groei sterker was dan in Nederland en Frankrijk. Toch vindt ze dat ons land niet op zijn lauweren kan rusten. ‘De productiviteit moet omhoog’, luidt een van de aanbevelingen.

De productiviteit per werknemer herstelde in de nasleep van de financiële crisis veel minder sterk dan in andere landen.

Om dat aan te pakken zijn er verschillende remedies. Een eerste is dat meer geïnvesteerd wordt in infrastructuur. ‘Daar is de voorbije jaren te veel op bespaard. De kwaliteit van onze infrastructuur gaat erop achteruit.’ En er moet nog meer worden geïnvesteerd in onderzoek in ontwikkeling. In vergelijking met de rest van Europa doen we het niet slecht, maar de inspanningen zijn te veel geconcentreerd bij multinationals.

3. Belg kan almaar meer kopen

De economische heropleving heeft steeds duidelijker positieve gevolgen voor de gezinnen. De koopkracht groeide in 2017 met 1,3 procent. Dat is de grootste toename sinds de financiële crisis.

©Mediafin

De extra koopkracht was onder meer te danken aan de stijging van de werkgelegenheid en het hoger inkomen van zelfstandigen. Ook een herstel van het inkomen uit vermogen, dankzij hogere dividenden, speelde een rol.

Minder positief is de relatief hoge inflatie, hoewel de kloof met de eurozone verminderde. De energieprijzen stegen vorig jaar met 9,8 procent. Dat is dubbel zoveel als in de eurozone.

Diesel is sinds 2017 duurder dan in Duitsland, Frankrijk en Nederland, omdat de accijnzen zijn verhoogd. Benzine en aardgas daarentegen blijven goedkoper dan in de buurlanden, vooral in vergelijking met Nederland.

Elektriciteit ten slotte is goedkoper dan in Duitsland, maar duurder dan in Nederland en Frankrijk.

4. Grand-crubegrotingsjaar

‘Een uitzonderlijk goed jaar’, noemt gouverneur Jan Smets het begrotingsjaar 2017. Het begrotingstekort zakte vorig jaar van 2,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) naar 1 procent, terwijl in 2016 geen verbetering opgetekend kon worden.

Dat resultaat is deels te danken aan de beter dan verwachte economische groei. Daardoor stegen de belastinginkomsten meer dan voorzien. Er was ook een eenmalige ingreep. Door de boetes te verhogen voor wie niet voorafbetaalt, kwamen meer voorafbetalingen van bedrijven binnen.

De begroting werd ook structureel gezonder. De structurele verbetering bedroeg vorig jaar 0,6 procent van het bbp of 2,7 miljard euro.

5 miljard
tekort
Het werk is evenwel niet af. Het structureel tekort - dat geen rekening houdt met de evolutie van de conjunctuur en eenmalige operaties - bedraagt nog steeds 1,2 procent of ruim 5 miljard euro.

Het primair overschot - dat de echte gezondheid van de begroting weergeeft - steeg naar 1,5 procent, het hoogste niveau sinds 2008. De primaire uitgaven - zonder de rentelasten - zakten voor het eerst sinds 2010 onder 50 procent van het bbp. De schuldgraad daalde met 3 procentpunt tot 102,8 procent. Het is voor het eerst in tien jaar dat de schuld zo sterk zakt.

Het enige minpuntje is dat de fiscale druk voor het eerst sinds jaren opnieuw steeg.

Het werk is evenwel niet af. Het structureel tekort - dat geen rekening houdt met de evolutie van de conjunctuur en eenmalige operaties - bedraagt nog steeds 1,2 procent of ruim 5 miljard euro.

Dat moet worden weggewerkt. Er moeten buffers worden opgebouwd zodat de bijkomende kosten voor pensioenen en gezondheidszorg opgevangen kunnen worden, stelt de Nationale Bank.

In welk jaar de begroting in evenwicht moet zijn, liet Smets in het midden. ‘De manier waarop men het doel bereikt is belangrijker dan het jaar waarin het wordt bereikt.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content