Onze mening over de autobelastingen | Citroen

©BELGA

Er zijn argumenten om de auto stevig te belasten, op voorwaarde dat de inkomsten gaan naar het opzetten van echte vervoersalternatieven.

De overheid gebruikt de auto als melkkoe. Uit de verschillende belastingen op de aankoop, het bezit en het gebruik van auto’s puurt ze ongeveer 20 miljard euro. Dat is meer dan de vennootschapsbelasting in het laatje van de overheid brengt.

De voorbije twee jaar zijn de heffingen op auto’s met ruim 10 procent omhooggegaan, jammert Febiac, de federatie van de autoproducenten in ons land. Die hausse is vooral het gevolg van de invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens op bepaalde trajecten en van het cliquetsysteem voor accijnsheffingen op motorbrandstoffen, dat prijsdalingen omzet in accijnsverhogingen.

Is inzake het belasten van de auto de limiet bereikt? Neem maar aan van niet.

Twee zaken maken het belasten van auto’s voor de overheid interessant. Ten eerste kunnen de heffingen worden verkocht als maatregelen om het milieu te beschermen en de mobiliteit te verbeteren. En ten tweede zijn de inkomsten voor de overheid verzekerd. Want anders dan de belastingen op alcohol of tabak leiden hogere tarieven in de autobelastingen niet tot een daling van de opbrengst ervan. Autorijders laten zich door de heffingen tot nu toe niet of nauwelijks ontmoedigen om toch de auto te blijven gebruiken.

Een grote groep autogebruikers, de bezitters van bedrijfswagens, voelt de hogere belastingen niet in de portemonnee. De hogere rekening komt bij hun werkgever terecht. De rek die daarop zit, is niet oneindig. Maar in veel gevallen blijft het voor de werkgever toch voordelig om zijn werknemers voor een stuk te vergoeden met een bedrijfswagen in plaats van met een salaris in geld waar hogere fiscale en sociale lasten op moeten worden betaald.

Is de limiet bereikt? Neem maar aan van niet. De almaar toenemende gevoeligheid van de publieke opinie voor de schadelijke uitstoot van motorvoertuigen en het dichtslibben van onze wegen effenen de baan voor nog hogere en nieuwe heffingen. Het rekeningrijden voor personenwagens komt eraan, en het zit er dik in dat vervuilende wagens nog meer in het vizier worden genomen.

Er zijn goede redenen om het autobezit en het autogebruik nog zwaarder te belasten, met de bedoeling mensen ervan te overtuigen hun auto aan de kant te laten staan en vaker te kiezen voor alternatieve vervoermiddelen. De autogebruikers en de autolobby hebben weinig overtuigende argumenten om deze belastingdrift te counteren.

Maar de overheid moet ook een keuze maken. Ziet ze de autobelastingen gewoon als een handig instrument om behoorlijk wat geld in de schatkist te krijgen, waarmee ze van alles en nog wat kan financieren? Of beschouwt ze de heffingen ook als een nuttige hefboom om ambitieuzere doelstellingen op het vlak van milieu en mobiliteit te realiseren? In dat geval moet ze ten minste een significant stuk van de belastingopbrengsten gebruiken om bijvoorbeeld te investeren in een uitbreiding van het openbaar vervoer of in een betere fietsinfrastructuur, zodat er eindelijk een aantrekkelijk alternatief voor de auto is.

Ja, dat kan ertoe leiden dat de opbrengsten uit de autobelastingen uiteindelijk afnemen. Maar in plaats van dat als een probleem te zien, is het net het bewijs dat het beleid zijn vruchten afwerpt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect