reportage

‘Onze rechtsstaat komt in het gedrang'

©belga

Rechters die in enkele dagen tijd vonnissen moeten schrijven over complexe financiële zaken, onderzoeksrechters die in een halfuur moeten beslissen of een verdachte aangehouden wordt. De magistratuur in dit land bezwijkt onder een onhoudbare werkdruk. Verslag van achter de façade van de rechtbanken. ‘We stevenen af op een totale collaps.’

Een kast. Daarin meters dossiers, sommige vuistdik, met lintjes vastgebonden. Moordzaken, drugsbendes, zware financiële criminaliteit. Voor de kast zit een onderzoeksrechter, daarnaast haar griffier. We zijn op de afdeling onderzoek van de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen. In het kabinet is de wanhoop voelbaar.

Ongeveer 270 nieuwe dossiers per jaar opent de onderzoeksrechter. Sommige beslaan een volledige plank in de kast. De rechter moet daar alle finesses van kennen. Om te beslissen over aanhoudingen, telefoontaps, huiszoekingen. Om à charge én à decharge te kunnen oordelen. Dat lukt niet in minder dan een dag.

Iedereen heeft het gevoel te verzuipen. Dat is waanzin. De vraag is niet of het fout loopt, maar wanneer.
anja viaene
Griffier jeugdrechtbank

‘Eigenlijk is het gekkenwerk’, zegt ze. ‘Het is moeilijk die dossiers te beheersen en een onderzoek te leiden zoals het hoort.’ In de weken of weekends waarin de onderzoeksrechters van wacht zijn, is het nog erger. Dan moeten ze ’s nachts opdraven om aanhoudingen te bevelen; de volgende morgen worden de verdachten een voor een voorgeleid. ‘Dat is doordraaien. Soms heb je maar een half uur om te beslissen of je iemand in voorhechtenis neemt. Terwijl dat toch belangrijke beslissingen zijn.’

Naast de rechter zit de griffier naarstig te werken. Ze nummert dossiers, blad per blad. Die inventariseert ze. Als ze niet klaar is, doet ze ’s avonds thuis voort. ‘Eigenlijk hoor ik dit administratief werk niet te doen’, zegt ze. Maar bij gebrek aan een medewerker doet ze het zelf. Haar eigenlijke werk, aktes voorbereiden en afronden, neemt de rechter over. Vervolgens faxt de rechter de beschikkingen naar de politie en de procureur. ‘Ik sta hier hele dagen aan het faxapparaat.’ Fijntjes: ‘Ik denk dat het duur is rechters faxen te laten sturen en griffiers te laten nummeren.’

De situatie bij de Antwerpse onderzoeksrechtbank is symptomatisch voor de noodsituatie in zeer veel rechtbanken: de werkdruk neemt toe, maar de rechtbanken zijn onderbezet en lopen zelfs leeg.

‘Dit is een noodkreet.’ Zo begint de brief die Dirk Van Der Kelen, de voorzitter van de provinciale rechtbank van Oost-Vlaanderen op 31 december 2014 schreef aan minister van Justitie Koen Geens. In Oost-Vlaanderen (Gent, Dendermonde, Oudenaarde) zijn vandaag acuut 15 rechters te kort op eenkader van 95. Tegen het einde van het jaar zullen dat er 23 zijn, want er zijn meerdere rechters van wie het vertrek nakend is.

©Lieven Van Assche

‘De kroniek van een aangekondigde ramp’, zegt de voorzitter, terwijl hij op zijn knieën onder de bezoekerstafel in zijn bureau kruipt om een koffie te zetten met zijn Senseo. ‘Sorry, ik vraag al maanden een tafeltje, maar ik krijg het niet.’

‘Je ziet het probleem al jaren aankomen. Er is een pensioengolf, maar die rechters worden niet of te laat vervangen. Sinds september kwam de familierechtbank erbij, een bevoegdheid die we overnamen van de vrederechters - zonder extra personeel. En daar komen nu nieuwe besparingen bovenop.’

Ook in Antwerpen (Antwerpen, Mechelen, Turnhout) is de onderbezetting nijpend. Er zijn 11 rechters te kort op 108. De bezettingsgraad dreigt tegen het einde van het jaar naar 84 procent te vallen, zegt provinciaal voorzitter Bart Willocx. Bij de griffie is de situatie nog schrijnender: één op de vier griffiers ontbreekt. De diensten teren voor een groot deel op stagiairs.

Voorzitters doen niets dan brandjes blussen. Rechters worden toegewezen aan kamers waar de nood het hoogst is. ‘De miserie herverdelen’, zegt Van Der Kelen laconiek. Bij rechters die al zwaar op het tandvlees zitten, wordt nog een schep bovenop gedaan. Daardoor gaat de sfeer op de rechtbanken kapot. Iedereen stelt zich defensief op, uit schrik nog meer in het rood te gaan.

Dat laatste is een structureel gegeven. ‘Wij leiden geen normaal leven meer’, getuigen meerdere rechters. ‘Het is elke avond en elk weekend doorwerken. Ziek zijn of een dag vakantie nemen, betaal je de dag nadien cash. Het stopt nooit.’

‘Je schrijft 20 tot 30 vonnissen per week’, zegt een jonge rechter. ‘Vaak gaat het over ingewikkelde zaken waarvoor je één of meerdere dagen nodig hebt om je in te werken. De materie wordt technischer, de wetgeving complexer. Zeker als er grote belangen spelen sta je als rechter alleen tegenover een batterij dure advocaten die getraind zijn in juridische spitstechnologie en je overstelpen met argumenten, rechtspraak en bewijsstukken. Eigenlijk zijn we daar niet tegen opgewassen. Stel je de druk voor om je handtekening te zetten onder een snel geschreven vonnis van 30 pagina’s. Of om iemand te veroordelen tot 7 jaar cel.’

240
Het aantal nieuwe dossiers dat een onderzoeksrechter in Antwerpen gemiddeld opent per jaar. Dat is er meer dan één per werkdag.

Sommige rechters op eerste aanleg houden het voor bekeken. In Oost-Vlaanderen is die leegloop volop aan de gang. Van de15 die onlangs vertrokken, postuleerden voor een ander ambt zoals vrederechter of raadsheer bij het hof van beroep. Nog vier rechters vertrekken in mei - twee van hen werden deze week nog benoemd. ‘De mensen weten dat de werkdruk hier onhoudbaar is’, beaamt de Gentse afdelingsvoorzitter Daniël Van den Bossche. ‘Dat gaat als een lopend vuurtje. Ik doe moeite om stagiairs te werven, bij het parket bijvoorbeeld. Maar ik krijg het niet meer verkocht.’

Zes jaar geleden was dat nog anders. De Gentse en de Dendermondse rechtbank golden als kweekvijvers, de plekken waren gewild. ‘Je had snel tien gegadigden voor één post’, zegt Van der Kelen. ‘Vorige zomer hadden we zes vacante betrekkingen. Er werden er maar twee ingevuld.’

Het zijn vaak de besten die vertrekken, beaamt Pierre Lefranc, voorzitter van de magistratenorganisatie Magistratuur & Maatschappij. ‘Je raakt je trekkers kwijt, die hun ervaring kunnen doorgeven. Nu moet je het doen met de mensen die zich aandienen. Die worden zonder veel ervaring voor de leeuwen gegooid. Dat zal gevolgen hebben voor de kwaliteit van de rechtspraak.’

Kamers dicht

Verschillende rechtbankvoorzitters gingen uit wanhoop over tot een noodmaatregel: in Oost-Vlaanderen werden bij eerste aanleg 21 kamers gedeeltelijk of helemaal gesloten, in Antwerpen vier, in Limburg zeven. Ook de Antwerpse rechtbank van koophandel schorste twee kamers.

50
Eén kamer sluiten, rekenen de rechters ons voor, betekent 100 dossiers per maand niet behandelen. Gemiddeld zouden daarvan vijftig gevangen vrijkomen.

De gevolgen zijn meteen voelbaar. In Oost-Vlaanderen kregen honderden mensen een brief in de bus dat hun dossier voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld. ‘De achterstand die sinds 2000 grotendeels was weggewerkt, dreigt in geen tijd weer naar het niveau van de jaren negentig te gaan’, zegt Lefranc. ‘Dat betekent looptijden van meer dan een jaar. Of situaties waarbij je zaak maar niet op de rol wordt gezet. Beide zijn ondraaglijk voor de burger. Dat verhaal zijn we nu aan het schrijven. En het vergt jaren om dat weer recht te trekken.’

Rechters zien met lede ogen aan hoe jarenlange inspanningen om vonnissen toch maar op tijd rond te krijgen, tenietgaan. Voor de motivatie is dat dodelijk, klinkt het. ‘Je moet vreselijke keuzes maken’, zegt de Gentse rechtbankvoorzitter Daniël Van den Bossche, die zelf ook in een familiekamer zetelt. ‘Bij de familierechtbank gaat het over mensen die ruzie maken, die moet je snel een oplossing geven. Je kunt niet zeggen: wij zijn overwerkt, kom over twee maanden maar eens terug. Bouwzaken dan maar? Daar is het aantal zittingen gehalveerd. Maar ik hoor dat die situatie niet lang meer houdbaar is.’

Het sluiten van kamers is niet zo onschuldig. In Antwerpen wordt een van de twee kamers van de strafuitvoeringsrechtbank (Antwerpen en Limburg) gesloten. Die rechters, die beslissen of gevangenen voorwaardelijk kunnen vrijkomen, zetelen altijd samen met twee assessoren of lekenrechters. Eén uit het gevangeniswezen en iemand die gespecialiseerd is in socialere-integratie. Van drie van de vier assessoren is het mandaat beëindigd zonder herbenoeming. Daarom doen ze een beroep op plaatsvervangers: gevangenisdirecteurs of sociaal assistenten die vrijwillig inspringen. ‘In mijn kamer is dat al sinds oktober aan de gang’, zegt rechter Kathleen Bijttebier. ‘We zitten hier Doodles op te stellen om te zien wie kan helpen’, beaamt collega-rechter Roland Cassiers. ‘Vanaf maart komen we in de penarie. Dus moet er één kamer dicht.’

Eén kamer sluiten, rekenen de rechters ons voor, betekent 100 dossiers per maand niet behandelen. Gemiddeld zouden daarvan vijftig gevangen vrijkomen. ‘Dat betekent vijftig mensen per maand die onterecht in de cel blijven. De gevangenissen gaan exploderen. En het kost de maatschappij 150 euro per gevangene per dag.’

De overdruk bij de magistratuur heeft een impact op de kwaliteit. In de Antwerpse jeugdrechtbank volgen jeugdrechters en hun griffier elk 450 tot 500 kinderen en jongeren op. ‘Dat is er ver over’, zegt leidinggevend griffier Anja Viaene, die zelf ook zij aan zij met een jeugdrechter een kabinet beheert. ‘Wij zien op de zitting per voormiddag 20 kinderen met hun ouders of verzorgers. Daarnaast zijn er de zitdagen op het kabinet waarin dringende dossiers worden besproken, het ene na het andere.’

‘Het is bandwerk. Maar het gaat wel over kinderen in noodsituaties. Misbruik, verwaarlozing, schrijnende armoede en jeugdcriminaliteit. Bij voorleidingen van aangehouden jongeren moeten we heel snel beslissen wat we met die kinderen gaan doen. Vaak spelen zich dramatische taferelen af, hier voor ons bureau. Dat is zwaar, maar er is geen tijd om stoom af te laten. Iedereen heeft het gevoel dat hij verzuipt.’ Ze kijkt moedeloos voor zich uit.‘Eigenlijk is het waanzinnig. De vraag is niet of het ergens fout gaat lopen, maar wanneer.’

De extra besparingen die in deze legislatuur worden doorgevoerd - 10 procent op personeel en telkens 20 procent op werkings- en investeringskosten - zijn de druppel.

Dat is nog het ergste, beaamt de onderzoeksrechter. ‘De schrik om steken te laten vallen. Om mensen niet langer te kunnen beschermen, ook. Wij zijn de laatste strohalm van de burger tegen de pletwals van justitie en politie. Als die knapt, raak je aan de kern van de rechtsstaat.’

‘Als er fouten gemaakt worden, staat de samenleving op haar achterste poten’, zegt Bart Willocx. ‘Terecht, zoals met de ongeldige telefoontap in die drugszaak onlangs. Maar wij zijn ook maar mensen. Met een onderbemande griffie en overwerkte magistraten is het een kwestie van tijd voor er opnieuw dingen mislopen.

Als één rader in het systeem niet werkt, stokt de machine. Op de burgerlijke griffie in Antwerpen praten we met een griffier die tegen de klok vonnissen afwerkt. Ze moeten binnen tien dagen de deur uit. Dat lukt, ondanks het tergend langzame IT-systeem. Maar voor haar staat een tafel waarop de uitgesproken vonnissen zich in dikke pakken opstapelen. Ze geraken niet geklasseerd, en de afschriften ervan geraken niet bij de advocaten of deurwaarders. De twee dames van de fotokopiedienst zijn immers langdurig afwezig. De vonnissen worden dus niet of met veel vertraging uitgevoerd. Pure kafka.

Etterbuil

‘We hebben te lang gezwegen.’ Rechter Kathleen Bijttebier kijkt bitter voor zich uit. ‘Rechters zijn het niet gewoon de vuile was buiten te hangen. Er is dat beeld ook dat leeft van Justitie: dat wij traag en lui zijn.’

Maar de etterbuil barst open. De extra besparingen die in deze legislatuur worden doorgevoerd - 10 procent op personeel en telkens 20 procent op werkings- en investeringskosten - zijn de druppel. ‘Ook het licht aan het eind van de tunnel gaat uit’, verwoordt Dirk Van der Kelen de wanhoop.

Zelfs al publiceert de minister, zoals hij deze week aankondigde, met bekwame spoed 35 vacatures voor magistraten en 107 voor gerechtspersoneel, dan nog blijft het tot het einde van het jaar behelpen. ‘Dat zijn herpublicaties van posten die vroeger al niet ingevuld raakten’, zegt Daniël Van den Bossche. ‘Dat vangt de tsunami van nieuwe vertrekkers en pensioenen niet op. Bovendien zitten die mensen hier met wat geluk pas tegen het einde van het jaar.’
Ondertussen is het voortploeteren. ‘Ik heb schrik dat de mentale weerbaarheid van onze mensen het begeeft. Dat het systeem crasht. Zoals we nu bezig zijn, stevenen we hier en daar af op een totale collaps. Dat is geen fraai vooruitzicht, nee.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud