Parlement geeft mijnwerkers pensioengift van 190 miljoen euro

De Limburgse mijnen gingen begin de jaren 90 dicht. ©Dominic Verhulst/dotch.be

De Kamer stemt donderdag over een wetsvoorstel waardoor meer dan 7.000 voormalige mijnwerkers gemiddeld 25.000 euro extra pensioen krijgen. 'Dit is ongezien', zegt Open VLD-fractieleider Egbert Lachaert.

Een groep voormalige mijnwerkers voert al enige tijd actie voor een hoger pensioen. Ze beweren dat hun pensioen sinds begin de jaren 90 op een verkeerde manier wordt berekend, waardoor ze al jarenlang te weinig pensioen krijgen. De Federale Pensioendienst betwist dat en ook het kabinet van minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) stuurde de mijnwerkers wandelen. 'Wij hebben de pensioenen altijd correct berekend', klonk het een maand geleden nog.

In het parlement kregen de mijnwerkers, bijna allemaal Limburgers, meer gehoor. De sp.a, CD&V, Groen en de PVDA stellen in een wetsvoorstel, dat vorige week groen licht kreeg in de commissie Sociale Zaken en donderdag in de plenaire vergadering allicht wordt goedgekeurd, voor om hun pensioenberekening aan te passen. Ongeveer 7.150 mijnwerkers krijgen daardoor meer pensioen. Gemiddeld hebben ze nu een maandelijks brutopensioen van 2.018 euro en daar komt gemiddeld 202 euro bij. Die verhoging kost de overheid jaarlijks zo'n 20 miljoen euro.

Noch voor de eenmalige uitgave van 190 miljoen euro, noch voor de jaarlijkse meeruitgave van zo'n 20 miljoen euro heeft het parlement budgettaire compensaties voorzien.

In de Kamer werd ook beslist de mijnwerkers te compenseren voor het te karige pensioen dat ze in het verleden zouden hebben gekregen. Alles wat ze sinds 1991 zijn misgelopen terugbetalen bleek een kleine 400 miljoen euro te kosten, wat voor een meerderheid van de Kamerleden te veel geld was. Als compromis kwam uit de bus dat het misgelopen pensioen van de voorbije tien jaar wordt terugbetaald. Dat kost de overheid 190 miljoen euro, waardoor elke mijnwerker recht heeft op zo'n 25.000 euro bruto aan achtergesteld pensioen.

Geen budgettaire compensatie

Minister Bacquelaine is naar verluidt niet opgezet met het wetsvoorstel, maar mijdt de commotie en wil daarom niet reageren. Sp.a-Kamerfractieleidster Meryame Kitir, een van de trekkers van het wetsvoorstel verdedigt de beslissing. 'We geven deze mensen, die de jongste tijd van het kastje naar de muur werden gestuurd, waar ze recht op hebben.'

Open VLD-Kamerfractieleider Egbert Lachaert ziet dat anders. 'Dat de regeling wordt wordt aangepast voor de toekomst is één ding. Dat werknemers retroactief meer pensioen krijgen, heb ik nog nooit meegemaakt.'

Door de coronacrisis gaat de begroting zwaar in het rood en dreigt de staatsschuld fors toe te nemen. 'Is het dan echt zo'n goed idee hiervoor 190 miljoen uit te trekken?', vraagt Lachaert zich af. Noch voor de eenmalige uitgave van 190 miljoen euro, noch voor de jaarlijkse meeruitgave van zo'n 20 miljoen euro heeft het parlement budgettaire compensaties voorzien.  

Geen stok achter de deur

Daarbovenop komt nog eens dat de mijnwerkers hun eisen moeilijk hard konden maken. Ze argumenteren dat hen destijds andere beloftes zijn gedaan dan wat de overheid uiteindelijk als pensioenregeling heeft uitgewerkt, maar een juridische stok achter de deur hebben ze niet. Tegen de oorspronkelijke regeling was er destijds ook weinig protest.

Mijnwerkers hebben een behoorlijk gulle pensioenregeling. Door de sluiting van de mijnen begin de jaren 90 werden allerhande vervroegde uittredingsstelsels gebruikt om hen op een galante manier te laten stoppen met werken. Veel van de betrokken mijnwerkers hebben daardoor maar tien à vijftien jaar gewerkt, hebben tien jaar in een overgangsstelsel gezeten en zijn nadien ver voor de leeftijd van 60 jaar met pensioen kunnen gaan. Met een gemiddeld pensioen van 2.018 euro ligt hun pensioen ook een pak hoger dan dat van de gemiddelde werknemer.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud