Politie krijgt amper helft haatboodschappen verwijderd

De i2-IRU heeft bijvoorbeeld een dossier over haatretoriek op de sociale mediakanalen van de rechts-radicale organisatie Schild & Vrienden. ©FB

De sectie van de federale politie die al bijna twee jaar speurt naar haatboodschappen op het web, krijgt amper de helft van die boodschappen verwijderd. Veel websites weigeren dat te doen.

Al bijna twee jaar, sinds november 2016, fungeert een centrale sectie bij de federale politie, de zogeheten Internet Referral Unit (i2-IRU), als het enige Belgische contactpunt voor het verwijderen van haatboodschappen op het web.

Dat was destijds een gezamenlijke beslissing van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) en minister van Justitie Koen Geens (CD&V), ook al bestond er nog geen precieze definitie van wat zo’n (strafbare) haatboodschap juist is. Daarvoor is het wachten op een Europese aanbeveling. De sectie kon zich wel baseren op onze regels rond racisme, discriminatie en xenofobie.

Vorig jaar heeft de sectie aan allerlei websites, zoals Facebook, Twitter, Google en andere sociale media, gevraagd om 267 illegale boodschappen te verwijderen. Dit jaar, tot en met augustus, is dat gebeurd voor nog eens 114 boodschappen. Maar amper de helft van de illegale boodschappen werd na tussenkomst van de politie ook effectief verwijderd. Slechts voor 187 van de 381 boodschappen (49 procent) gebeurde dat. Vorig jaar werden 164 van de 267 boodschappen niet verwijderd. Dit jaar ging het nog om 30 van de 114 boodschappen. 

Racisme ontspringt de dans

Een van die verzoeken, die de i2-IRU vorige maand verstuurde, was gericht aan Gab. Dat is een sociaalnetwerksite met hoofdzetel in Californië. Gab is midden 2016 opgericht door Andrew Torba, als een ‘rechts alternatief’ voor Facebook en Twitter. De politie vroeg Gab een haatspeech, afkomstig van nazistische profielen, te verwijderen omdat die in België illegaal zijn. Maar Gab-oprichter Torba reageerde laconiek: ‘LOL (luidop aan het lachen, red.), gaat niet gebeuren.’

KORT
KORT

De Internet Referral Unit van de federale politie moest bij haar oprichting begin 2016 vooral terroristische haatpropaganda in de gaten houden. In november 2016 kwamen daar ook andere haatboodschappen bij. Maar het blijkt moeilijk om die te laten verwijderen. Dat lukte nog maar in 49 procent van de gevallen.

‘We merken vooral dat racistische boodschappen vaak de dans ontspringen. Dikwijls worden ze door de internetplatformen bestempeld als vormen van vrije meningsuiting of een toelichting vanuit een ‘academisch standpunt’’, vertelt Sarah Frederickx, de woordvoerster van de federale politie. 

‘Oorspronkelijk, bij de oprichting van de i2- IRU begin 2016, was het de bedoeling ons te richten op terroristische propaganda. Maar in een latere fase is aan de opdrachten ook ‘haatboodschappen’ toegevoegd. Dat werd gestimuleerd door de Europese Unie.’

We merken vooral dat racistische boodschappen vaak de dans ontspringen.
Sarah Frederickx
woordvoerster federale politie

Wie beslist dan welke haatboodschappen de i2- IRU moet laten verwijderen? Frederickx: ‘Het kan gaan over vorderingen van het gerecht om een bepaalde inhoud te verwijderen. Maar ook als er geen vordering is van Justitie kunnen we dat nog vragen bij de providers. Dat kan als de internetgebruiker in kwestie de gedragscode niet naleeft die verbonden is aan de gebruiksvoorwaarden van de betrokken Internet Service Provider.’ 

Belgische linken

‘Onze opzoekingen op het internet zijn gericht op Belgische linken. Als de i2- IRU inhoud vindt die mogelijk moet worden verwijderd, zal ze nog wel allerlei checks uitvoeren bij andere politie- en veiligheidsdiensten en bij Europol. Als er uit die checks blijkt dat er geen nood is om de inhoud online te houden, wordt de procedure voortgezet om de verwijdering van de inhoud aan te vragen bij de platformen.’

49%
verwijderingen
Na tussenkomst van de politie worden 49 procent van de haatboodschappen ook effectief verwijderd.

En wat als de platformen weigeren om de internetboodschappen te verwijderen? Frederickx: ‘Naargelang wat we gevonden hebben op het internet, kan de i2-IRU nog een verslag of een proces-verbaal opstellen voor een verder gevolg.’ Dat vertrekt dan naar een andere, bevoegde politiedienst. Tenminste als er echt een link is met ons land, zoals iemand die hier woont of een organisatie die hier actief is. 

De i2- IRU heeft intussen al 43 dossiers opgesteld over haatretoriek op het internet. De sectie heeft bijvoorbeeld een rapport opgesteld over de sociale mediakanalen van de rechts-radicale organisatie Schild & Vrienden. Dat gebeurde al op 10 november vorig jaar, nog voor de ophefmakende Pano-reportage die een tiental dagen geleden is uitgezonden. In het rapport van de i2-IRU stonden echter nog geen aanwijzingen voor extremistische motieven.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud