Pandemiewet geeft regering vrije baan bij noodsituaties

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden. ©Photo News

De pandemiewet van minister Annelies Verlinden, die het fiat kreeg van de regering-De Croo, moet een stevigere juridische basis leggen voor 'epidemische noodsituaties'. Maar het parlement wordt wel gevraagd om de regering vrije baan te geven.

Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar de regering-De Croo heeft dan toch het licht op groen gezet voor een pandemiewet, waarvan ze hoopt dat de Kamer er zich snel over buigt. Want dan kan de pandemiewet al meteen dienst doen als juridische basis voor de huidige coronacrisis.

'Ook al vormen verschillende wetten wel degelijk een adequate wettelijke basis - zoals de Raad van State voorlopig oordeelde in het kader van talrijke ingediende beroepen - toch is het wenselijk in een geheel van regels van bijzondere bestuurlijke politie te voorzien, specifiek voor epidemische noodsituaties', zo luidt het ook in de toelichting bij het ontwerp van pandemiewet.

In de pandemiewet wordt bepaald dat de maatregelen 'steeds strikt noodzakelijk, in de tijd beperkt en in verhouding tot de beoogde doelstelling zijn, in het bijzonder de bescherming van de volksgezondheid en het recht op leven'. 

De maatregelen moeten steeds strikt noodzakelijk, in de tijd beperkt en in verhouding tot de beoogde doelstelling zijn.
Ontwerp pandemiewet

Het blijft wel nog mogelijk dat specifieke crisismaatregelen worden genomen. 'Aangezien een specifieke regelgeving niet kan voorzien in alle grillen die de toekomst kan brengen, zal de goedkeuring van dit ontwerp overigens evident niet belemmeren dat eventueel maatregelen van bestuurlijke politie worden genomen in het kader van de bestaande wetgeving, als die vereist zouden zijn.'

 De pandemiewet bouwt een eenheid van commando in als wordt overgegaan tot een 'federale fase' bij een epidemische noodsituatie. 'Wanneer de minister van Binnenlandse Zaken de federale fase afkondigt, staat hij in voor de beleidscoördinatie van de noodsituatie.'

Volmachtenwet

De liberalen stonden lang op de rem, omdat Verlinden met haar pandemiewet het parlement grotendeels buitenspel zet. 'De pandemiewet is eigenlijk een volmachtenwet', zegt oppositieleider Peter De Roover (N-VA). Het parlement geeft de minister de volmacht om de nodige maatregelen te nemen. Maatregelen die de minister kan nemen, zoals het invoeren van een nachtklok, een verbod op samenscholingen, het sluiten van de grenzen en het sluiten van ondernemingen moeten dus niet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Kamer.

De pandemiewet is eigenlijk een volmachtenwet.
Peter De Roover
Kamerfractieleider N-VA

Daarin ligt meteen het verschil met het voorstel van crisiswet dat De Roover zelf al heeft ingediend. Die crisiswet gaat ruimer dan alleen maar epidemische noodsituaties, en is van toepassing op alle crisissen. En de Kamer blijft haar rol spelen. 'Noodmaatregelen moeten aan de Kamer worden voorgelegd, die er binnen de zeven dagen over moet oordelen. Dat laat toe dat de regering snel handelt, maar het parlement houdt een vinger in de pap bij de besluitvorming', zegt de N-VA-fractieleider in de Kamer.

In de goedgekeurde pandemiewet voorziet Verlinden dat het parlement over de noodsituatie binnen de twee tot vijf dagen uitspraak moet doen. 'Dat is toch sterker dan wat N-VA voorstelt?', merkt het kabinet-Verlinden op.

Toch is in de pandemiewet niet voorzien dat het parlement telkens een fiat moet geven als de regering maatregelen wil uitvaardigen. Waarin wel is voorzien, is dat het parlement zich binnen de vijf dagen kan uitspreken als de noodtoestand per KB wordt afgekondigd. Maar zodra dat parlementaire fiat er is, geeft dat de minister van Binnenlandse Zaken een vrijgeleide om binnen de contouren van de pandemiewet noodmaatregelen - zoals de invoering van een avondklok - in te voeren, zonder daarvoor aan het parlement nog de goedkeuring te moeten vragen. Er is alleen voorzien in een maandelijks verslag aan het parlement.

'Dit is ongrondwettig'

Het voorontwerp van pandemiewet is een stap in de goede richting, maar schiet nog altijd te kort. Er staan dingen in die echt niet kunnen. Dat zegt Patricia Popelier, professor grondwettelijk recht aan de Universiteit Antwerpen. Ze was eind vorig jaar initiatiefneemster van een opiniestuk waarin ze samen met enkele collega-proffen in november vorig jaar een coronawet eiste.

‘De grondwet wil dat het parlement zelf beslist over ingrijpende beperkingen op grondrechten’, stond toen in die opinie. ‘De wetgeving waarop de regering zich beroept, was helemaal niet bedoeld voor de langdurige en drastische inperkingen die we nu kennen. Toch blijft de regering koppig verder gaan met het ministerieel besluit.’

De federale regering heeft nu een voorontwerp van pandemiewet klaar. Is die, op basis van een eerste lezing, een verbetering?

Patricia Popelier: ‘In elk geval een verbetering tegenover de huidige situatie waarin er geen wet is. Maar er zitten in deze tekst nog altijd drie dingen die niet kunnen.

 Welke drie punten zijn problematisch?

Popelier: ‘Er wordt beslissingsmacht gedelegeerd naar de individuele minister. De grondwet laat dat niet toe. Het parlement kan zo’n beslissingsmacht alleen delegeren naar de voltallige regering.’

‘De tekst voorziet in dat verband iets nieuws: een in de ministerraad overlegd ministerieel besluit. Het is innovatief. Maar het gaat er bij mij echt niet in waarom je dan niet meteen een koninklijk besluit neemt. Ik snap niet waarom ze zo blijven hameren op dat ministerieel besluit.’

‘De regering citeert in dat verband rechtspraak van de Raad van State, maar dat klopt niet. De Raad van State heeft zich wel uitgesproken over de avondklok en de horecasluiting. Maar hij heeft daarbij uitdrukkelijk geen uitspraak gedaan over de delegatie aan de minister.’

Zoiets is ongrondwettig?

Popelier: ‘Dit passeert volgens mij niet voor het Grondwettelijk Hof. Hetzelfde geldt voor de regeling waarbij het parlement besluiten moet bekrachtigen – tot daar is het ok – maar dat de bekrachtiging automatisch gebeurt als het parlement niet binnen de vijftien dagen reageert. Op die manier kan nooit een wet tot stand komen.’

En ik zie in ook maatregelen staan die het recht op privéleven raken en dus ook de bekrachtiging van het parlement vereisen. Daarin wordt niet voorzien.

Wat is het goede aan dit voorontwerp van wet?

Popelier: ‘Het is belangrijk dat het parlement een machtiging geeft voor beleid dat de grondrechten inperkt. Dit voorontwerp van wet voorziet daarin en dat is goed. Maar de macht die aan individuele ministers wordt gegeven om grondrechten in te perken, is ongrondwettig.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud