analyse

Regering tevreden, maar nachtelijke deal komt met een prijs

ACV-voorzitter Marc Leemans (links) en VBO-topman Pieter Timmermans. ©BELGA

Tot grote opluchting van de regering-De Croo zijn de sociale partners het eens geraakt over hogere minimumlonen en soepelere landingsbanen. Het nachtelijke akkoord brengt sociale vrede. Maar de onduidelijkheid over de kostprijs en het signaal dat 55-plussers tot de helft minder kunnen gaan werken overschaduwen de deal.

Het sociaal overleg kon na de mislukte loononderhandelingen een opkikker gebruiken. In de nacht van maandag op dinsdag kwam die er ook in de vorm van een juniakkoord. De vakbonden zijn tevreden met de verhoging van de minimumlonen en de soepelere landingsbanen voor 55-plussers, de werkgevers kunnen uitpakken met de flexibele overuren en uitstel voor de gelijktrekking van de aanvullende pensioenen van arbeiders en bedienden.

In de federale regering klonk een zucht van opluchting. De deal vermijdt een potentiële clash over het eerder afgesloten loonakkoord en de minimumlonen in de Vivaldi-coalitie. De liberalen wilden absoluut vasthouden aan de loonnorm van 0,4 procent, de socialisten wilden daar alleen van weten als ook de minimumlonen zouden stijgen. 'Het is belangrijk dat de sociale partners op dit belangrijk economisch moment samen tot een akkoord konden komen', verwelkomde premier Alexander De Croo (Open VLD) het akkoord.

Het is belangrijk dat de sociale partners op dit belangrijk economisch moment samen tot een akkoord konden komen.
Alexander De Croo
Premier (Open VLD)

De verdienste van het compromis is, zoals wel vaker bij akkoorden tussen sociale partners, dat het er is. Zonder een deal dreigde het loonoverleg in de sectoren chaotisch te verlopen en waren zelfs stakingen niet uitgesloten. Tegen hogere minimumlonen, hoewel beleidsmatig niet per se het beste idee om laagopgeleide jongeren aan het werk te krijgen, zijn slechts weinigen gekant. En wat meer flexibiliteit op het vlak van overuren komt de bedrijven ten goede.

Kostprijs

Toch zijn er bedenkingen te maken. Vooreerst omdat er grote onduidelijkheid is over de kostprijs. De minimumlonen stijgen in 2022 voor de jongste werknemers, in 2024 en 2026 gaat het maandelijkse minimumloon telkens met 35 euro bruto omhoog. Netto moet dat echter een loonsverhoging van 50 euro opleveren. De kostprijs moet de overheid deels op zich nemen.

Precieze berekeningen zijn niet gemaakt, maar een sociale partner spreekt op buikgevoel over een jaarlijkse kostprijs van 50 à 100 miljoen euro voor de schatkist. Als het daartoe beperkt blijft, zal de regering niet moeilijk doen, want aanvankelijk werd gevreesd voor een factuur van een half miljard. Bovendien hadden de meerderheidspartijen aangegeven dat ze bereid waren tot zo'n inspanning.

Maar daar blijft het niet bij. Tot begin dit jaar konden een hele groep werknemers vanaf 55 jaar een vijfde minder gaan werken met behulp van een uitkering, vanaf 57 jaar tot de helft minder. Sinds begin dit jaar is zo'n landingsbaan pas mogelijk vanaf 60 jaar. Voortaan zullen werknemers die onder een aantal voorwaarden vallen vanaf 55 jaar tot de helft minder kunnen gaan werken met behulp van een uitkering. Het geldt bijvoorbeeld voor wie een loopbaan van 35 jaar achter de rug heeft, een zwaar beroep heeft uitgeoefend of bij bedrijven in moeilijkheden of die herstructureren.

De bonden stelden die eis omdat niet mocht worden geraakt aan de leeftijdsvoorwaarden voor het brugpensioen. Ze wilden graag dat brugpensioen, officieel het stelsel van werkloosheid met een bedrijfstoeslag (SWT), bij herstructureringen en voor zware beroepen opnieuw mogelijk zou worden vanaf 58 jaar. De werkgevers hielden, op vraag van de regering, vast aan de grens van 60 jaar.

55
Landingsbanen
55-plussers zullen met behulp van een uitkering tot de helft minder kunnen gaan werken.

Vergrijzing

De ironie wil dat de budgettaire impact van soepelere landingsbanen allicht groter is dan die van iets minder strikte regels voor het brugpensioen. Vorig jaar kostte de landingsbaan van 31.000 55- tot 60-plussers de overheid een dikke 100 miljoen euro. Door de soepelere voorwaarden kan daar een klets bijkomen, al is onduidelijk hoeveel.

Bovendien is het een principiële kwestie: is het een goed idee om, op het moment dat iedereen langer moet werken om de fors stijgende vergrijzingskosten te kunnen financieren, werknemers al vanaf 55 jaar de kans te geven om met een uitkering deeltijds te gaan werken? 'Het was de prijs die we moesten betalen om een versoepeling van het brugpensioen tegen te houden, wat nog een veel slechter signaal zou zijn', klinkt het in werkgeverskringen.

Het legt meteen het grootste pijnpunt van het akkoord bloot. Zoals bijna altijd bij sociale akkoorden zijn het defensieve compromissen waarbij links en rechts aan kraantjes wordt gedraaid om het systeem in stand te houden. Terwijl veel meer nodig is om op termijn 80 procent van de 20- tot 64-jarigen aan de slag te krijgen, zoals de federale regering zich tot doel heeft gesteld. Nu schommelt die werkzaamheidsgraad rond 70 procent.

Hoogmissen

Het probleem is niet dat er een tekort aan jobs is. Nu we de coronacrisis stilaan achter ons laten, piekt het aantal vacatures. Veel bedrijven vinden nauwelijks personeel en in Vlaanderen zit de werkloosheid op het laagste peil in dertien jaar. Voor arbeidsmarktexperts is het duidelijk: alleen met meer flexibiliteit, een andere benadering van loonvorming en een sterkere focus op opleiding en activering kunnen we meer mensen aan het werk krijgen.

In het akkoord is daarover weinig te vinden. Experts als Stijn Baert (UGent) en Ive Marx (UAntwerpen) toonden zich daarom kritisch. 'Puzzelstukken van een sociaal akkoord hebben dit gemeen: het gaat de federale overheid veel geld kosten. Niet eenmalig, maar structureel. Wat men er nu door jaagt om een politieke crisis te vermijden, moet mijn generatie straks uitzweten', stelde die eerste.

Ook het regeerakkoord bevat weinig concrete hervormingen die meer mensen aan de slag kunnen krijgen. Federaal minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne (PS) heeft voor september wel een tewerkstellingsconferentie in het vooruitzicht gesteld. In het verleden bleken dat vaak hoogmissen waar grote principes werden bezongen, maar die weinig tot niks concreet opleverden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud