portret

Rudy De Leeuw, de rode leider die achter de troepen liep

Rudy De Leeuw viert voor het laatst 1 mei als voorzitter van het ABVV. ‘Anders dan zijn imago is hij een aimabele man. Maar hij liep te veel achter zijn troepen aan.’

‘Kameraden!’ Na elke grote betoging en bij elke 1 meiviering van de afgelopen elf jaar schreeuwde Rudy De Leeuw de woorden vanop het podium. Micro of niet, op een geïmproviseerd podium bijeengeknutseld uit paletten of vanuit de Gentse Vooruit, De Leeuw declameert zijn volledige speech met luide stem. Op de komende 1 meiviering, de jaarlijkse hoogmis van de socialisten, zal dat niet anders zijn. De Leeuw, die in augustus 65 wordt, doet dat voor het laatst als voorzitter van de socialistische vakbond ABVV. Eind mei geeft hij de voorzittersfakkel door aan de Franstalige Robert Vertenueil.

Het beeld van een roepende, norse of zelfs kwade De Leeuw is bij veel mensen blijven hangen. Rooie Rudy, die fulmineert tegen het neoliberalisme - dat hij zeer ruim invult - of die verongelijkt is dat aan verworven rechten wordt geraakt. Sp.a-voorzitter John Crombez vindt dat fantastisch. ‘Hij heeft het hart op de juiste plaats Hij vertolkt het gevoel dat bij veel mensen leeft.’ Om dezelfde reden wordt de vakbondsman in centrumrechtse kringen zwaar op de korrel genomen. ‘Als ik vakbondsmensen zoals Rudy De Leeuw bezig hoor, vraag ik mij af of die zichzelf nog serieus nemen. Ze zijn over sociale bloedbaden bezig, maar beseffen ze wel hoe onvoorstelbaar herverdelend en sociaal België is?’, verwoordde N-VA-voorzitter Bart De Wever ooit dat gevoel.

De Leeuw cultiveert het beeld van de harde vakbondsman. Zijn modieuze bril en sjaaltjes ruilt hij bij betogingen vaak in voor een Vlaamse klak. Zijn privéleven schermt hij angstvallig af. Zo was hij er niet mee opgezet toen De Tijd enkele jaren geleden in een portret schreef dat hij van een goeie trappist houdt en een sportliefhebber is. Elke aanbieding om zijn zachtere kant onder de aandacht te brengen wimpelt hij af. ‘Ik vind de personificatie van publieke functies decadent’, zei hij daar ooit over.

Het beeld van volkse syndicalist kreeg een zestal jaar geleden wel een serieuze knauw toen bleek dat hij via zijn familie aandeelhouder was van een patrimoniumvennootschap die gebruik had gemaakt van de notionele intrestaftrek, een constructie voor fiscale optimalisatie waar het ABVV altijd tegen heeft gestreden. Hij wist naar eigen zeggen van niets en nam ontslag bij de vennootschap.

Norse vakbondsman

‘Rudy is geframed als de norse vakbondsman en hij laat dat ook gebeuren omdat het hem goed uitkomt. Het geeft hem een aura van onverzettelijkheid wat het altijd goed doet bij zijn achterban. Maar ik ken hem zo niet’, zegt Karel Van Eetvelt, die als voormalige topman van de werkgeversorganisatie Unizo ontelbare keren met De Leeuw vergaderde in de Groep van Tien, het overlegorgaan waar de sociale partners grote akkoorden trachten te sluiten. Van Eetvelt, die tegenwoordig de bankenfederatie Febelfin leidt, noemt de vakbondsman een ‘zeer aangename en correcte man’ met ‘wie je, elk vertrekkend vanuit zijn ideologie, een stevige maar nuttige discussie’ kunt hebben. Andere grote namen uit het sociaal overleg laten een gelijkaardig geluid horen.

Over de rol die hij heeft gespeeld als voorzitter van het ABVV is bij de meeste collega’s wél veel kritiek te horen. ‘Als leider van een organisatie moet je durven te kiezen. Ofwel stook je de achterban op met ronkende verklaringen. Ofwel probeer je via akkoorden dingen te veranderen. Beide tegelijk doen, lukt niet. Maar toch heeft Rudy dat voortdurend geprobeerd, waardoor het heel moeilijk is geworden om tot een compromis te komen’, zegt Pieter Timmermans, de topman van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO).

Door de harde opstelling van het ABVV worden ook het grotere ACV en de kleine broer ACLVB gedwongen harder op hun strepen te staan, waardoor de kloof met de werkgeversorganisaties groter is geworden. Het model van het sociaal overleg, waarbij vakbonden en werkgeversorganisaties tot een compromis komen waarbij de samenleving de winnaar is, is daardoor al een tijdje dood. Over kleinere hervormingen werd af en toe nog een compromis afgesloten. Een overeenkomst over hogere lonen voor 2017 en 2018 sluiten lukte anderhalf jaar geleden met veel moeite ook nog. Maar over de grote dossiers, denk aan de pensioenhervorming, is het water tussen de sociale partners misschien wel dieper dan ooit.

‘Samen met het ABVV zijn veel middenveldorganisaties gaan kamperen op het eigen grote gelijk en dat is geen goede zaak’, zucht Van Eetvelt. ‘Kijk, ik begrijp dat sommige hervormingen zoals langer werken moeilijk liggen bij de achterban van de vakbonden. Als voorzitter kun je die achterban dan gelijk geven. Of je kunt de leden ervan overtuigen dat hervormingen nodig zijn en zoeken naar manieren waarop dat mogelijk wordt gemaakt. Ik had zeer sterk de indruk dat Rudy zelden of nooit de ruimte kreeg om dat laatste te doen.’ Dat zelfs tot ergernis van de broeders van de socialistische partij, de sp.a en de PS. Toen zij in de regering-Di Rupo moeilijke maatregelen namen, trok het ABVV hard van leer. Daardoor is de band tussen partij en vakbond minder innig geworden, al is dat wat gekeerd sinds de socialisten in de oppositie zitten.

Dat De Leeuw achter de troepen aanloopt, heeft veel te maken met de manier waarop hij destijds voorzitter is geworden. Zijn verkiezing in 2006 stond allesbehalve in de sterren geschreven. In 2002 was Mia De Vits voorzitter geworden en het was de bedoeling dat zij na haar mandaat werd opgevolgd door een Franstalige. Ze werd kaltgestellt omdat ze meer lijn wilde brengen in de financiële stromen in de vakbond en te veel aanschurkte tegen socialistische hervormers als de toenmalige sp.a-minister Frank Vandenbroucke. De tussenpausen André Mordant en Xavier Verboven hielden twee jaar de stoel warm waarop De Leeuw in 2006 terechtkwam.

De hele saga maakte het voor iedereen duidelijk dat de echte macht in het ABVV niet bij de voorzitter of de federale top ligt. Wel bij de centrales, de zogenaamde rode baronieën. Zij beheren hun eigen financiën en hebben elk hun eigen stakingskas. Een voorzitter die te veel zijn eigen koers vaart, wordt onverbiddelijk aan de kant geschoven. Als hij weet dat wat op tafel ligt onhaalbaar is voor zijn achterban, doet De Leeuw volgens de werkgevers geen moeite om alsnog een moeilijk compromis te sluiten. In dat geval past hij een ‘Rudy-truc’ toe, zoals een collega-onderhandelaar het noemt. Hoewel hij een handelsingenieur is, begint hij geschiedenis te doceren. Hij praat over een boek dat hij net gelezen heeft of vertelt een anekdote over trappistenbrouwers, een van zijn passies. Niemand die er nog een speld tussen krijgt, waarop de onderhandelingen eindigen.

Gewapende arm

De Leeuw heeft nooit geheimzinnig gedaan over zijn strategie. In zijn allereerste speech beklemtoonde hij al dat de eenheid van het ABVV voor hem primordiaal is. Die belofte is hij alvast nagekomen. Dat is al bij al geen geringe prestatie. Niet alleen door de macht van de rode baronnen, maar ook door de diepe communautaire breuklijn die door de socialistische vakbond loopt. De Waalse vleugel - de gewapende arm van de PS, dixit De Wever - is in de geest van het strijdsyndicalisme nog steeds streng in de leer en leunt almaar dichter aan bij de extreemlinkse PTB. De Vlaamse vleugel is pragmatischer.

Door het aantreden van de centrumrechtse regering-Michel werd die verdeeldheid duidelijker dan ooit. Daardoor heeft het ABVV voor het eerst sinds de jaren 80 geen bevriende socialistische partij in de meerderheid. De Franstalige vleugel hoopte premier Charles Michel (MR) met betogingen en stakingen uit de Wetstraat 16 te jagen. De Vlaamse vleugel begreep dat zoiets zinloos was en wilde liever door te onderhandelen met de werkgevers proberen de sociaal-economische hervormingen van Michel bij te vijlen. Dat leidde tot moeilijke momenten in de vakbond.

Een splitsing, zoals met de metaalcentrale is gebeurd, heeft De Leeuw kunnen voorkomen. ‘Hij heeft de boel bijeengehouden en dat is zeker in economisch moeilijke tijden een grote verdienste’, zegt Erwin De Deyn, de voorzitter van de BBTK, de grootste centrale van het ABVV. ‘Ik begrijp dat mensen zeggen dat het allemaal wat meer mocht zijn, maar ik denk dat hij er het maximum heeft uitgehaald.’

Maar het land werd daar niet beter van. Doordat de sociale partners er onder meer door de halsstarrige houding van het ABVV nooit in geslaagd zijn zelf antwoorden te verzinnen op bijvoorbeeld de vergrijzing is veel kostbare tijd verloren. En de vraag is of het in de toekomst beter wordt. Er werd met veel schrik gekeken naar De Leeuws opvolging. Velen gingen ervan uit dat de Franstalige Marc Goblet, qua taalgebruik en syndicale reflexen een De Leeuw in het kwadraat, het laken naar zich zou toetrekken. Door ziekte is hij evenwel van het voorplan verdwenen en viel de keuze op Robert Vertenueil. Miranda Ulens wordt de nummer twee en eerste Vlaming. Aan de lijn van de vakbond zal dat weinig veranderen. Want buiten de lijntjes kleuren, dat tolereren de rode baronnen niet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud