RVA heeft jaarlijks 2,5 miljoen ‘klanten'

Georges Carlens, topman van de RVA

Niet minder dan 2,55 miljoen mensen kregen het afgelopen jaar een of andere uitkering van de RVA. Dat berekende de RVA-studiedienst naar aanleiding van het 75-jarige bestaan van de instelling. Die verjaardag werd gisteren op een symposium gevierd.

In het RVA-jaarverslag voor 2009 is sprake van 1,3 miljoen uitkeringstrekkers. Maar dat is een jaargemiddelde. Het cijfer van 2,55 miljoen slaat op alle mensen die in de loop van het jaar een uitkering kregen. Dat cijfer houdt bovendien rekening met de ruim 665.000 dienstenchequegebruikers en de 19.526 werknemers die een vergoeding ontvingen van het Fonds voor de Sluiting van Ondernemingen.

Duizendpoot

Een op de vier inwoners van ons land kwam in 2009 met de RVA in aanraking. Samen waren ze goed voor 11 miljard euro aan uitkeringen en administratiekosten. Dat zijn lang niet alleen meer werkloosheidsuitkeringen. Zoals de grafiek illustreert is de RVA in zijn lange geschiedenis uitgegroeid tot een duizendpoot met een veelvoud aan opdrachten. De meest geschikte omschrijving zou nu DVL, ‘Dienst voor Loopbaanbegeleiding’, zijn.

Vanaf zijn definitieve start, kort na de oorlogsjaren, tot een eind in de jaren 70 moest de RVA zich enkel met zijn corebusiness bezighouden: de uitbetaling van volledig en tijdelijk werklozen. De crisis van de jaren 70 zorgde voor een forse opstoot. In die periode dook ook het brugpensioen op. Het idee was dat oudere werknemers plaats zouden maken voor jongeren. ‘Maar niets was minder waar’, stelt RVA-topman Georges Carlens. Het aantal volledig werklozen bereikte in 1983 een piek van ruim een half miljoen. Daarna begon het langzaam te zakken.

Maar in de eerste jaren was die daling vooral cosmetisch, erkent Carlens. Met systemen als het brugpensioen en de vrijstelling voor oudere werklozen, werden grote groepen kunstmatig uit de werkloosheidsstatistieken gehaald. Het echte aantal uitkeringstrekkers bleef dan ook stijgen om in de late jaren 80 voor het eerst uit te komen boven 1 miljoen.

Dan zijn er verschillende kantelmomenten. De staatshervorming van 1989 hevelde de arbeidsbemiddeling en de opleiding van werkzoekenden over naar de deelstaten, wat weinig veranderde aan het aantal uitkeringstrekkers. Tegelijk drong het besef door dat het ‘opsmukken’ van de statistieken een doodlopend straatje was. Beetje bij beetje werd werk gemaakt van een activeringsbeleid. Uitkeringen werden gebruikt als subsidie om werklozen aan de slag te krijgen. Vanaf 2002 liet men het stelsel van de oudere werklozen langzaam uitdoven. Het duurde tot het Generatiepact van 2006 vooraleer men schoorvoetend begon met de activering van de bruggepensioneerden. Op papier leverde dat zeker effect op. Tien jaar geleden zat 28 procent van de RVA-uitkeringstrekkers nog in een ‘passief’ stelsel, waarbij ze niet beschikbaar moesten zijn voor de arbeidsmarkt. Nu is dat geslonken tot 17 procent. Alleen blijkt dat die activering voor de ouderen in de praktijk nog altijd heel moeilijk lukt. Carlens: ‘Er is wel degelijk vooruitgang geboekt. Maar er is nog een lange weg af te leggen om de achterstand op de andere Europese landen goed te maken.’

Arbeid en gezin

Ondertussen is een nieuwe groep volop in opmars. Het systeem van de loopbaanonderbreking nam in het midden van de jaren 80 een aarzelende start. Vooral het afgelopen decennium was er sprake van een ware boom. In de loop van vorig jaar maakten 335.000 werknemers gebruik van een of ander verlofstelsel dat een betere combinatie van arbeid en gezinsleven tot doel heeft.

De mutatie van de RVA zal de komende jaren niet stilvallen, maar eerder versnellen. Carlens ziet vier grote uitdagingen. De exit uit de crisis moet worden begeleid, met inbegrip van een beslissing over wat er moet gebeuren met de crisismaatregelen. Ook de sociale zekerheid is niet immuun voor ontwikkelingen zoals de mondialisering en klimaatcrisis. Er is de demografische uitdaging die ons zal verplichten ‘vergeten’ groepen op de arbeidsmarkt te activeren. Tot slot komt er vroeg of laat een nieuwe staatshervorming, waarbij opnieuw RVA-bevoegdheden naar de deelstaten overgeheveld worden.

Over dat laatste is Carlens uiterst voorzichtig. Hij wil enkel kwijt dat de ‘samenwerking met de regionale diensten voor arbeidsbemiddeling nooit beter is geweest dan nu’. ‘Voor de rest zijn we het gewoon nieuwe opdrachten te krijgen. We zullen democratische beslissingen loyaal en constructief uitvoeren.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud