Steeds meer vragen over penitentiair verlof dader Luik

Minister van Justitie Koen Geens wil het debat over penitentiaire verloven voor gedetineerden liever niet weer openen. ©BELGA

‘Er zijn strenge beslissingen genomen in deze man zijn dossier’, reageert het kabinet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) op vragen over de toekenning van het penitentiair verlof aan de dader van de aanslag in Luik.

Hoe meer het lange criminele parcours van Benjamin Herman in kaart wordt gebracht, hoe meer vragen opduiken over zijn penitentiair verlof uit de gevangenis van Marche-en-Famenne.

Toen hij op 28 mei tijdelijk de gevangenis mocht verlaten, begon hij aan zijn moordende raid. Een dag later richtte hij een bloedbad aan in het hartje van Luik, waar hij twee politiemensen en een voorbijganger doodschoot. De nacht ervoor zou hij nog een oude bekende vermoord hebben.

‘Hoe komt het dat iemand die veroordeeld is voor zware feiten de mogelijkheid heeft gekregen de gevangenis te verlaten en opnieuw zware feiten te plegen? Op die vraag moeten we echt een antwoord krijgen’, opperde vicepremier Alexander De Croo (Open VLD) dinsdag al.

Domme dingen

Volgens minister van Justitie Koen Geens (CD&V) ging het dertien keer goed, toen hij penitentiair verlof had gekregen. ‘Als iets dertien keer goed gaat, gaat het de veertiende keer normaal niet verkeerd’, had Geens dinsdag in een eerste reactie gezegd.

Hij wees er in 'Terzake' nogmaals op dat de uitgaansvergunningen en korte penitentiaire verloven ter voorbereiding van zijn definitieve invrijheidstelling goed verlopen waren. ‘Maar dat wil niet zeggen dat hij in het verleden geen domme dingen heeft gedaan, tijdens een voorlopige maatregel’, gaf Geens wel toe.

Zo blijkt hij op 22 februari 2016 ’s avonds niet terug te zijn gekeerd naar de gevangenis. Sinds 12 februari kon hij genieten van een beperkt detentieregime, waarbij hij ’s morgens de gevangenis mocht verlaten en ’s avonds moest terugkeren. Maar dat ging dus fout.

Na zijn ‘vlucht’ op 22 februari pleegde hij een inbraak met diefstal, waarvoor hij op 5 maart 2016 werd gearresteerd en nog eens twaalf maanden cel extra kreeg. Op 14 maart 2016 maakte de rechtbank voor strafuitvoering een eind aan het lossere regime. Op 16 maart werd hij vervolgens overgebracht naar de gevangenis van Namen, waar hij negentien maanden moest wachten, voor hij weer aanspraak kon maken op een penitentiair verlof.

Radicalisering

Vanaf eind 2017 mag hij de gevangenis opnieuw verlaten met uitgaansvergunningen of penitentiaire verloven, ook al waren er in de loop van 2017 aanwijzingen dat Herman tekenen van radicalisering vertoonde. Toch blijft Geens erbij dat er volgens hem geen fouten zijn gemaakt.

‘Alle veiligheidsdiensten hadden de rapporten van de staatsveiligheid en van de politie gedeeld gekregen. De bevoegde diensten wisten wat er in die nota’s stond, maar geen van hen heeft daaruit afgeleid dat deze persoon een terroristisch gevaar betekende. Ze hebben dat allemaal bewust vastgesteld’, aldus Geens, die er nog aan toevoegde dat het profiel van Herman beantwoordt aan dat van een ‘draaideurcrimineel, maar niet aan dat van een radicaal’.

Dat Herman – die al op zestienjarige leeftijd in aanraking kwam met het gerecht - zo vaak recidiveerde, is volgens Geens de reden waarom hij nooit in aanmerking is gekomen voor een voorlopige invrijheidstelling. ‘Hij krijgt straffen die zo lang zijn als ze zijn’, aldus Geens.

Strafuitvoeringsrechtbank

Toch blijft de vraag of een multirecidivist als Herman niet nauwlettender had moeten worden opgevolgd, zelfs al heeft elke gedetineerde in principe het recht om zijn geleidelijke terugkeer in de samenleving voor te bereiden door één of meerdere dagen buiten de gevangenismuren door te brengen.

Magali Clavie, de voorzitster van de Hoge Raad voor Justitie, vindt alvast dat niet langer de minister van Justitie bevoegd mag zijn voor de uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven. De strafuitvoeringsrechtbank beslist sinds 2007 over de voorwaardelijke vrijlating, de beperkte detentie en het elektronisch toezicht van veroordeelden, maar de minister blijft bevoegd voor de uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven. Zijn administratie beslist over die aanvragen, na advies door de gevangenisdirectie.

‘Het zou logischer zijn als de strafuitvoeringsrechtbank, of toch minstens de strafuitvoeringsrechter, ook daarover zou beslissen. De strafuitvoeringsrechtbank is per slot van rekening daarvoor opgericht’, aldus Clavie. Maar minister Geens liet al verstaan dat hij het debat daarover liever niet opnieuw wil openen. De vrees is dat het kind met het badwater wordt weggegooid.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect