netto

Te hoge loonopslag blijft onbestraft

©BELGA

Als bedrijven hun personeel meer opslag geven dan toegelaten, riskeren ze hoge boetes. In de praktijk is er nauwelijks controle en valt een overschrijding niet te bewijzen.

Het moet zowat het hoogtepunt van het sociaal overleg in ons land zijn: elke twee jaar leggen de vakbonden en de werkgevers in een nationaal loonakkoord vast hoeveel de salarissen mogen stijgen. Die loonnorm, de maximumgrens voor loonsverhogingen, moet voorkomen dat de loonkosten de pan uit rijzen en dat onze bedrijven een concurrentienadeel oplopen tegenover de buurlanden.

Maar de loonnorm creëert ook een absurde situatie. Bedrijven die het goed doen en hun personeel met een extraatje willen belonen, kunnen zwaar gestraft worden. In 2017 en 2018 mogen de lonen maximaal 1,1 procent stijgen boven op de automatische loonindexering. Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) scherpte de sancties nog aan. Bedrijven die boven het plafond uitkomen, riskeren sinds vorig jaar boetes van 250 tot 5.000 euro per werknemer, tot een maximum van een half miljoen euro.

De dreiging van een boete moest verzekeren dat de Belgische lonen niet ontsporen, in theorie althans. Een navraag leert dat er nauwelijks tot geen controle is. ‘Het is van 1997 geleden dat een proces-verbaal voor een inbreuk op de loonnorm werd opgesteld’, zegt Jan Vanermen, diensthoofd administratieve geldboeten bij de federale overheidsdienst Werk. ‘Bovendien werd dat pv zonder gevolg gelaten omdat de inbreuk onvoldoende bewezen was. Eerder in 1995 kreeg een bedrijf één keer een administratieve geldboete van 2.000 euro voor het niet respecteren van de wet op het concurrentievermogen.’

Dode letter

Een plafond op de loonkosten mag vanuit nationaal oogpunt logisch zijn, individuele bedrijven die moeilijk personeel vinden, hebben daar niet altijd boodschap aan. ‘Zeker bij grote ondernemingen waar de vakbonden sterk staan, gebeurt het dat de loonnorm onder syndicale druk wordt overschreden’, zegt Manou Doutrepont, expert arbeidsverhoudingen en zaakvoerder van Social Dialogue Network. ‘Het is een illusie dat met de onlangs aangescherpte loonnormwet strikter wordt toegekeken op de naleving ervan. De strengere straffen zijn dode letter gebleven. Dat leidt tot een geloofwaardigheidsprobleem.’

Doutrepont benadrukt dat toen toenmalig premier Jean-Luc Dehaene in 1996 de loonnormwet invoerde, het nooit de bedoeling was individuele bedrijven te bestraffen. ‘De mogelijkheid van boetes bestond, maar de wet moest vooral op macroniveau garanderen dat de loonkosten niet ontspoorden. Daar slaagt ze ook in. Maar het zou een enorme juridische klus zijn om de boetes effectief af te dwingen’, zegt Doutrepont, die vroeger voor de werkgeversorganisaties VBO en Voka werkte.

Strijd om talent

De arbeidsinspectie, die verantwoordelijk is om te controleren of bedrijven zich aan de loonnorm houden, geeft toe dat dat moeilijk is. ‘We doen geen algemene controles’, zegt Luk Somers, sociaal inspecteur bij de federale overheidsdienst Werk. ‘Enkel als de minister ons dat vraagt, doen we dat, maar daar ligt niet onze prioriteit. In de praktijk is het zeer moeilijk een overtreding zwart op wit te bewijzen. Je zou op bedrijfsniveau een zeer gedetailleerd onderzoek moeten voeren naar de evolutie van de gemiddelde loonmassa per werknemer, waarin je ook rekening houdt met de functies waarin mensen werken, extralegale voordelen en overuren.’

3 vragen over de loonnorm

1. Hoe werkt de loonnorm?

De werkgevers en de vakbonden leggen elke twee jaar in een loonakkoord de nationale loonnorm vast. Die bepaalt de bovengrens van de loonsverhogingen. Voor de periode 2017-2018 mogen de lonen maximaal 1,1 procent stijgen boven op de automatische loonindexering, anders komt de concurrentiekracht van onze bedrijven in het gedrang. De loonnorm is algemeen bindend en geldt voor alle bedrijven in ons land.

2. Kan ik meer opslag krijgen dan in de loonnorm is overeengekomen?

De loonnorm bepaalt hoeveel het gemiddelde loon van een werknemer in een bedrijf mag stijgen. Individuele werknemers kunnen dus meer opslag krijgen, als dat gecompenseerd wordt door elders in het bedrijf de lonen te drukken. Loonsverhogingen door promotie naar een andere functie, of door een hogere salarisschaal (barema) vallen buiten de loonnorm.

3. Wat zijn de sancties?

Als een bedrijf de loonnorm niet respecteert, riskeert het stevige boetes. Die kunnen oplopen van 250 tot 5.000 euro per werknemer, tot maximaal een half miljoen euro. In theorie, want in de praktijk is het voor de arbeidsinspectie zeer moeilijk te bewijzen dat een werkgever zich niet aan de loonbeperking houdt. Door functiewissels, overuren, extralegale voordelen, bonussen en premies is het vaak moeilijk om uit te maken of de loonnorm werd overschreden.

Het VBO waarschuwde begin dit jaar dat door de krapte op de arbeidsmarkt loondrift kan ontstaan. In de strijd om talent proberen bedrijven hun concurrenten met hogere salarissen af te troeven. Daardoor dreigt opwaartse druk op de lonen. ‘We moeten dat absoluut vermijden’, zei VBO-topman Pieter Timmermans. ‘Als de loonkosten stijgen, neemt onze concurrentiekracht af, met nefaste economische gevolgen, zoals afslankingen en herstructureringen.’

‘Het gevaar bestaat dat werknemers hun onderhandelingsmacht verzilveren en dat de lonen weer collectief ontsporen’, zegt Edward Roosens, hoofdeconoom van het VBO. ‘Maar je mag niet vergeten dat de loonnorm een grote morele macht heeft omdat het berust op een nationaal akkoord tussen de vakbonden en de werkgevers. De mogelijke sancties hebben een afschrikkingseffect en zijn een stok achter de deur voor de werkgevers als de vakbonden in stakingsgevoelige bedrijven toch op een overschrijding van de loonnorm aansturen.’

Voordat bedrijven loonafspraken met de vakbonden kunnen maken, moeten ze eerst op sectorniveau een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) onderhandelen. In tegenstelling tot de bedrijfscao’s controleert de juridische dienst van de federale overheidsdienst Werk bij die sectorakkoorden wel of ze in lijn liggen met de nationale loonnorm. ‘We krijgen ook regelmatig vragen van werkgevers, sociaal secretariaten of hr-diensten of een specifieke loonmaatregel in overeenstemming is met de loonnorm’, zegt inspecteur Somers. ‘Met onze adviezen spelen we een belangrijke preventieve rol, eerder dan dat we achteraf sanctioneren.’

Creatief verlonen

Ook Peeters zegt dat via de controle van de sectorcao’s wordt nagegaan of de loonnorm correct wordt toegepast. ‘Als de loonkloof weer groeit, zullen we individuele ondernemingen actiever controleren’, zegt de CD&V’er.

Als de loonhandicap terug groeit, zullen we individuele ondernemingen actiever gaan controleren.
Kris Peeters
Minister van Werk

Die situatie is zeker niet ondenkbaar. Meerdere betrokkenen bevestigen off the record dat enkele bedrijven met de loonnorm flirten. Retailbedrijven zouden met statuten en verloningssystemen schuiven en ook enkele goed boerende chemie- en petroleumbedrijven zouden het niet te nauw nemen met de loonbeperking. In de bouwsector werd een bedrijf informeel teruggefloten omdat het van plan was meer opslag te geven dan toegelaten. Op hun website adviseren hr-bedrijven zelfs openlijk om loonsverhogingen te kaderen in een promotie of een functieaanpassing, zodat de loonnorm niet langer van toepassing is.

‘In de perceptie is de loonnormwet strenger geworden, maar in de praktijk moet dat nog blijken’, zegt Sem Vandekerckhove, onderzoeker aan het onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving HIVA van de KU Leuven. Hij becijferde dat in het verleden in verschillende sectoren de lonen meer toenamen dan toegelaten. ‘Ook nu kan dat gebeuren’, zegt hij. ‘Bedrijven kunnen nog altijd creatief zijn en via winstdeelnemingen of nieuwe premies de loonnorm omzeilen. De loonnorm heeft vooral een disciplinerende functie, maar creëert een paradox als de werkgevers en de vakbonden samen vragende partij zijn om meer opslag te geven dan toegelaten. Als bedrijven moeilijk personeel vinden, is de verleiding soms groot.’

Minister Peeters benadrukt dat zijn gemoderniseerde loonnormwet geholpen heeft om de loonhandicap ten opzichte van de buurlanden verder weg te werken. ‘De handicap, die in 2014 nog 3 procent bedroeg, is omgebogen in een voorsprong van 0,7 procent’, zegt Peeters, verwijzend naar de concurrentiehandicap die sinds 1996 was ontstaan. ‘Mocht de loonkloof terug groeien, dan zullen we individuele ondernemingen actiever gaan controleren.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud