Vakbonden en werkgevers raken het eens over hogere minimumlonen en soepelere landingsbanen

In de Groep van Tien zetelen onder meer Unizo-topman Danny Van Assche (links) en ABVV-voorvrouw Miranda Ulens (midden). ©BELGA

De vakbonden en de werkgeversorganisaties zijn het in de Groep van Tien eens geraakt over vier aan het loonoverleg gekoppelde dossiers. De minimumlonen stijgen in verschillende trappen en de landingsbanen voor 55-plussers worden soepeler.

Na uren onderhandelen hebben de kopstukken van de vakbonden en de werkgeversorganisaties afgelopen nacht een akkoord gevonden over vier aan het loonoverleg gekoppelde dossiers. Voor de vakbonden omvat de deal hogere minimumlonen en soepeler regels voor de eindeloopbaan met behulp van een uitkering, de zogenaamde landingsbanen.

Voor de werkgeversorganisaties is het kader voor flexibele overuren belangrijk, net als het uitstel voor de gelijktrekking van de aanvullende pensioenen voor arbeiders en bedienden van 2025 tot 2030. Om tijdens de coronacrisis stand te houden konden werknemers in essentiële sectoren op een soepele en goedkope manier 120 overuren op jaarbasis extra presteren. Die regeling wordt voor dit en volgend jaar uitgebreid naar alle sectoren.

Minimumlonen

Politiek springt de verhoging van het minimumloon het meest in het oog. Vandaag bedraagt dat 1.625 euro bruto voor een 18-jarige en stijgt dat in trappen tot net geen 1.688 euro voor een 20-jarige met een jaar dienst. Die bedragen worden tegen 1 april 2022 gelijkgetrokken op 1.702 euro bruto, wat voor een 18-jarige een stijging met 76 euro betekent.

1.702
euro
Een werknemer zal vanaf 1 april 2022 recht hebben op een loon van minstens 1.702 euro bruto.

Tijdens de loononderhandelingen van 2024 en 2026 moet het minimumloon telkens 35 euro bruto stijgen boven op de index. De rekening is in eerste instantie voor de betrokken werkgevers, al wordt de overheid gevraagd tussen te komen. Deels om de kosten voor de bedrijven te compenseren, maar ook om werknemers per verhoging netto 50 euro meer te laten overhouden.

Federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) ziet een belangrijke vooruitgang. 'Het akkoord van de sociale partners vertaalt zich voor een alleenstaande werknemer met een minimumloon in 47 euro per maand extra boven op de index in 2022. Cumulatief stijgt het nettoloon met 100 euro in 2024, en met 150 euro in 2026. In 2028 is in een nieuwe verhoging voorzien, na een evaluatie van de effecten van de voorgaande drie etappes.'

Brugpensioen

Anders dan de vakbonden hadden verhoopt, komen er voor het brugpensioen, het zogenaamde stelsel van werkloosheid met een bedrijfstoeslag (SWT), geen grote wijzigingen. De bonden wilden dat werknemers bij herstructureringen of werknemers met een zwaar beroep opnieuw op 58 jaar in plaats van op 60 jaar met brugpensioen kunnen gaan. Maar de werkgevers weigerden daarop in te gaan. Alleen brugpensioen om medische redenen zal nog mogelijk zijn op 58 jaar.

Wie met brugpensioen is, moet in principe aangepast beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dat betekent dat een bruggepensioneerde moet meewerken als hem een begeleidingsplan wordt aangeboden of moet ingaan op een jobaanbod. Wie een voldoende lange loopbaan achter de rug heeft, wordt nog altijd vanaf 62 jaar vrijgesteld van die verplichting. Voor wie tijdens een herstructurering met brugpensioen is gegaan, is dat een versoepeling, want nu ligt de leeftijd daar op 65 jaar.

Landingsbanen

De vakbonden hebben wel verkregen dat werknemers die aan een aantal voorwaarden voldoen weer voor hun 60ste minder kunnen gaan werken via een landingsbaan. Tot eind vorig jaar konden werknemers onder bepaalde voorwaarden vanaf 55 jaar een vijfde minder werken met behulp van een uitkering, vanaf 57 jaar de helft minder. Sinds begin dit jaar ligt de leeftijdsvoorwaarde op 60 jaar.

Door het akkoord kunnen een reeks werknemers vanaf 55 jaar tot de helft minder werken, wat dus soepeler is dan de oude regeling. Het gaat over werknemers met een loopbaan van meer dan 35 jaar, werknemers die lang een zwaar beroep hebben uitgeoefend of die werken voor een bedrijf in moeilijkheden of dat moet herstructureren.

Het akkoord van de sociale partners vertaalt zich voor een alleenstaande werknemer met een minimumloon in 47 euro per maand extra boven op de index in 2022.
Pierre-Yves Dermagne
Federaal minister van Werk

Het ontwerpakkoord moet nog door de achterban van de sociale partners en daarna door de federale regering worden goedgekeurd. Dat kan spannend worden, want zeker bij de vakbonden gebeurt het al eens dat de achterban een deal afschiet. Voor de regering wordt de vraag hoe hoog de rekening van het akkoord oploopt.

Loonakkoord

Het uitblijven van een vergelijk was voor de regering allicht een groter probleem geweest. De socialisten eisten een akkoord, en zeker over hogere minimumlonen, voor ze de door de regering-De Croo uitgewerkte loonnorm zouden goedkeuren. Omdat de sociale partners niet tot een loonakkoord konden komen, legde de federale regering zelf een kader vast.

De regering bepaalde dat de lonen dit en volgend jaar met 0,4 procent kunnen stijgen boven op de index. Bedrijven die het goed deden in de coronacrisis, kunnen ook een eenmalige coronapremie van 500 euro geven. De socialisten hadden graag meer ruimte gelaten voor loonsverhogingen, maar de wet van 1996 liet dat niet toe en tijdens de regeringsonderhandelingen was afgesproken om niet aan die wet te raken.

Afgelopen weekend wees PS-voorzitter Paul Magnette er in De Tijd op dat zijn partij zonder een akkoord over de minimumlonen geen loonnorm zou helpen opleggen. In dat geval zou in de bedrijven vrij kunnen worden onderhandeld, iets waar de werkgeversorganisaties en de liberalen beducht voor zijn. In dat geval vreesden ze fors stijgende lonen, wat de concurrentiepositie van onze bedrijven in gevaar kan brengen.

Meerderheid tevreden, oppositie ziet 'peperduur' akkoord

De federale regering buigt zich allicht later vandaag over het akkoord, maar verschillende meerderheidspartijen zijn blij met wat op tafel ligt. De socialisten zijn vooral tevreden met het uitzicht op hogere minimumlonen, CD&V-voorzitter Joachim Coens spreekt over een 'goed akkoord', Groen-voorzitster Meyrem Almaci heeft het over een nieuwe adem voor het sociaal overleg en de liberalen reageren opgelucht dat niet wordt geraakt aan de leeftijdsvoorwaarden voor het brugpensioen.

Bij de oppositiepartijen is er wel kritiek. 'Dit is een peperduur akkoord dat geen enkele job zal creëren en alleen dient om de politieke vrede in de regering-De Croo te bewaren', zegt N-VA-Kamerlid Björn Anseeuw. De Vlaams-nationalisten zijn niet tegen hogere nettominimumlonen, maar vrezen dat jobs zullen sneuvelen omdat bedrijven op kosten worden gejaagd. Ze waarschuwen ook voor de kostprijs omdat de overheid wordt gevraagd een deel van de kostenstijging te compenseren.

De regeling voor het brugpensioen en de vroegere instapleeftijd voor de landingsbanen werken volgens Anseeuw inactiverend. 'Heel wat vacatures in Vlaanderen raken al niet ingevuld. Dan is het toch te gek om mensen nog sneller uit de arbeidsmarkt te duwen?'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud