Advertentie
interview

Vandenbroucke: ‘Als ik met mezelf onderhandeld had, had het akkoord er net zo uitgezien’

Frank Vandenbroucke (Vooruit): 'We zouden voetballers moeten verplichten te spelen met een shirt waarop in kolossale letters ‘sociale zekerheid’ staat, want die is hun belangrijkste sponsor.' ©gert jochems

De kritiek op de plannen om zieken weer naar werk te begeleiden is volgens minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke politiek theater. Sancties vindt hij niet asociaal. ‘Iedereen krijgt zijn deel, maar iedereen moet ook in de mate van het mogelijke zijn bijdrage leveren.

Tien minuten na het interview belt Frank Vandenbroucke (Vooruit), half verbouwereerd. ‘Ik vrees dat ik een fout heb gemaakt, het moet de vermoeidheid zijn’, waarop hij rechtzet wat hij verkeerd heeft gezegd. Het typeert de minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, die wegens zijn intelligentie en de soms eigenzinnige manier waarop hij toont de dingen beter te weten in de Wetstraat schertsend professor Vandenbroucke wordt genoemd. Professor is hij ook, in de economie en gespecialiseerd in sociaal beleid.

De vermoeidheid zijn de naweeën van het nachtwerk dat de regering-De Croo nodig had om dinsdagochtend een akkoord te sluiten over de begroting en een reeks hervormingen.

‘Ik heb die nacht niet geslapen, maar dat is onvermijdelijk. Op het einde van zulke onderhandelingen blijven er enkele grote knopen over en dan moet je doorduwen. Dat nachtwerk is niet zomaar een ritueel, het is nodig.’

Frank Vandenbroucke (65)

  • Frank Vandenbroucke is minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
  • Hij werd in de jaren 80 politiek actief, zetelde in de Kamer, was partijvoorzitter van de SP - het huidige Vooruit - en was minister in meerdere federale regeringen en in de Vlaamse regering.
  • In 2011 stapte hij uit de actieve politiek en richtte hij zich op de wetenschap.
  • Bij de vorming van de regering-De Croo ging hij in op het aanbod van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau om opnieuw minister te worden.

Als minister moet u het akkoord verdedigen. Er is echter veel kritiek, onder meer op het luik om langdurig zieken naar werk te begeleiden. Zou professor Frank Vandenbroucke even positief zijn geweest over het resultaat?

Frank Vandenbroucke: ‘Op verschillende punten hebben we een compromis gesloten, maar daar is niets vies aan. Met Terug naar Werk (de plannen om langdurig zieken naar werk te begeleiden, red.) beginnen we aan een nieuw hoofdstuk in het Belgische sociaal beleid. Zoals altijd beginnen we er te laat aan, maar het luik is wat mij betreft perfect in evenwicht. Als ik alleen met mezelf had onderhandeld, wat natuurlijk een natte droom is…’

Oh, u bent voor een dictatuur?

Vandenbroucke: (grappend) ‘Verlicht despotisme volstaat. Als ik alleen met mezelf had onderhandeld, had het akkoord over Terug naar Werk er net zo uitgezien.’

De kritiek was tijdens het begrotingsdebat in de Kamer striemend. De PVDA vindt het schandalig dat er sancties komen voor langdurig zieken, de N-VA vindt het hele plan veel te braaf.

Vandenbroucke: ‘Het debat dat daarover gevoerd is, was zeer theatraal maar daardoor naast de kwestie. De vraag wat goed sociaal beleid is, wordt uit het oog verloren. We moeten een tanker die stilligt in gang trekken en van koers doen veranderen. Dat is altijd een zeer omzichtig en behoedzaam proces, maar ik denk dat ik daar wel wat ervaring mee heb. Eerst moet je proberen een cultuurshift te verkrijgen. Daarom versterken we de ziekenfondsen, zodat ze beter gewapend zijn om arbeidsongeschikten te helpen.’

Er worden 40 à 60 terugkeercoaches aangeworven, maar er zijn bijna een half miljoen langdurig zieken. Is dat een druppel op een hete plaat?

Vandenbroucke: ‘In het raderwerk van het sociaal beleid vullen ze een cruciale lacune in. Nu is het onduidelijk wie de contact- persoon is om arbeidsongeschikten weer aan het werk te krijgen. Die coaches gaan nu uitzoeken of mensen met aangepast of deeltijds werk, of op een andere manier, kunnen terugkeren naar hun werkgever of ergens anders. We verwachten dat de ziekenfondsen zo meer inspanningen leveren. Doen ze dat niet, dan verliezen ze financieel wat.’

‘Daarnaast vinden we dat bedrijven meer inspanningen moeten doen om te vermijden dat mensen uitvallen. Vallen mensen uit, dan moeten ze harder hun best doen om hen weer aan werk te helpen. Zien ze uitzonderlijk veel mensen uitvallen tegenover vergelijkbare bedrijven in hun sector en tegenover het nationale gemiddelde, dan betalen ze een bijdrage van 2,5 procent op al hun lonen die ze tijdens een kwartaal uitbetalen. We doen dat niet omdat we bedrijven willen sanctioneren, we willen dat ze inspanningen leveren.’

We willen bedrijven niet sanctioneren, we willen dat ze inspanningen leveren.

Zieken die hun re-integratie boycotten, kunnen dan weer een sanctie krijgen van 2,5 procent van hun uitkering. Blijft dat niet te beperkt?’

Vandenbroucke: ‘Dat vind ik niet. We geven mensen meer ondersteuning, maar daarvoor moeten we informatie van hen krijgen. Tien weken nadat ze zijn uitgevallen moeten ze een vragenlijst invullen. Als mensen dat hardnekkig weigeren, wijzen we hen erop dat het een verplichting is. Luisteren ze niet, volgt er een sanctie. Die volgt ook als ze weigeren in te gaan op een eerste uitnodiging om over de re-integratie te spreken.’

‘Toen ik in 2003 als minister in de federale regering uitzocht hoe mensen die werkloos werden het best geactiveerd konden worden, lieten we hen weten dat ze een uitkering zouden krijgen maar dat we tegelijk verwachtten dat ze naar werk zouden zoeken. Uit onderzoek bleek dat dat een verschil maakt omdat mensen duidelijk wordt gemaakt dat iets van hen wordt verwacht. Dat doen we nu opnieuw. Ik vind dat vanzelfsprekend, want het is hoe ik naar solidariteit kijk. Iedereen krijgt zijn deel en mensen in nood moeten hulp krijgen om hun deel te kunnen verwerven. Maar iedereen moet in de mate van het mogelijke ook zijn bijdrage leveren.’

De activering van de langdurig zieken is een van de maatregelen die moet helpen om de werkzaamheidsgraad tegen 2030 op 80 procent te krijgen. Zullen we dat doel - aangezien de andere maatregelen behoorlijk braaf zijn - ooit halen?

Vandenbroucke: ‘Er zijn maatregelen die moeten maken dat werkzoekenden vaker in een andere regio aan de slag gaan. Via een sterke focus op opleidingen proberen we knelpuntberoepen in te vullen. Maar dat is, net als het Terug naar Werk-plan, een werf. Federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) en de regionale ministers van Werk moeten elkaar vinden in een ambitieus plan van aanpak.’

‘Ik ben niet naïef, het is niet zo gemakkelijk om langdurig werkzoekenden om te scholen naar een knelpuntberoep. Er is een reden - scholing, opleiding, attitude… - waarom die mensen langdurig werkzoekend zijn. Om jobs voor laaggeschoolden te creëren, zetten we in op de e-commerce.’

Waarover de passages in het akkoord zo verwaterd zijn dat er toch niets gaat gebeuren. De vakbonden kunnen zo nachtwerk blijven blokkeren.

Vandenbroucke: ‘We willen het mogelijk maken dat avondwerk in een bedrijf kan als één vakbond in plaats van alle bonden in het bedrijf het daarmee eens zijn. We onderzoeken zelfs of het mogelijk moet worden dat werknemers individueel beslissen of ze ’s avonds willen werken, ook al hebben de bonden daarvoor geen toestemming gegeven. Dat zijn gevoelige kwesties en we vragen aan de sociale partners zich daarover uit te spreken.’

De bonden gaan toch nooit snijden in hun machtspositie? Wat als de sociale partners niet tot een akkoord komen?

Vandenbroucke: ‘Zelf vind ik de scenario’s die voorliggen niet ideaal. Maar als je beweging wil krijgen in een dossier dat vastzit, is het niet slecht zulke plannen op tafel te leggen. Iedereen wil vooruit, we zullen zien wat er uit komt. E-commerce is economisch belangrijk en we mogen daar niet te veel boten meer missen.’

Hebt u de Instagram-accounts van PS-voorzitter Paul Magnette of MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez gezien? Ze gingen woensdag op de foto met Mogi Bayat, de algemeen directeur van Sporting Charleroi. Ze leken wel te zeggen: we hebben Vandenbroucke toch maar mooi tegengehouden.

Vandenbroucke: (Kijkt naar de Instragram-post met de foto die zijn woordvoerder hem toont.) ‘Daar staat toch helemaal niet dat ze mij hebben tegengehouden?’

Nee, maar dat is toch de impliciete boodschap, wetende dat ze zich zwaar hebben verzet tegen de afbouw van het parafiscale gunstregime voor beroepssporters?

Vandenbroucke: ‘Oh, ik vind die foto niet zo’n probleem. Wat ik wel een probleem vond, is dat het fiscale en het parafiscale regime voor beroepssporters is scheef- gegroeid. We zouden voetballers moeten verplichten te spelen met een shirt waarop in kolossale letters ‘sociale zekerheid’ staat, want die is hun belangrijkste sponsor. Paradoxaal genoeg betalen beroepssporters die veel verdienen minder sociale bijdragen dan wie weinig verdient.’

We zouden voetballers moeten verplichten te spelen met een shirt waarop in kolossale letters ‘sociale zekerheid’ staat, want die is hun belangrijkste sponsor.

‘Ik ga de sportfederaties een voorstel voorleggen waarin we komaf maken met de kortingen. Maar, omdat ik door de bijzondere rol die beroepssporters spelen, vind dat ze ondersteuning verdienen, werk ik aan een oplossing voor sporters met een laag inkomen. Ik denk aan een soort van sportbonus die lijkt op de werkbonus. Die ondersteunt nu al mensen met een laag loon.’

Met dit akkoord hoopt premier Alexander De Croo (Open VLD) los te wrikken wat vastzit, maar zelfs rond het voetbal lukt dat maar gedeeltelijk, want de fiscale vrijstelling blijft bestaan. Alles in dit land gaat tergend traag.

Vandenbroucke: ‘Als een tanker stilligt, kost het bijzonder veel moeite om hem in beweging te krijgen. In de geschiedenis zijn er niet zo veel voorbeelden van succesvolle sociale veranderingen die in een wip werden geregeld.’

Er zijn ook weinig landen, zeker in Noordwest-Europa, waar het allemaal zo lang duurt.

Vandenbroucke: ‘We zijn een ingewikkeld en ook voorzichtig land. We maken graag de vergelijking met Nederland, maar daar slaat de slinger vaak te ver door. Ze hebben in het midden van de jaren 90 met succes en in sociaal overleg gekozen voor de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Maar die agenda is helemaal doorgeschoten. Wij zijn het omgekeerde: wij zijn vaak te voorzichtig en te traag geweest met hervor- mingen. We moeten het goede midden vinden tussen die Belgische en Nederlandse benadering.’

Wij zijn het omgekeerde van Nederland: wij zijn vaak te voorzichtig en te traag geweest met hervormingen.

Vivaldi is een coalitie van centrumlinkse en centrumrechtse partijen, die beide onder druk staan op de flanken. Hoe moeilijk is beleid voeren dan?

Vandenbroucke: ‘Dat is een relevante vraag voor een politicoloog. De enige houvast van een politicus is het goede proberen te doen, zodat we met zijn allen vooruit gaan. Wat moet je anders? Opiniepeilingen achternalopen? Voor mij gaat het om social engineering. Dat is de handen vuilmaken aan zeer gedetailleerd beleidswerk, eerder dan aan theater. Politiek moet over beleid gaan, niet over symbolen.’

Als u anderen gaat verwijten dat ze theater maken, moet u dan ook niet eens spreken met uw voorzitter? Die kan er, onder meer op Instagram, ook wat van.

Vandenbroucke: ‘Niet op de manier die ik bekritiseer. Hij blijft meestal bij de feiten, maar hij probeert het goed te verpakken. Het zou gek zijn dat niet te willen. Een politicus moet goed communiceren. Ik vind meningsverschillen interessant, maar het moet wel ergens over gaan.’

Waar het dezer dagen nauwelijks nog over gaat, is corona. Hebben we covidcrisis achter ons gelaten?

Vandenbroucke: ‘Het idee dat we dat boek kunnen dichtdoen is hopeloos verkeerd. Daarmee zeg ik niet dat we voor een explosieve vierde golf staan. Maar er circuleert nog veel virus dat zeker niet-gevaccineerden zeer ziek kan maken, maar ook sommige kwetsbare mensen die wel gevaccineerd zijn. Het virus zal niet weggaan, dus is belangrijk hoe we het blijven beheersen. We moeten uitzoeken wat een efficiënte en houdbare teststrategie is. We moeten, zeker in bepaalde regio’s, blijven inzetten op een hogere vaccinatiegraad. Met het aankomende griepseizoen blijven we hameren op het belang van ventilatie en mondmaskers in het openbaar vervoer.’

Bij de griep aanvaarden we dat er jaarlijks een paar duizend mensen aan sterven. Gaan we dat bij corona ook moeten doen?

Vandenbroucke: ‘Nee, dat vind ik niet. Ja, mensen sterven aan ziektes. Maar er overlijden nu negen mensen per dag aan covid, soms ook jongeren. Dat is veel. We moeten opletten voor gewenning.’

Met covid en het uitvoeren van het begrotingsakkoord hebt u nog een hoop werk, zoals met een verdere hervorming van het ziekenhuislandschap. Gaat dat in deze legislatuur allemaal lukken?

Vandenbroucke: ‘Tot voor een paar weken was ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig met covid. Ik probeer dat nu in de mate van het mogelijke achter mij te laten, zodat ik me kan concentreren op andere dingen. Mijn vingers jeuken, maar mijn hoofd moet ook tijd hebben.’

Misschien helpt het om er nog een paar jaar bij te doen?

Vandenbroucke: ‘Ik ben dan wel voor langer werken, maar er is ook wel zoiets als ouder worden. Ik word volgende week 66 jaar, dat is al een mooi getal.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud