analyse

Veel piloten, maar de Belgische cockpit is leeg

In de Nationale Veiligheidsraad zetelen premier Sophie Wilmès en de minister-presidenten van de deelstaten. ©Photo News

Een wildgroei aan expertengroepen, een gebrekkige samenwerking tussen de federale overheid en de deelstaten en slechte communicatie: de ergernis groeit over het beheer van de coronacrisis. Onvermijdelijk worden daarbij vragen gesteld over het optreden van premier Sophie Wilmès.

Een kort filmpje waarin Angela Merkel glashelder uitlegt waarom het coronavirus zo moeilijk te bestrijden valt, werd afgelopen week duchtig gedeeld op de sociale media. Met haar kalme en heldere communicatie en steunende op haar achtergrond als wetenschapper deed de Duitse bondskanselier waar de Belgische politici ontzettend veel moeite hebben: de brug leggen tussen virologie en politiek en daarbij leiderschap uitstralen.

Angela Merkel legt het coronavirus uit

Net zoals België is Duitsland een staatkundig ingewikkeld land, maar door intens overleg slagen Bund und Länder erin één strategie te volgen en met één - Merkels - stem te spreken. Het lijkt een beetje op wat België probeert met de Nationale Veiligheidsraad, waarin de federale topministers en de minister-presidenten van de deelstaten zetelen, maar met die aanpak liep het de afgelopen week pijnlijk verkeerd.

Premier Sophie Wilmès (MR) en de minister-presidenten beslisten woensdag dat de coronamaatregelen worden verlengd tot en met 3 mei. Tuincentra en doe-het-zelfzaken mogen wel de deuren openen. Rusthuisbewoners zouden onder strikte voorwaarden bezoek mogen ontvangen. Wilmès legde die laatste versoepeling niet alleen slecht uit - zo zei ze niks over de timing van de maatregel - bovendien bleek die niet te zijn doorgesproken met de sector.

Nog geen twee uur na het einde van de Veiligheidsraad hadden de zorgkoepels uit vrees dat het coronavirus zich door de bezoekersregeling alleen maar meer zou verspreiden in de al zwaar getroffen rusthuizen een veto uitgesproken. Na overleg kon Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) de beslissing enkel terugdraaien.

Met een beetje goede wil zou je het een spijtige blunder kunnen noemen, maar de onverkwikkelijke episode verbergt meerdere diepgaandere problemen.

Gouvernement des virologues

Een eerste probleem is dat de politici het beheer van de coronacrisis voor een groot deel uit handen hebben gegeven. Schertsend werd gesproken over le gouvernement des virologues. Allerhande werkgroepen werden ingeschakeld, wat een beproefd politiek recept is.

Iedereen moet erkennen dat je het probleem te harte neemt, maar eigenlijk wordt verantwoordelijkheid afgeschoven. In een land waar de burgers wantrouwig staan tegenover de overheid, geven die experts de politici zekerheid.

Werkgroepen in overvloed. Alleen leveren die nog geen beleid op

Ter illustratie: centraal in de coronastrategie staat de Nationale Veiligheidsraad. Die Veiligheidsraad wordt voorbereid door het federale kernkabinet en CELEVAL, een orgaan van topambtenaren en medische experts. Omdat het over een crisis gaat, is ook het Crisiscentrum betrokken.

Om de medische kant van het coronavirus te bestieren, zijn er een Risk Assessment Group, een Risk Management Group en een Wetenschappelijk Comité, waarin telkens experten en ambtenaren zetelen. Doordat door het coronavirus de economie in zwaar weer is geraakt, is er ook de Economische Risk Management Group, die de economische toestand opvolgt, en een GEES die moet nadenken over een exitstrategie.

Werkgroepen in overvloed, dus. Alleen leveren die nog geen beleid op. Eigen aan werkgroepen is dat er na enige tijd eindeloos gepalaverd en gediscussieerd wordt. Dat gebeurde bijvoorbeeld over het aanpassen van de criteria voor het uitvoeren van coronatests, waardoor het aantal uitgevoerde tests lang veel lager bleef dan wat mogelijk was. Zulke discussies zullen de komende tijd nog vaker de kop opsteken.

Gepolitiseerd

Aanvankelijk was de corona-aanpak behoorlijk eenvoudig. Het blok moest erop, want zonder ingrijpende maatregelen dreigden de ziekenhuizen overbelast te geraken. Discussies over een exitstrategie naar een normaal leven zijn veel moeilijker. Er is meer manoeuvreerruimte waardoor er automatisch meer discussie is.

Medische discussies worden dan al snel politieke discussies, zoals het debat over de zin en onzin van mondmaskers waarbij de virologen zodanig veel nuances aanbrachten dat ze elkaar na verloop van tijd leken tegen te spreken. Door een beroep te doen op experten in werkgroepen wilde de politiek de aanpak van de coronacrisis depolitiseren, maar de virologen dreigen zo zelf gepolitiseerd te geraken.

We moeten stoppen met al die taken uit te besteden en we moeten het heft in eigen handen nemen
Een regeringsbron

Experts geven bovendien adviezen, maar leveren geen kant-en-klaar beleid af. Beslissingen over het openen van tuincentra of het toestaan van bezoek in woon-zorgcentra moeten praktisch worden uitgewerkt. Dat is een taak voor de politiek, maar daar liep het de afgelopen week fout.

 ‘Een Nationale Veiligheidsraad is nuttig als je snel een dringende beslissing moet nemen, maar is niet geschikt om de exitstrategie uit de coronacrisis te bepalen’, zegt een betrokkene. ‘In twee uur tijd worden een reeks adviezen van experts afgehaspeld, terwijl daar veel uitgebreider overleg aan vooraf zou moeten gaan. We moeten stoppen met al die taken uit te besteden en we moeten het heft in eigen handen nemen.’  

Versnipperde bevoegdheden

Een tweede probleem bij het uitwerken van een exitstrategie is onze ingewikkelde staatsstructuur met een federaal niveau, gewesten en gemeenschappen. Geen bevoegdheid is in België meer versnipperd dan de gezondheidszorg.

9
Ministers van Volksgezondheid
Ons land telt negen ministers van Volksgezondheid. Een federale, een Vlaamse, een Duitstalige en zes excellenties voor Brussel en Wallonië.

Om alles te stroomlijnen is er een interministeriële conferentie waarop negen ministers van Volksgezondheid aanwezig zijn. Voor het federale niveau is dat Maggie De Block (Open VLD), voor Vlaanderen Wouter Beke (CD&V). Voor Brussel, Wallonië en de Duitstalige gemeenschap zijn er nog eens zeven ministers.

Misschien wel de grootste slachtoffers van de versnippering van bevoegdheden zijn de rusthuisbewoners. De federale overheid is bevoegd voor de ziekenhuizen, de deelstaten voor de woon-zorgcentra. De twee niveau's stellen hun beleid te weinig op elkaar af en de regio's hebben weinig ervaring met medisch crisismanagement, waardoor de coronacrisis in de rusthuizen te weinig is voorbereid.

Politici hebben dan de neiging om naar elkaar te beginnen wijzen, zoals gebeurde in de discussie over het bezoekrecht in rusthuizen. De federale regering en de deelstaten schoven de verantwoordelijkheid voor het debacle naar elkaar toe.

Kritiek op Wilmès

Op zo’n moeilijk speelveld komen zelfs de meest doorwinterde politici in de problemen, maar aan de top van de piramide staat geen doorwinterde politica. Niemand wil in momenten van crisis openlijk kritiek geven, maar woorden als micromanagement en een gebrek aan politieke ervaring vallen als het over premier Wilmès gaat.

‘Laat ons zeggen dat ze als premier meteen vol aan de bak is gemoeten en te weinig ervaring heeft kunnen opbouwen’, klinkt het voorzichtig in de federale regering.

Charles Michel overhandigde eind oktober Sophie Wilmès de sleutels van 'de 16'. Eigenlijk was het louter de bedoeling dat Wilmès even 'op de winkel zou passen'. ©BELGA

De Franstalige liberale belandde eerder per ongeluk in de Wetstraat 16 omdat ontslagnemend premier Charles Michel naar Europa vertrok. Ze moest enkel op de winkel passen tot er een volwaardige regering zou worden gevormd maar moest door de coronacrisis plots meteen in actie schieten.

Op meerdere ministeriële kabinetten wordt schoorvoetend toegegeven dat Wilmès’ optreden suboptimaal is. ‘Alles wordt uitbesteed aan werkgroepen, niemand heeft een goed overzicht en de regio’s worden nauwelijks betrokken. We zijn een moeilijk land, maar zo wordt het helemaal onmogelijk’, klinkt het.

Op een ander kabinet wordt het zo verwoord: ‘Over pietluttigheden zijn we soms uren bezig en bij belangrijke beslissingen die ons aangaan worden we nauwelijks betrokken.’ Al wil niet iedereen de premier afvallen: ‘Het zijn voor iedereen bijzonder hectische tijden. Kalm blijven en verder werken is de boodschap. Waar leiders als Merkel, maar ook Mark Rutte in Nederland, Emmanuel Macron in Frankrijk en Giuseppe Conte in Italië lof krijgen voor hun crisismanagement, ontbreekt dat leiderschap in ons land. In de dagen voor de bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad leek Wilmès van de aardbodem te zijn verdwenen.

Gids

‘Als het noodzakelijk is, spreek ik in de media, maar niet meer dan noodzakelijk’, zo reageerde ze donderdag op die kritiek. ‘Maar achter de schermen werk ik heel hard. Meer dan een manager achter de schermen, zoals Wilmès pretendeert te zijn, is een premier evenwel de ervaren gids die de weg moet uitstippelen. Individuele ministers zoals De Block en minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) proberen elk vanuit hun departement het gat dat Wilmès zeker in Vlaanderen laat vallen, dicht te rijden.

Virologen als Marc Van Ranst doen dat vanuit hun functie ook. Maar daardoor ontstaat een kakofonie aan verklaringen, waar de bevolking horendol van wordt. Er zijn misschien wel veel piloten, maar in de cockpit heeft niemand de stuurknuppel stevig in handen. 

Op de persconferenties na de Nationale Veiligheidsraad levert dat een bizar beeld op. Terwijl Wilmès spreekt, kijken Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) en Waals minister-president en ex-premier Elio Di Rupo (PS) zwijgend toe.

Ze zijn tot hun eigen grote ergernis gedegradeerd tot figuranten in een schouwspel waarvan ze het zelf op hun heupen krijgen. Publiekelijk geeft geen van beiden evenwel een kik, want het laatste wat het land nodig heeft is een politieke crisis boven op een gezondheids- en economische crisis.


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud