Vlaamse gemeenten investeren minder dan 6 jaar geleden

Een aanzienlijk deel van de gemeentelijke uitgaven gaan naar wegwerkzaamheden. ©BELGAONTHESPOT

Ondanks de historisch lage rente zullen de Vlaamse gemeenten in het verkiezingsjaar 2018 minder investeren dan in 2012.

De historische lage rentevoeten hebben de Vlaamse gemeenten er niet toe aangezet in het verkiezingsjaar 2018 nog snel massaal te investeren om hun burgers te imponeren. Dat blijkt uit de jaarlijkse studie van Belfius, de belangrijkste financier van de lokale overheden, over de gemeentefinanciën.

De Vlaamse gemeenten zetten voor dit jaar een investeringsbudget van 3 miljard euro opzij, 6,5 procent meer dan in 2017. Dat lijkt veel, maar is het niet. 'Deze lichte stijging verschilt van die in vroegere bestuursperiodes, waar in het laatste jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen een piekniveau voor investeringen werd gebudgetteerd', stelt Belfius. 

Bovendien lopen geplande investeringen makkelijk vertraging op, onder meer door de lastige vergunningsprocedures en bewonersprotest, waardoor de uitgaven doorschuiven naar een volgend jaar. Daarom verwacht Belfius dat de Vlaamse gemeenten in 2018 maar 56 procent van hun geplande investeringen ook realiseren. Het feitelijk geïnvesteerde bedrag van ongeveer 1,7 miljard euro ligt daardoor lager dan in 2012.

Dat het investeringsvolume tegenover het vorige verkiezingsjaar niet omhoog gaat, noemt Belfius 'alarmerend', al wijst de bank er wel op dat gemeenten meer en meer investeringen uitbesteden aan autonome gemeentebedrijven en intercommunales.

Het quasi stabiele investeringsniveau botst ook met de boodschap van premier Charles Michel, die tegen 2030 een ambitieus investeringspact van 60 miljard euro op poten zette. Maar de lokale besturen, die goed zijn voor 35 procent van de totale overheidsinvesteringen, slagen er niet in dat tempo te volgen.  

Dramatisch in Wallonië

Volgens Belfius zijn de lage investeringen ook te wijten aan striktere begrotingsregels. Zo heeft het Vlaams gewest de gemeenten met de invoering van een verplichte zesjarenbegroting in 2014 stevig aan de ketting gelegd. De 308 steden en gemeenten moeten in 2019 een positieve balans voorleggen, waardoor ze hun uitgaven beter spreiden. 

In Wallonië, waar de gemeentelijke financiën er slechter voor staan, krijgt het investeringsniveau een stevige deuk. Daar liggen de vastgelegde gemeentelijke investeringen 20 à 25 procent lager dan in 2012

Enkel de Brusselse gemeenten investeren opmerkelijk meer dan zes jaar geleden. Het gewest kent een sterke bevolkingsgroei en kreeg dankzij de laatste staatshervorming ook heel wat extra middelen uit de federale kas. 

Pensioenlast

Opvallend is dat de vergrijzing de lokale overheden, die zelf moeten opdraaien voor de pensioenen van hun personeel, meer en meer treft. Tussen 2012 en 2016 stegen de pensioenlasten van de Vlaamse gemeenten gemiddeld meer dan 6 procent per jaar. In tegenstelling tot de Vlaamse overheid, nemen de gemeenten pensioenlasten wél op hun eigen begroting, waardoor hun budget een miniatuurtje van de vergrijzingsproblemen worden.

De pensioenlasten van de vastbenoemden waren in 2016 al goed voor 15 procent van de personeelsuitgaven van Vlaamse gemeenten. 'De pensioenen zullen de toekomst van de gemeenten bepalen', zegt Belfius-hoofdeconoom Geert Gielens. 

Om hun kosten te verminderen proberen heel wat lokale overheden het met minder personeel te rooien. Voor het eerst sinds de fusiegolf in in de jaren '70 ging het personeelbestand van de Belgische gemeenten licht achteruit.

Al is die daling volledig op het conto van de Vlaamse gemeenten te schrijven. De Waalse gemeenten krijgen er tussen 2012 en 2017 nog 600 personeelsleden bij, waarvan een deel zelfs vastbenoemd. Ook bij de Brusselse gemeenten werken nu 623 werknemers extra, al komen er in de hoofdstad enkel contractuelen bij.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud