Waakhond Justitie ziet geen doofpotoperatie rond geruchtmakende dood Slovaak Chovanec

De zaak-Chovanec bracht huidig Vlaams minister-president Jan Jambon in nauwe schoentjes. ©BELGA

Het belangrijkste adviesorgaan van justitie, de Hoge Raad voor Justitie, heeft in het gerechtelijk onderzoek naar het overlijden van de Slovaakse zakenman Jozef Chovanec geen 'pogingen kunnen vaststellen om wat dan ook achter te houden'.

Dat deelt de Hoge Raad voor Justitie (HRJ) mee nadat het zijn bijzondere onderzoek in de zaak heeft afgerond. Ter herinnering: Jozef Chovanec overleed op 27 februari 2018 in een ziekenhuis in Charleroi, drie dagen na bijzonder hardhandig politie-optreden op het tarmac en in een cel op de luchthaven van Charleroi. Tot deze zomer gebeurde amper iets met het dossier, tot de weduwe van de man de beelden van het incident in de cel - Hitler-groet door één van de agenten incluis - deelde met Het Laatste Nieuws.

Onafhankelijkheid justitie in vraag gesteld

De zaak bracht de toenmalige politietop en vooral Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) in een lastig parket. Jambon, toen minister van Binnenlandse Zaken, zei aanvankelijk dat hij nog nooit van de zaak had gehoord, wat achteraf niet helemaal correct bleek. Ook de onafhankelijkheid en de effectiviteit van justitie werden in vraag gesteld door een deel van de publieke opinie, zowel in België als in Slovakije en elders in Europa.

In de nasleep van de feiten startte de Hoge Raad voor Justitie een onderzoek. In het eindrapport is de conclusie dat de HRJ 'pogingen om wat dan ook achter te houden, niet kon vaststellen.' Over de gebeurtenissen zelf boog de HRJ zich niet. 'De Hoge Raad doet nooit uitspraken over de inhoud van rechterlijke beslissingen.'

De HRJ zegt dat er wel lessen kunnen worden getrokken uit de zaak-Chovanec en formuleert daarom aanbevelingen. 'Zo worden best de richtlijnen aangepast voor parketmagistraten die de eerste maatregelen moeten nemen wanneer ze op de hoogte worden gebracht van complicaties bij vrijheidsberovingen.'

De richtlijnen worden best aangepast voor parketmagistraten die de eerste maatregelen moeten nemen wanneer ze op de hoogte worden gebracht van complicaties bij vrijheidsberovingen.
Hoge Raad voor Justitie

'Ook de actieve leiding van het gerechtelijk onderzoek door de onderzoeksrechter en de systematische opvolging van dergelijke zaken door het parket, het parket-generaal en de kamer van inbeschuldigingstelling verdienen meer aandacht. Gerechtelijke overheden moeten onderling constructief communiceren. In de zaak Chovanec bleek immers dat een gebrek aan communicatie ertoe heeft geleid dat niemand onmiddellijk na de feiten melding heeft gedaan van de zogenaamde nazigroet (van een politie-agent) met het oog op een eventueel tuchtonderzoek.'

De HRJ roept de gerechtelijke overheden en de verschillende partijen op om sereen samen te werken na de ruchtbaarheid die aan de zaak werd gegeven. 'Een lopend gerechtelijk onderzoek moet geheim blijven; het vermoeden van onschuld en de rechten van verdediging zijn fundamenteel in elke democratische rechtsstaat', luidt het.

De HRJ buigt zich mogelijk opnieuw over deze zaak als er een definitief vonnis is geveld

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud