Worden we wakker in een ander land?

Even uitzoomen, na de politieke kettingreactie van de voorbije dagen. Wat zien we dan? Een land waarin véél plots anders wordt. ‘België is nu een wees.’

Daar lag hij dan, plots, de puzzel. Centrumrechts in Vlaanderen, een Zweedse coalitie in de steigers voor België. Zweeds als in: blauw voor de liberalen (Open VLD, MR), geel voor de Vlaams-nationalisten (N-VA) en een kruis voor de christendemocraten (CD&V). Er is zelfs al een gedoodverfde ‘IKEA-premier’. Nu nog een ABBA-regeerakkoord, een miljard of 17 ‘Money, Money, Money’ saneren, wat ministerportefeuilles verdelen onder een paar ‘Super Troupers’, de oppositie even ‘Mamma Mia’ en/of ‘Waterloo’ laten roepen, en we zijn er.

Alleen: wáár zijn we dan, gesteld dat de ‘Zweedse’ formatiepoging landt? In welk land komen we terecht, als die coalitie níét vroegtijdig crasht, in tegenstelling tot wat haar geuzennaam ‘kamikazeregering’ doet vrezen?

In een land dat nog steeds België heet, dat nog steeds pijn doet aan de ogen en waar de trein blijft rijden van Zeebrugge tot Virton. Veel blijft dus bij het oude. Maar veel ook niet. Geen socialisten in de Vlaamse en de federale regering, bijvoorbeeld. Dat is al geleden van toen er nog een Muur stond in Berlijn, toen VTM nog niet bestond, toen onze premier nog Wilfried heette, en onze ministerpresident Gaston. Voor het eerst in 25 jaar wordt centrumlinks nu dus centrumrechts. En dat betekent in België meer dan de wind die even van de andere kant komt waaien.

‘Dit zou een kantelpunt kunnen worden’, zegt Rolf Falter, adviseur op het aftredende kabinet-Turtelboom. Hij schreef ‘België: een geschiedenis zonder land’, een hoogst erudiet en veelgeprezen boek over het bewogen ontstaan van ons land. En hij ziet dus potentieel een kantelpunt. Om dat te duiden moeten we bijna honderd jaar terug in de tijd.

Falter: ‘Het algemeen stemrecht, in 1918, leverde twee grote dissidente krachten op in België: de socialisten en de Vlaamsnationalisten. De socialisten werden onmiddellijk in het Belgische machtssysteem opgenomen. Zij het nooit dominant de eerste vijftig jaar, ondanks een permanente absolute meerderheid in Wallonië. Het was die frustratie die de Waalse socialisten begin jaren zestig tot separatisme bracht.’

‘De Vlaams-nationalisten, van hun kant, bleven altijd aan de zijlijn staan, omdat ze twee keer met de Duitse bezetter samenwerkten, en omdat het establishment hen misprees. Maar als de Zweedse coalitie landt en standhoudt - twee keer een grote als - dan verandert dat nu. Dan komen ze voor het eerst in het centrum van de Belgische macht.’

‘In elk geval: een centrumrechtse regering hebben we al sinds 1987 niet meer gehad in België. Ook in Vlaanderen niet, trouwens. Het politieke landschap bestaat hier in grote lijnen uit een evenwicht tussen centrumlinks en centrumrechts, terwijl in Franstalig België centrumlinks domineert. Het federale België leek daardoor niet zonder centrumlinks te kunnen, en dus de Franstalige socialisten.’

‘Sus Verleyen had dat na de derde staatshervorming al voorspeld in Knack, in een legendarisch editoriaal. De PS, schreef hij toen, was voor eeuwig ‘incontournable’ geworden - die uitdrukking komt van hem - in de Belgische regering. Aan die eeuwigheid zou nu dus een eind kunnen komen.’

‘Dat centrumrechts al die tijd onmogelijk leek in België, maakte van het Vlaams-nationalisme, met zijn dominante anti-Belgicisme, de sterkste stroming in Vlaanderen. De frustratie van een grote groep kiezers hier was: ‘Wij stemmen centrumrechts, maar België blijft centrumlinks.’ Eigenlijk gold dat ook voor Vlaanderen, maar dat werd niet ter discussie gesteld.’

‘Maar in een Zweedse coalitie zou de N-VA nu dus plots in het centrum van de Belgische macht zitten, als grootste partij. Hoe gaat ze daarmee om? Wat doet dat met de mindset van haar achterban? Gaat die anders naar België kijken? Dat wordt uitermate boeiend.’

‘Ze willen weliswaar de premier nog niet leveren, maar er ontstaat nu wel een historische kans op verzoening tussen België en het Vlaams-nationalisme. Dat zou na 2019 tot een heel ander soort staatshervorming kunnen leiden. Maar de poging kan ook mislukken, natuurlijk. En dan wordt de tegenstelling dieper dan ooit.’

Dave Sinardet, politicoloog aan de Vrije Universiteit Brussel: ‘Het basisdiscours van de N-VA was tot nog toe: ‘België werkt niet. De PS dicteert de wet. De Vlaamse kiezer wordt altijd genegeerd. De enige oplossing is: meer autonomie.’ Maar als de N-VA het écht meent met de Zweedse coalitie, dan zal ze willens nillens het omgekeerde moeten bewijzen. En: dan zal ze tegelijk de hardliners daarmee moeten zien te verzoenen.’

‘Historisch kan men dat zien als een terugkeer naar de doctrine van de vooroorlogse Antwerpse burgemeester Frans Van Cauwelaert, die vond dat de Vlamingen via België hun wensen konden realiseren door hun demografische meerderheid. Maar zeker na de Tweede Wereldoorlog zijn Vlaams-nationalisten steeds voor een anti-Belgisch verhaal gegaan.’

Stefaan Walgrave, politicoloog aan de Universiteit Antwerpen: ‘Een ding is duidelijk: de Verelendung - de federale verrottingsstrategie - is voor de N-VA geen optie meer. Ze heeft haar nek uitgestoken. Dus wordt de vraag: zal de partij, gesteld dat de Zweedse coalitie doorgaat, niet onvermijdelijk een soort Belgische loyauteit kweken? Zal je geen federale N-VA-ministers krijgen die hun territorium zullen verdedigen? En die zullen zeggen, aan hun regionale collega’s: ‘Afblijven. Dit is mijn terrein!’? Dat zou geweldig paradoxaal zijn, natuurlijk. Maar niet onlogisch. En vooral: bijzonder interessant.’

Zonder precedent

Ook interessant, en een primeur in onze bewogen geschiedenis: de situatie aan Franstalige kant. Er is in het Zweedse scenario geen enkele link meer tussen de Waalse (PS, cdH) en de federale regering (N-VA, CD&V, Open VLD , MR). Dat gebeurde nooit eerder in ons land. Plus: de MR zou de enige Franstalige partij zijn in de federale regering, en meteen ook - zo dicteert de grondwet dat - de helft van de ministers leveren. En dat met 20 van de 63 Franstalige zetels, amper een derde dus. Ook dat is zonder precedent.

Sinardet: ‘Sinds het invoeren van de taalgroepen, in 1970, hadden we wel vaker geen meerderheid in een van de twee taalgroepen: tien jaar aan Franstalige kant, in de jaren zeventig en tachtig, de voorbije zes jaar aan Vlaamse kant. Alles samen toch een derde van de tijd. Maar nooit was de minderheid zo groot. Tel daarbij de rest op - voor het eerst maar één Franstalige partij federaal, die niet vertegenwoordigd is in de deelregeringen - en je krijgt iets wat compleet onuitgegeven is.’

Pascal Delwit, politicoloog aan de Université libre de Bruxelles: ‘Als de Zweedse coalitie het licht ziet - dat valt nog af te wachten - dan dreigt een en ander toch behoorlijk complex te worden. Neem de sanering van de overheidsfinanciën. Daar ga je de vraag krijgen: welk niveau doet welke inspanning? Dat is nooit een simpele denkoefening, maar tot nog toe hadden we wel altijd minstens één partij die én federaal én regionaal gewicht in de schaal kon leggen. Dat is nu niet langer het geval.’

‘Het zal ook de manier veranderen waarop we naar België kijken, denk ik. Tot deze week was het ondenkbaar: een federale regering zonder link met de Vlaamse, of de Waalse. Nu kan het wel. Zelfs met een enorme minderheid in een van de taalgroepen. Ik zeg niet dat dat niet moet kunnen, begrijp me niet verkeerd. Maar het verandert wel de mindset, ook voor de publieke opinie. Zal een heel groot deel van de Franstaligen een Zweedse coalitie niet als iets ‘externs’ zien?’

‘Er zit ook een interessante omkering aan te komen in de contestatie van België. Tot nog toe kwam die vooral van de Vlaamse beweging. Zij vond dat de federale overheid de Franstaligen teveel faveurs deed - onder meer via de transfers. Met een ‘Zweedse’ constructie zou dat weleens 180 graden kunnen keren. Het beeld zou kunnen ontstaan van een ‘Vlaamse’ federale regering, die Vlaanderen bedient. Dat hóéft niet zo te zijn - maar het zou wel de perceptie kunnen worden.’

Walgrave: ‘De N-VA schreeuwde moord en brand over de Vlaamse minderheid in de regering-Di Rupo. En dat ging - ocharme - over één zeteltje. Dat diezelfde partij nu deze denkoefening maakt, met een Franstalige partij die amper een derde vertegenwoordigt van de Franstalige zetels, is op zijn minst... ironisch.’

Totaler Krieg

Krijgen we een federale regering die niet legitiem aanvoelt voor de Waalse publieke opinie? Het zou - opnieuw - een trendbreuk zijn. ‘Maar zo zal het wel zijn’, zegt auteur Pascal Verbeken. Hij voorzag ons land, en het stuk ervan bezuiden Voeren en Spiere-Helkijn, van twee magnifieke kronieken: ‘Arm Wallonië’ en ‘Grand Central Belge’.

Verbeken: ‘De PS zal een Totaler Krieg ontketenen tegen een Zweedse coalitie. En niet alleen in de assemblées, ook in de administratie, waar ze bijzonder machtig is. Dat is de rode draad in haar geschiedenis. Als de PS federaal regeert, trekt ze voluit de Belgische kaart. Als ze in de oppositie zit, haalt ze alle kanonnen boven. Ze heeft nu ook geen andere keuze. Op links wordt ze zwaar aangevallen door de PTB, de Parti des Travailleurs Belges. In Seraing haalde die bijna 20 procent. Seraing, de heartlands van de PS!’

Walgrave: ‘Wallonië wordt ontzettend interessant. Als de Zweedse coalitie er komt, zal de actie zich daar afspelen. Daar zal je wellicht de oppositie krijgen, de contestatie, de opstand. Ook syndicaal. Niet vergeten: de grote Franstalige vakbonden - rood en oranje - verliezen hun relais in Brussel. En: er zal nu sterk bezuinigd worden. Elders in Europa gebeurde dat al. Daar kreeg je betogingen en stakingen. Dat gaan we hier nu ook zien. En vooral in Wallonië. Daar is ook meer syndicaal activisme. De messen worden al gewet.’

Sinardet: ‘Hoe gaan de belangrijkste sociale partners - rood en Franstalig oranje - zich opstellen in het federale sociale overleg, nu ‘hun’ partijen er niet meer 'bij’ zijn in Brussel? Dat wordt een belangrijke vraag. Kan CD&V een deel van de christelijke zuil over de taalgrens meetrekken? Twijfelachtig. Maar: overal dwarsliggen zal voor de bonden ook geen optie zijn. Dan dreigen ze zichzelf buitenspel te zetten.’

Wapperende hanen

Ondernemers in Wallonië zijn in elk geval niet gerust in de linkse regionale regeringen. Ze zijn zelfs ‘uiterst ongerust’, zegt oud-Voka-voorzitter Luc De Bruyckere. Hij heeft er, via de vestigingen van Ter Beke, een uitgebreid netwerk. Ideologisch zijn veel ondernemers een centrumrechts federaal Brussel niet ongenegen, vanzelfsprekend. Maar een Wallonië vol brandende autobanden als mogelijke fall-out, daarop zit niemand te wachten.

De Bruyckere: ‘Kijk, België heeft dringend nood aan fundamentele hervormingen. We moeten de vergrijzing aanpakken, de arbeidsmarkt flexibiliseren, de overheid efficiënter maken en het budget in evenwicht krijgen. En we hebben nood aan een faire fiscaliteit en competitievere loon- en energiekosten. Dat is een hele boterham, om niet te zeggen: een gigantische uitdaging. Maar dat is wel waar de volgende coalitie garant voor moet staan.’

‘Ik ga ervan uit dat daartegen een keiharde, syndicale oppositie gevoerd zal worden. Maar de vraag is natuurlijk: is dat een reden om het niet te doen? Hebben we een andere keuze? Om onze sociale zekerheid te redden moeten er jobs komen, en groei. En daarvoor zal moeten gebeuren wat moet gebeuren, ook al zal het aartsmoeilijk zijn. Het wordt uitermate belangrijk dat iedereen - politici, maar ook de werkgevers, leiders van de syndicale organisaties en de welzijnssector - nu echt gaat samenwerken. Dit is zo’n belangrijk maatschappelijk project dat we er iedereen voor moeten mobiliseren.’

‘Veel zal ook afhangen van de N-VA. Als zij haar communautaire agenda vijf jaar kan inslikken - en zwijgen over separatisme - ten bate van een sociaaleconomisch programma waar iedereen beter van wordt, dan geef ik een Zweedse coalitie een ernstige kans. Dat moet nu ook absoluut voorrang krijgen.’

‘Une formule pas simple.’ Zo ziet Vincent Reuter het, de gedelegeerd bestuurder van l’Union Wallonne des Entreprises, het Waalse Voka zeg maar. Een Zweedse coalitie is ‘niet zonder risico’s’, geeft hij toe. ‘Maar zolang ze er niet is, en ik geen regeerverklaring heb gezien, doe ik liever geen al te grote verklaringen. Vous savez: il y a tellement de surprises dans ce pays... Dat is deze week nog maar eens gebleken.’ (lacht)

‘Dit gezegd: ik denk toch dat er een zekere rem zit op het risico van grote turbulenties. Kijk naar de ‘Déclaration de politique régionale walonne’ die net verschenen is. Daarin wordt nog eens ondubbelzinnig gesteld dat de privésector en de jobcreatie dé prioriteiten zijn voor het beleid in Wallonië. De Waalse partijen kunnen daar niet aan de ene kant allerlei maatregelen voor nemen, en dan aan de andere kant in opstand komen tegen federale hervormingen ten gunste van de ondernemingen. Het is niet zo simpel allemaal.’

Delwit: ‘Ook al moeten ze federaal oppositie voeren, de PS en het cdH hebben er geen enkele baat bij de sociale onrust aan te wakkeren. Ze kunnen zich geen beeld veroorloven van een Wallonië in vuur en vlam tegenover een vredig, ondernemersvriendelijk Vlaanderen. Dat gebeurde in 1960-61, toen de PS in de oppositie zat, met La Grande Grève. Maar dat is geen situatie waar ook maar één Waalse politicus naar terug wil. Ze willen economisch vooruit, geen investeerders afschrikken.’

‘Wat minder geweten is over 1960-61, en waar ik wél een mogelijke parallel zie, is dat het de publieke opinie in Wallonië een nieuwe richting uit duwde. In Wallonië leefde toen het idee van een Belgische overheid in handen van de Vlamingen. Dat leidde tot de geboorte van het Waalse regionalisme, en dat deed de geesten rijpen voor een staatshervorming, die uiteindelijk uitmondde in het federalisme. Zo’n beeld zou met een Zweedse coalitie opnieuw kunnen ontstaan. Zóú kunnen.’

Verbeken: ‘Mij lijkt dat een vrij realistisch scenario. De PS heeft zich de jongste jaren al een pak regionalistischer opgesteld. Ook onder invloed van wat in Vlaanderen gebeurde. Terwijl premier Di Rupo rondliep met een tricolore speldje op zijn revers, voerde zijn partij een uitgesproken Waalse marketing. In de toespraak van Paul Magnette op de Fêtes de Wallonie, vorig jaar, was de geest van André Renard helemaal terug.’

‘Wij hebben hier de neiging om bij dat regionalisme aan bruine streekbieren te denken, en aan reuzenstoeten en zo. Maar het gaat verder. Het is geen halfzachte folklore. Het is: ‘Nous, Wallons!’ Zonder complexen. De socialistische vakbond is daarvoor in Wallonië ook een katalysator, altijd al geweest. Een leeuwenvlag bij het ABVV? Compleet ondenkbaar. Maar loop eens een lokaal van de FGTB binnen: de Waalse hanen wapperen je er om de oren.’

Spectaculaire regeerperiode

Het zijn en blijven speculaties, benadrukt iedereen. Voorlopig blijft de Zweedse coalitie iets theoretisch. En zelfs als ze realiteit wordt, moet ze nog de toets van de praktijk doorstaan. Toch tekent zich van speculatie tot speculatie een soort scenario af. Een scenario waarin de N-VA, na vijf jaar Brussel, een beetje Belgischer wordt. En de PS, na vijf jaar Namen, een beetje meer regionalistisch. Het zou, in 2019, tot een interessant gesprek kunnen leiden.

Sinardet: ‘Zo zal de N-VA dit ongetwijfeld verkopen aan haar Vlaams-nationalistische achterban. Met het argument dat de PS in Namen vanzelf demandeur zal worden voor meer autonomie. Da’s een analyse die je kan maken. Maar ik ben sceptisch. Ook in 2019 zal een splitsing van de sociale zekerheid financieel even nefast blijken voor Wallonië. Het lijkt me dus zeer onwaarschijnlijk dat de PS daar plots voor gaat pleiten.’

Walgrave: ‘Het zou best kunnen dat de N-VA daarop speculeert. Een streng, rechts sociaaleconomisch beleid als breekijzer voor het confederalisme. Met de PS die op een bepaald moment, moegetergd, roept: ‘Als het zó zit, laat het ons dan maar zelf doen.’ Maar laten CD&V en de MR dat gebeuren? Ik weet het niet. Ik verwacht in elk geval een spectaculaire regeerperiode.’

Delwit: ‘Het kan twee kanten uit. Een Zweedse coalitie zou onmiskenbaar ‘breekbaar’ zijn. Maar precies die breekbaarheid zou haar kracht kunnen worden, en haar samenhang - dat hebben we bij de regeringDi Rupo ook gezien. Alleen: het omgekeerde kan natuurlijk evengoed.’

Falter: ‘Er kan heel wat gaan bewegen in het partijlandschap. Stel dat de Vlaams-nationalisten zich inkapselen als centrale Vlaamse machtspartij in België, waartoe dient CD&V dan nog? Die partij gaat hoe dan ook zwaarder op haar linkerflank en haar zuilen leunen, zoals in de centrumrechtse regeringen van de jaren tachtig. De MR waagt een gok, zal trachten het Waalse centrum te bezetten, dat eerder links is, om zo tot een tweedeling gauche-droite te komen, zoals in Frankrijk en zonder het cdH. Allemaal remmen op een centrumrechts beleid waarop de N-VA precies wil scoren, bij gebrek aan een communautair programma.’

Verbeken: ‘Wat ik vooral vaststel, is dat België nu écht een wees wordt. Het Zweedse verhaal is er één van strategie, tactiek. Dat was de voorbije jaren de houding van de meeste politici tegenover België. Wat hen dreef, was opportunisme - wat hen het beste uitkwam. Niet een of andere diepe overtuiging. Ter linkerzijde hoorde je dat tien jaar geleden nog wel eens: België als multicultureel, meertalig project dat absoluut verdedigd moest worden. Maar dat idee is bij deze echt wel weg.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud