nieuwsanalyse

Zeven argumenten om de btw te verhogen

Van Overtveldt pleit voor een verhoging van de btw. ©BELGA

Er zijn heel wat goede argumenten om, zoals minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) suggereert, de btw te verhogen om de lasten op arbeid te kunnen verlagen.

Het proefballonnetje dat minister Van Overtveldt afgelopen weekend in een interview met De Tijd heeft opgelaten, lokte heel wat reacties uit. Volgens Peter Vanvelthoven, Kamerlid van de oppositiepartij s.pa, zal een btw-verhoging vooral de gewone gezinnen treffen en de binnenlandse consumptie afremmen. De regeringspartij CD&V vreest dat Van Overtveldt door te focussen op btw de invoering van een vermogenswinstbelasting niet langer als prioritair beschouwt.

Internationale organisatie zoals het IMF, de OESO en de Europese Commissie dringen er al langer op aan dat België ook de belastingen op consumptie zou verhogen om de belastingen op arbeid te kunnen verlagen. Daar zijn goede argumenten voor.

1. Simpele belasting

Het verhogen van het btw-tarief, of het schrappen van verlaagde tarieven, is een maatregel die belastingtechnisch eenvoudig realiseerbaar is. Hij brengt relatief weinig extra administratieve rompslomp mee - toch niet voor de overheid.

2. Er is ruimte voor

De algemene belastingdruk in ons land is hoog. Maar in vergelijking met de andere Europese landen wegen de directe belastingen (op arbeid) bij ons zwaar door en zijn de belastingen op consumptie relatief laag. Zowel in verhouding tot het bruto binnenlands product als in verhouding tot de totale belastingopbrengsten zijn de belastingen op consumptie in België bij de laagste van Europa, bleek onlangs nog uit het rapport ‘Taxation Trends in the European Union’.

3 De opbrengst is aanzienlijk

De afdeling Fiscaliteit van de Hoge Raad voor Financiën berekende vorig jaar dat de harmonisering van de btw-tarieven in ons land op 21 procent 9 miljard euro kan opbrengen. Als België in de btw slechts evenveel uitzonderingen zou toestaan als gemiddeld in de OESO-landen, zou dat 4 miljard euro extra opleveren, stelde de OESO eind vorig jaar in het rapport ‘Consumption Tax Trends 2014’.

4 Taxshift verbetert het concurrentievermogen

De btw is een belasting op de consumptie, niet op de productie. Een btw-verhoging maakt produceren in België dus niet duurder tegenover produceren in het buitenland. Een hogere btw wordt bovendien ook geheven op ingevoerde producten die in ons land worden verkocht.

En er is meer: als de opbrengst van een btw-verhoging wordt gebruikt om de lasten op arbeid te verlagen, heeft dat een positieve impact op het concurrentievermogen. Dat erkent ook de afdeling Fiscaliteit van de Hoge Raad van Financiën.

De impact van zo’n taxshift op de economische groei is beperkt, maar hij stimuleert wel de werkgelegenheidscreatie. Simulaties van het Planbureau bevestigen dat. ‘De btw verhogen om de lasten op arbeid te verlagen is een goede maatregel’, zegt de Gentse professor economie Gert Peersman. Samen met zijn collega Koen Schoors pleit hij daar al sinds 2013 voor.

5 Btw-verhoging is niet asociaal

Tegenstanders voeren aan dat een btw-verhoging asociaal is, omdat iedereen, ongeacht zijn inkomen, evenveel btw betaalt. Maar dat klopt niet helemaal. Volgens de OESO (‘Consumption Tax Trends’) profiteren vooral de gezinnen met een hoger inkomen van de verlaagde btw-tarieven.

De Leuvense professor economie André Decoster onderzocht in 2012 de verdelingseffecten van een btw-verhoging van 21 procent naar 22 procent. Zijn besluit: de btw-verhoging komt in grotere mate terecht op de sterkere schouders.

De herverdelingseffecten spelen nog sterker als de btw-verhoging gepaard gaat met een verlaging van de lasten op arbeid. ‘Want wie vooral inkomen uit vermogen heeft, betaalt de hogere btw ook, maar profiteert niet van de lagere belasting op arbeid’, zegt Gert Peersman. Bovendien moet niet élke belasting herverdelend zijn. Het volstaat dat het hele belastingsysteem dat is. Op dat vlak zit het in België wel snor.

6 Koopkracht wordt niet ondermijnd

Een btw-verhoging die gecompenseerd wordt door een verlaging van de belastingen op arbeid verlaagt de koopkracht niet als de lastenverlaging rechtstreeks de werknemers ten goede komt. Want de nettolonen zullen dan stijgen. Wordt de opbrengst gebruikt om de sociale lasten van de werkgevers te verlagen, dan is er wel koopkrachtverlies voor de individuele werknemers, maar niet voor de economie in haar geheel. Want de lagere lasten voor de werkgevers zullen tot extra jobcreatie leiden en tot een toename van het beschikbare inkomen.

Als de btw-verhoging niet uit de automatische indexering wordt gelicht - en dus op de werkgevers wordt afgewenteld - is dat een bijkomende garantie dat de koopkracht van de werknemers wordt gevrijwaard. ‘In dat geval zal het effect op de werkgelegenheidscreatie minder groot zijn,’ zegt Peersman, ‘maar het herverdelingseffect van renteniers naar werkenden des te groter.’

7 Btw-verhoging sluit vermogenswinstbelasting niet uit

Het verhogen van de btw in het raam van een taxshift sluit niet uit dat tegelijk ook de belastingen op vermogen of op vermogenswinsten worden verhoogd. Het is niet óf, óf. Het kan kan én, én zijn. Op die manier kan bijkomende ruimte worden gecreëerd voor de noodzakelijke verlaging van de lasten op arbeid.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud