Zorgpersoneel krijgt horecacheque, woon-zorgcentra vallen uit de boot

Personeel van woon-zorgcentra valt uit de boot en krijgt geen horecacheque. ©Photo News

Het ziekenhuispersoneel en de thuisverplegers krijgen een horecacheque van 300 euro netto, maar werknemers in woon-zorgcentra niet. Terwijl het net die laatste groep is die het meest op haar tandvlees zit.

De vraag om het dagelijkse applaus voor de zorg te verzilveren in een financiële geste was er al langer. Maar in de praktijk bleek dat niet eenvoudig te realiseren. In april kwam een premie van 1.450 euro op tafel, maar politiek werd er geen compromis gevonden. Aangezien de bonus alleen gold voor wie als zelfstandige in de zorg werkt, zou hij in de praktijk vooral bij artsen en apothekers terechtkomen.

De premie werd dus afgevoerd, maar kwam terug op tafel in de vorm van een horecacheque. Op 6 juni besloot de superkern om alle werkgevers de mogelijkheid te bieden hun personeel een onbelaste cheque van 300 euro te geven. Die kan worden gespendeerd in zwaar getroffen sectoren, zoals de horeca, maar ook de cultuur- en evenementensector. Voor werkgevers die het financieel moeilijk hebben, is zo’n extraatje niet mogelijk. De socialisten wilden dat de Vlaamse en federale overheid de middelen zouden voorzien om die cheque te garanderen voor het zorgpersoneel.

Ongelijkheid

De commissie Financiën van de Kamer heeft daar nu mee ingestemd. Maar door de versnippering van de zorg creëert dat een ongelijkheid tussen het personeel van ziekenhuizen en woon-zorgcentra. De eerste vallen onder de federale overheid, de tweede onder de Vlaamse. Op Vlaams niveau was er 38 miljoen euro nodig om de 127.000 werknemers, vooral zorgkundigen, van een cheque te voorzien. Dat voorstel werd woensdag in het Vlaams parlement weggestemd door de meerderheidspartijen N-VA, CD&V en Open VLD.

37,5 miljoen euro
Premie voor ziekenhuispersoneel
Voor zorgpersoneel dat valt onder federale bevoegdheid wordt 37,5 miljoen euro vrijgemaakt.

Federaal is er nu 37,5 miljoen euro uitgetrokken voor de 125.000 zorgverleners. Het gaat dan vooral om dokters en verplegers. Artsen zijn topverdieners, maar ook verplegers zijn een stuk beter af dan zorgkundigen. Verdient een beginnende verpleegkundige in het ziekenhuis 2.500 euro bruto, dan is dat bij een zorgkundige in het rusthuis 2.200 euro. Na 35 jaar krijgt een verpleegkundige 4.250 euro bruto, bij een zorgkundige is dat nog altijd minder dan 3.000 euro. Dat is dus nog lager dan het mediaanloon in ons land. Dat ligt op 3.150 euro.

Andere mogelijkheden om het zorgpersoneel te belonen, leverden niets op. De loonkosten van het zorgpersoneel verlagen, was er een van. Dat zou neerkomen op zo’n 110 euro netto per maand. Ook Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) stond open voor een akkoord met de federale partners, maar plannen in die richting liggen niet meer op tafel.

Nederlandse coronabonus

De Nederlandse regering voorziet in een eenmalige coronabonus van 1.000 euro netto voor het zorgpersoneel.

De discussie ligt niet alleen in België gevoelig. De Nederlandse regering heeft donderdag besloten een eenmalige coronabonus van 1.000 euro netto te verlenen aan het zorgpersoneel. Daarvoor trekt ze 800 miljoen euro uit. De bonus is wel alleen bedoeld voor verpleegkundigen, zorgkundigen en ondersteunend personeel dat betrokken is geweest bij de bestrijding van het virus. Artsen komen niet in aanmerking.

Hoewel de overheid dus meer geld vrijmaakt voor het personeel, zijn voorstellen voor betere arbeidsvoorwaarden en structureel hogere lonen ook bij de noorderburen al meermaals weggestemd. Daarnaast is de bonus vooral een tegemoetkoming voor een ander neveneffect van de crisis. Door de overuren die het zorgpersoneel klopte, steeg ook hun inkomen. Daardoor dreigde het personeel bepaalde sociale voordelen, zoals zorg- en huurtoeslagen, mis te lopen.

Lees meer over de financieringsnoden en de versnippering in de zorg in ons dossier 'Lessen uit de coronacrisis voor onze zorg'.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud