interview

Alexander D'Hooghe: ‘Antwerpen is eigenlijk een haven met een stadje eraan'

©SISKA VANDECASTEELE

Na zijn oplossing voor de Oosterweelverbinding werd de stadsplanner net niet heilig verklaard. Beethoven houdt hem met de voeten op de grond.

Als Alexander D’Hooghe (45) in Grand Café De Singel in Antwerpen arriveert, excuseert hij zich meteen. ‘Ik ga nog even naar de badkamer.’ De 18 jaar in de Verenigde Staten laten hun sporen na: D’Hooghe bedoelt het toilet. Verder is zijn Nederlands vlekkeloos.

Als professor aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston is de Grimbergenaar flink veramerikaniseerd.

‘Ik merk het als ik vergader. In de VS is een gesprek als pingpong spelen: je komt dertig seconden aan het woord, maakt je punt en geeft het woord door. Een monoloog afsteken of zwijgen wordt als onbeleefd ervaren. Ik vind dat snelle ritme gezond en aangenaam. In Vlaanderen geldt meestal - gezien de historische bescheidenheid - dat je vijf keer nadenkt voor je iets zegt. Of mensen spreken net veel te lang. Maar nu ben ik zelf een monoloog aan het afsteken. Dat betekent dat ik al te lang terug ben.’ (lacht)

Wennen

D’Hooghe heeft zijn gezin tijdelijk naar België verhuisd om te kunnen werken aan het Oosterweeldossier, waarin de Vlaamse regering hem heeft aangesteld als intendant. Zijn drie kinderen, tussen 8 en 15 jaar, zijn opgegroeid in de VS. ‘Ze gingen niet naar een internationale school, dus krijgen ze nu een stortbad Frans en Nederlands. Daar ben ik blij om, al is het cultureel erg wennen voor hen. Ik waardeer hoe ze ermee omgaan, maar vraag me soms af of het geen mentale krimp is. Ze komen uit een veel groter land. De horizon ligt verder, het blikveld is breder. Hier krijgen ze een ander palet, maar het is versmald.’

©SISKA VANDECASTEELE

Een uitgebreid ontbijt wordt in De Singel alleen in het weekend geserveerd, meldt de vriendelijke ober. Maar hij heeft wel ‘twee grote, schone croissants’ voor ons en biedt aan om vers sap te maken. Hij brengt koffies en een grote fles bruiswater. ‘Dehydratatie is altijd een gevaar’, zegt D’Hooghe met uitgestreken gezicht. Het is niet helemaal duidelijk of hij een grapje maakt.

We zitten op het terras, met zicht op de Antwerpse ring. D’Hooghe maakt zich zorgen over de geluidsoverlast. ‘Stoort dat niet te veel? Of misschien is het net goed, het is deel van de problematiek.’ Hij noemt Antwerpen een fantastische casestudy, omdat de ring zo dicht bij verstedelijkt gebied ligt. ‘En hij wordt ook nog eens gigantisch belast omdat hij in een belangrijk doorvoer- en overslaggebied ligt. Eigenlijk is Antwerpen één grote haven met een stadje eraan. Die proportie is uniek, en maakt de leefbaarheidsproblematiek zo uitgesproken.’

Ik had geen zin om mijn hele leven in de schaduw van mijn vader te staan.
Alexander D'Hooghe
Stadsplanner

Over zeven jaar moeten de ring en zijn omgeving groener, stiller en schoner zijn, terwijl het verkeer flux doorstroomt. De ring wordt gesloten, deels overkapt en hertekend. In dik twee jaar realiseerde D’Hooghe wat velen onmogelijk achtten: een akkoord tussen meer dan zestig partijen in een complex en gepolariseerd dossier dat al twintig jaar aansleepte, en waarin overheid en actiegroepen elkaar niet meer konden luchten. Binnenkort maakt de Vlaamse regering de eerste schijf van 1,25 miljard vrij voor de start van de overkapping en andere maatregelen tegen geluidsoverlast en luchtvervuiling.

Speltheorie

D’Hooghe begon eraan met scepsis. Als intellectuele oefening had hij de speltheorie toegepast op het dossier, waarbij hij elke actor in kaart bracht die het project kon kelderen of faciliteren, zoals de vele procedures voor de Raad van State.

‘Het resultaat was deprimerend. Van de tientallen mogelijke uitkomsten waren de meeste negatief: terug naar af. Maar het liet me wel toe de situatie te objectiveren. Ik kon tegen een bepaalde partij zeggen: ‘Kijk, jij streeft een bepaald principe na maar de uitkomst ervan levert totaal niet op wat jij eigenlijk wil.’ Grote infrastructuurwerken lopen over twintig jaar of meer, over meerdere legislaturen. Als je te sterk polariseert of politiseert, haalt niemand er nog iets uit.’

‘Zodra dat besef er is, kan elke partij zich de vraag stellen: ‘Is er een uitweg waarin we waar kunnen maken wat wij belangrijk vinden?’ Dan krijg je mensen zover om symbolen los te laten. Die symbolen zijn belangrijk, ze staan voor principes. Maar het plan dat zij voor ogen hadden, is misschien niet het allerbeste om dat principe te realiseren. We zijn op zoek kunnen gaan naar gedeelde principes, of principes die de een niet per se prioritair vond maar wel achter kon staan. Toen is iets wonderbaarlijks gebeurd: overheden en actiegroepen gingen plots samen naar oplossingen zoeken.’

Orkaan Sandy

©SISKA VANDECASTEELE

D’Hooghe is ingenieur, architect en stadsplanner. Maar hij noemt zich bij voorkeur ontwerper. In New York en New Jersey werkte hij na de doortocht van de orkaan Sandy aan de heropbouw, voor de Zuid-Koreaanse kust tekende hij een kunstmatig eiland, in Anderlecht ontwierp hij een markthal bij het Abattoir, in Brakel draagt het politiekantoor zijn stempel.

‘Ik werk in de ruimte, en dus was de ruimte de leidraad in de onderhandelingen. Als wij samen een tekst moeten schrijven en we zijn het niet eens, kunnen we eindeloos elkaars zinnen blijven doorstrepen. Maar als ik wil dat deze ruimte een bibliotheek wordt en jij wil er een gang van maken, dan kunnen we dat wel tekenen: een brede gang met boeken en een zeteltje. Het heeft nog geen naam, die zullen we later wel bedenken. Dat wordt dan een bang. Of een gibliotheek. We hebben een nieuwe ruimte uitgevonden.’

Dat heeft hij met Oosterweel ook gedaan. ‘Al tekenend zie je opeens mogelijkheden. Dat is mijn kritiek op het verleden: de onderhandelingen zijn te politiek of te technisch gevoerd. Ik maak me sterk dat je zelfs de meest verrotte en complexe dossiers recht kan trekken als je ze onderhandelt op basis van de ruimte.’

Dat is mijn kritiek op het verleden: de onderhandelingen zijn te politiek of te technisch gevoerd.

D’Hooghe lurkt aan zijn elektronische sigaret. ‘Mijn rookstok.’ Ging hij niet stoppen met roken als Oosterweel was opgelost? ‘Dit is vapen, dat is een ander werkwoord. Het is echt iets totaal anders: ik gebruik geen teer meer. Wel nog nicotine, maar daar ga je niet aan dood.’

Brussels Conservatorium

D’Hooghe is een kind van de Brusselse rand, afkomstig uit Grimbergen. Zijn vader was directeur van het Koninklijk Brussels Conservatorium, een belangrijke positie in de klassieke muziek. Als kind speelde D’Hooghe viool en piano, hij heeft getwijfeld over muziekstudies. ‘Maar telkens als ik in dat milieu kwam, werd ik meteen ‘de zoon van’. Ik bewonder mijn vader, maar wilde niet mijn hele leven in zijn schaduw staan. Dus ben ik burgerlijk ingenieur gaan studeren in Leuven.’

Ontbijt met De Tijd

Antwerpen, 9 uur, Grand Café De Singel.

Met Alexander D’Hooghe praten we over het geraas op de Antwerpse ring, het infrastructuurbeest en zijn voorkeur voor pingpongvergaderingen.

Hij speelt nog altijd piano. ‘Therapeutisch. Bij stress pak ik een Beethoven vast en probeer ik daar iets van te maken. Dat werkt bevrijdend. Als je studeert, focus je alleen op die twee maten waar je niet door geraakt en daar oefen je op tot de buren dolgedraaid zijn. Tot je het kan. Niets beter om de knop om te draaien.’

Na het Oosterweelakkoord werd D’Hooghe een ‘kampioenenmaker’ genoemd, van het genre dat een standbeeld verdient. Burgemeester Bart De Wever bedacht hem met een lovende Latijnse quote. Het leek alsof de Messias in Antwerpen was neergedaald.

‘Het is fijn dat het gelukt is. En ik wil graag nog meer complexe dossiers proberen op te lossen. Dat zal soms lukken, maar soms ook niet. Als je niet oplet met dat soort lof, kan dat gevaarlijk zijn voor je ego. Dus ik hou mij er ver van. Ik hou mijn hart vast voor een maatschappij die gelooft dat een Messias nodig is om problemen op te lossen.’

Het landschap bestaat niet meer uit grazende koeien maar uit mensen met een mening.

D’Hooghe gebruikt voor de zoveelste keer het woord ‘fundamenteel’ om zijn punt te maken. ‘De laatste golf van grote infrastructuurwerken dateert van rond Expo 58. Het hele snelwegnet is toen gebouwd, inclusief de Antwerpse ring. Dat ging vrij vlot: Vlaanderen was nog grotendeels ruraal, de bevolking was veel braver en minder hoogopgeleid. Vandaag krijg je zo’n groot infrastructuurbeest niet meer zomaar in het landschap gelegd, want dat landschap bestaat niet meer uit grazende koeien maar uit mensen met een mening.’

‘Het productieproces van de grote infrastructuurwerken was nog niet aangepast aan die nieuwe realiteit. Dat is volgens mij het fundamentele probleem van Oosterweel geweest. De welmenende welvaartsstaat uit de jaren vijftig en zestig gedroeg zich een beetje als de kerk: we hebben het goed voor met iedereen, en iedereen moet doen wat wij zeggen. Zo werkt het vandaag niet meer. Maar met wat schokken en duwen krijg je dat wel aangepast, en dit was een van die schokken.’

Ondernemer

Ik hou mijn hart vast voor een maatschappij die gelooft dat er een Messias nodig is om problemen op te lossen.
Alexander D'Hooghe
Stadsplanner

Zijn jaar verlof zonder wedde aan het MIT loopt deze zomer af. Maar op basis van wat hij met Oosterweel bereikte, zou hij nog jaren voor intendant kunnen spelen. ‘Ik geloof dat we de basis hebben gelegd voor een werkmethode voor grote infrastructuurwerken. De overheid beslist, maar het maken van zo’n project ligt niet langer bij één partij, de administratie of het studiebureau. Op basis van een budget stuur je mensen het veld in om een coalitie te zoeken die wetenschappelijk verantwoorde en maatschappelijk gedragen projecten kan voorstellen.’

Puur praktisch zou het kunnen: D’Hooghe als ondernemer. Zijn Organisation for Permanent Modernity is in acht jaar uitgegroeid tot een bedrijf met dertig werknemers en afdelingen in Brussel en New York. Er lopen 26 projecten, van Jersey tot Kinshasa.

‘Als we erin slagen onze aanpak wat te schalen, geloof ik dat wij op veel plekken bij complexe projecten zinvolle diensten kunnen leveren. Op een bepaald moment zal ik een keuze moeten maken: professor of ondernemer. Die afweging is moeilijk. Ik hou van het academische leven, van lezen, onderzoeken en schrijven. Van feiten boven opinies. Maar het is ook ongelooflijk fijn ondernemer te zijn. Ik ben er nog niet uit.’

Van 26 tot 30 mei kunnen de Antwerpenaren zich een laatste keer uitspreken over het werk van D’Hooghe en co. Er liggen 31 ontwerpvoorstellen op tafel, van overkapping tot geluidswallen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content